ECLI:NL:GHDHA:2026:254

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
200.353.746/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 lid 1 BWArt. 1:389 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot omzetting curatele in bewind en mentorschap afgewezen wegens blijvende kwetsbaarheid betrokkene

Betrokkene is sinds 6 oktober 2021 onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Na een eerdere afwijzing van verzoeken tot opheffing van de curatele door de rechtbank, verzocht betrokkene het hof om de curatele om te zetten in bewind en mentorschap, met benoeming van een beoogd bewindvoerder en zijn zus als mentor.

Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene dat het beter met hem gaat, maar dat hij nog steeds bescherming nodig heeft. De curator stelde dat de curatele de beste bescherming biedt, gezien de kwetsbaarheid en beperkte zelfredzaamheid van betrokkene. De zus benadrukte dat betrokkene vooruitgang heeft geboekt, maar dat de curatele zonder familieoverleg was ingesteld.

Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen en dat de meest vergaande vorm van bescherming, de curatele, passend en geboden blijft. Het feit dat betrokkene minder drinkt en opgewekter is, is onvoldoende reden voor opheffing. Ook is geen sprake van onregelmatigheden in het financiële beheer. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en benadrukt het belang dat de curator de zus blijft informeren over verzorgingsbeslissingen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omzetting van curatele in bewind en mentorschap af en bekrachtigt de curatele vanwege de blijvende kwetsbaarheid van betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer : 200.353.746/01
zaaknummer rechtbank : 10999650 EJ VERZ 24-73082
beschikking van de meervoudige kamer van 25 februari 2026
inzake
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat mr. W.G. Nieman te Leiden.
Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:
- [de curator] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de curator;
- [de zus] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de zus;
- [belanghebbende 1] ,
wonende te [woonplaats] ;
- [belanghebbende 2] ,
wonende te [woonplaats] ;
- [belanghebbende 3] ,
wonende te [woonplaats] ;
- [belanghebbende 4] ,
wonende te [woonplaats] .
Als informant is aangemerkt:
[de beoogd bewindvoerder] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de beoogd bewindvoerder.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

Het hof verwijst voor het verloop van de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 14 februari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Betrokkene is op 23 april 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
2.2
Van de zijde van betrokkene is op 17 oktober 2025 het procesdossier uit eerste aanleg nagestuurd en op 13 januari 2026 nog een e-mail met bijlage bij het hof ingekomen.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 14 januari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en door [doventolk] , doventolk;
- de curator, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger namens de curator] ;
- de zus;
- de beoogd bewindvoerder, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger namens de beoogd bewindvoerder] .
Bijzondere toegang is verleend aan de tante van betrokkene, [de tante] .

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren op [geboortedatum] .
3.2
Bij beschikking van 6 oktober 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Den Haag betrokkene op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele gesteld, met benoeming van [de curator] , tot curator. Op dit moment is [de curator] curator.
3.3
Bij beschikking van 11 oktober 2023 heeft de kantonrechter in de rechtbank Den Haag het verzoek van de zus tot opheffing van de curatele dan wel ontslag/benoeming van de curator afgewezen, en de echtgenoot van de zus in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

