ECLI:NL:GHDHA:2026:254
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot omzetting curatele in bewind en mentorschap afgewezen wegens blijvende kwetsbaarheid betrokkene
Betrokkene is sinds 6 oktober 2021 onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Na een eerdere afwijzing van verzoeken tot opheffing van de curatele door de rechtbank, verzocht betrokkene het hof om de curatele om te zetten in bewind en mentorschap, met benoeming van een beoogd bewindvoerder en zijn zus als mentor.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene dat het beter met hem gaat, maar dat hij nog steeds bescherming nodig heeft. De curator stelde dat de curatele de beste bescherming biedt, gezien de kwetsbaarheid en beperkte zelfredzaamheid van betrokkene. De zus benadrukte dat betrokkene vooruitgang heeft geboekt, maar dat de curatele zonder familieoverleg was ingesteld.
Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen en dat de meest vergaande vorm van bescherming, de curatele, passend en geboden blijft. Het feit dat betrokkene minder drinkt en opgewekter is, is onvoldoende reden voor opheffing. Ook is geen sprake van onregelmatigheden in het financiële beheer. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en benadrukt het belang dat de curator de zus blijft informeren over verzorgingsbeslissingen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omzetting van curatele in bewind en mentorschap af en bekrachtigt de curatele vanwege de blijvende kwetsbaarheid van betrokkene.