Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 28 juni 2024, waarmee Allianz in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2024 (hierna ook: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven van Allianz, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Fatum.
3.Feitelijke achtergrond
Terwijl bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de [naam bedrijf 1] BV door zijn werknemers deed verrichten in een bedrijf of inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan, gevaar ontstond voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die werknemers, heeft de werkgever geen doeltreffende maatregelen genomen ter voorkoming van dat gevaar. Dit is een overtreding van artikel 10 Arbeidsomstandighedenwet (…).
C. Welke rol/invloed kan aan wie worden toebedeeld?
2.1 Verzekerd is aansprakelijkheid van de verzekerden overeenkomstig de voorwaarden die behoren bij de in de polis van toepassing verklaarde rubrieken (…)
4.Procedure bij de rechtbank
5.Geschil in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleiding
veroorzaakt met of door het object”. De verzekerde objecten van [naam bedrijf 1] staan gespecifieerd op de polis en betreffen onder meer de shovel, de tractor en de strolegmachine, die op 18 april 2014 zijn gebruikt bij het uitvoeren van de opdracht tot levering van de strobalen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de woorden “
veroorzaakt met of door het object”. Volgens Allianz moet het gaan om het gebruik van een verzekerd object in die zin dat de schade het gevolg moet zijn van een gebrek van het verzekerde object of van een stuur- of regiefout als gevolg waarvan met het object – in de rol van instrument – schade is aangericht. Fatum daarentegen gaat uit van een ruimere uitleg. Dekking onder de WLM-polis is er volgens Fatum als het verzekerde object een onmisbare schakel vormt voor het intreden van schade; de WLM-polis biedt volgens haar ook dekking als de schade is veroorzaakt doordat van het verzekerde object gebruik is gemaakt zonder dat de oorzaak in of op het object zelf is gelegen. Daarbij voert Fatum aan, met een beroep op het rapport van [naam 3], dat meerdere bij Allianz verzekerde objecten van [naam bedrijf 1] een bijdrage hebben geleverd in het doen ontstaan van het ongeval.
veroorzaakt met of door het object” in artikel 10.1 van de WLM-polisvoorwaarden zo uit dat het moet gaan om verwezenlijking van het risico dat eigen is aan het gebruik van het object. De uitleg die Fatum voorstaat en erop neerkomt dat een
condicio sine qua non-verband tussen het ongeval en het gebruik van het verzekerde object voldoende is, is dus te ruim. Die uitleg zou ertoe leiden dat al dekking bestaat als op enig moment voorafgaand aan het voorvallen van de schade gebruik is gemaakt van verzekerde objecten, ook in gevallen waarin het risico dat eigen is aan het gebruik daarvan zich niet heeft verwezenlijkt. Deze uitleg gaat voorbij aan de aard en strekking van de WLM-polis, zoals hiervoor uiteen is gezet.
Ten eerste is de schade veroorzaakt met of door een motorrijtuig. Het risico dat eigen is aan het gebruik van (het hefmechanisme van) de heftruck heeft zich in dit geval verwezenlijkt waardoor het motorrijtuig een feitelijk onmisbare schakel was in het schadeveroorzakend evenement.”De conclusie dat sprake is van een feitelijk onmisbare schakel wordt aldus gekoppeld aan de vaststelling dat het risico dat eigen is aan het gebruik van het betreffende werkmateriaal zich heeft verwezenlijkt. Ook volgens de Geschillencommissie gaat het dus om de vraag of van die verwezenlijking sprake is.
condicio sine qua non-verband tussen het gebruik van deze verzekerde objecten en de - uiteindelijke - schade. Dit volgt ook uit het rapport van [naam 3], waarin is omschreven dat elke (risicovolle) handeling op zich een blijvende rol tot het ongeval heeft gespeeld (zie onder 3.6). Zoals het hof hiervoor heeft overwogen, is een dergelijk (minimaal) verband echter onvoldoende om te concluderen dat de schade is veroorzaakt met of door deze objecten in de zin van de WLM-polis. Deze schade is met andere woorden in redelijkheid niet meer te beschouwen als een gevolg van het gebruik van genoemde verzekerde objecten (vgl. HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1523, rov. 3.3). Dit geldt dus ook voor het door Fatum gestelde te vol beladen van de aanhangwagen met de shovel en het daarmee gaan rijden met de tractor. Dat was wellicht anders geweest als bijvoorbeeld de strolegmachine verkeerd was gebruikt en daarmee te veel druk op de strobalen was uitgeoefend, maar dat heeft Fatum niet gesteld en blijkt ook niet uit de overgelegde rapportages.
.
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2024;
- verklaart voor recht dat Fatum volledig draagplichtig is voor de aan de erven van [naam 1] uitgekeerde schadevergoeding en de met het schaderegelingstraject gemoeide kosten;
- veroordeelt Fatum tot betaling aan Allianz van in totaal € 1.470.145,93, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling van de betreffende bedragen;
- veroordeelt Fatum in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Allianz begroot op € 17.365,42, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Fatum deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt Fatum in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Allianz begroot op € 25.870,42, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Fatum deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als Fatum niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Fatum de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 90,00, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Fatum deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald.
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.