4.Waar de zaak over gaat

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van betrokkene om de curatele om te zetten naar bewind en mentorschap, met als bewindvoerder [eerder beoogde bewindvoerder] en als mentor de zus, afgewezen.
4.2
Betrokkene verzoekt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, alsnog rechtdoende, de curatele op te heffen en [de curator] te ontslaan als curator en onmiddellijk aansluitend een bewind in te stellen over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan betrokkene en tot bewindvoerder te benoemen de beoogd bewindvoerder, en onmiddellijk aansluitend aan de opheffing curatele en instelling van het bewind een mentorschap in te stellen ten behoeve van betrokkene, met benoeming van een (familie)mentor, namelijk de zus.
4.3
De curator heeft het hof ter zitting verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Wettelijk kader
5.1
Op grond van artikel 1:378 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
5.2
Op grond van artikel 1:389 lid 2 BW Pro kan de rechter de curatele opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken.
Standpunten
5.3
De advocaat van betrokkene stelt dat het beter gaat met betrokkene. Een vorm van bescherming is nog altijd nodig, maar er kan, en daarom moet, met een lichter middel dan een ondercuratelestelling worden volstaan. Betrokkene heeft geen schulden en slechts een keer een bekeuring gehad wegens zwartrijden, omdat er geen tegoed op zijn ov-chipkaart bleek te staan. Volgens de wet heeft een mentor uit de familie de voorkeur en betrokkene wil heel graag dat de zus zijn mentor wordt. Zij doet het in feite eigenlijk al jaren en het is beter om dit te formaliseren, omdat zij nu geen informatie krijgt van instanties. Binnen de familie van betrokkene is geen strijd, dus dit is ook geen reden om niet een familielid als mentor te benoemen.
5.4
Betrokkene heeft zelf tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij wil dat de zus het geld gaat regelen. Zij neemt hem mee met vakantie en koopt dingen voor hem, want hij heeft zelf maar weinig geld. Toen zijn moeder op sterven lag, deed hem dit heel veel pijn en is hij gaan drinken. Nu gaat het veel beter met hem.
5.5
De curator stelt dat curatele de beste bescherming biedt aan betrokkene. Hij is bij betrokkene op bezoek geweest toen het verzoek was gedaan tot omzetting van de curatele naar mentorschap en bewind. Toen is gebleken dat het beter is om de ondercuratelestelling te handhaven. De curator stelt ook vraagtekens bij de wens van betrokkene. Waar familieleden bij zijn, zegt hij het een en als zij er niet bij zijn, zegt hij iets anders. Het is lastig manoeuvreren voor de curator, omdat hij de familie van betrokkene niet tegen de schenen wil schoppen, maar het gaat uiteindelijk om het belang van betrokkene. Er is weinig budget beschikbaar door het verblijf in de instelling, maar de kosten van de curatele worden voldaan uit daartoe aangevraagde bijzondere bijstand.
5.6
De zus stelt dat betrokkene in een schuldsaneringstraject zat en onder bewind was gesteld en dat dit zonder medeweten van de familie is omgezet in een ondercuratelestelling. Toen de moeder overleed, dronk betrokkene en was hij heel verdrietig. Nu gaat het heel goed met hem en komt hij zijn kamer uit.
Oordeel hof
5.7
Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen en overweegt daartoe als volgt. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat betrokkene niet voldoende in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Als gevolg van zijn blijvende lichamelijke en geestelijke toestand is hij – zoals ook het hof op de zitting heeft kunnen vaststellen – zeer kwetsbaar en in het geheel niet zelfredzaam. Hij woont in de begeleide woonlocatie [woonlocatie] . De curator heeft naar aanleiding van het verzoek een professionele inschatting gemaakt van de benodigde maatregel en daarbij gelet op onder meer zelfredzaamheid, IQ en sociale vaardigheden. Net als de curator acht het hof de meest vergaande vorm van bescherming die uitgaat van de maatregel van curatele dan ook passend en geboden. Het hof neemt daarbij ook in aanmerking dat de curatele destijds op verzoek van betrokkene zelf samen met de [zorginstelling] [woonlocatie] is ingesteld. Verder neemt het hof in overweging dat er in het verleden van betrokkene sprake is geweest van financiële problemen en zelfs van een schuldsanering, waarvan voor het hof de oorzaak niet te achterhalen is. Onvoldoende onderbouwd is dat nu volstaan kan worden met een lichtere vorm van bescherming van betrokkene. Het feit dat het beter gaat met betrokkene in die zin dat hij niet meer (zoveel) drinkt en opgewekter is dan voorheen acht het hof, met de curator, niet voldoende (relevant) voor de opheffing van de curatele. Voor zover er bij de familie vragen of zorgen bestaan over het financieel beheer, overweegt het hof nog dat – nog afgezien van het feit dat er geen verzoek is gedaan om een andere curator te benoemen – van onregelmatigheden niet is gebleken en dat de curator ter zake het financiële beheer voorts jaarlijks rekening en verantwoording moet afleggen aan de kantonrechter. Het hof stelt ten slotte vast dat voor de kosten van de curator bijzondere bijstand wordt verleend en deze derhalve niet in mindering komen op het vermogen van betrokkene, zodat ook dit niet kan meewegen ten gunste van een opheffing van de curatele.
5.8
Gelet op voormelde feiten en omstandigheden is niet gebleken dat de gronden voor de ondercuratelestelling niet langer aanwezig zijn en de noodzaak voor een curatele niet langer bestaat. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook bekrachtigen. Het hof stelt verder vast dat betrokkene veel steun en hulp krijgt van familie en in het bijzonder van de zus. Het hof acht het daarom in het belang van betrokkene dat de curator de zus in het vervolg op de hoogte houdt en informeert over (te nemen beslissingen ter zake van) de verzorging van betrokkene.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.F. Mollema, E.B.J. van Elden en J.M. van de Poll, bijgestaan door mr. A.C. van Waning als griffier, en is op 25 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.