ECLI:NL:GHDHA:2026:233

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
22-003417-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 categorie III onder 1 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor gewelddadige ripdeal met vuurwapen onder politiefunctionarissen

Op 18 juni 2024 pleegde de verdachte in Rotterdam een gewelddadige ripdeal waarbij hij samen met een medeverdachte onder bedreiging van een vuurwapen een vuurwapen afnam van twee undercover politiefunctionarissen. De transactie vond plaats op een parkeerplaats en werd gekenmerkt door het dreigen met een geladen pistool en het eisen van het teruggeven van het geleverde wapen.

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden tenuitvoer gelegd. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het onderzoek van de rechtbank en de behandeling in hoger beroep zorgvuldig gewogen.

De advocaat-generaal vorderde bevestiging van de straf en toewijzing van de schadevergoedingsvorderingen. Het hof heeft de argumenten van de verdediging inzake strafmaat overwogen, maar geen aanleiding gezien om de straf te verminderen. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en legt dezelfde straf op.

De zaak betreft ernstige gewelds- en wapenfeiten tegen opsporingsambtenaren, gepleegd in een beperkte ruimte, waarbij de verdachte onder dreiging met een vuurwapen handelde. Het hof acht de bewezenverklaring en strafoplegging passend en rechtvaardig.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor gewelddadige ripdeal met vuurwapen tegen politiefunctionarissen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003417-24
Parketnummers: 10-200272-24 en 10-326242-21 (TUL)
Datum uitspraak: 19 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
thans gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep en is de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2022, met parketnummer
10-326242-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten de parkeerplaats Entrepot, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld de opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft gedwongen tot afgifte van een vuurwapen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of een derde toebehoorde(n) door
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op korte afstand door te laden en/of (vervolgens) te richten op die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of gericht te houden, en/of
- ( daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te zeggen: “Luister of ik schiet jullie kankerdood.”, en/of “Hij is geladen, ik heb net drie jaar gezeten en ik ga zo weer zitten.” en/of “Geef me het vuurwapen dat tussen je benen ligt”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten de parkeerplaats Entrepot, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 50 EUR, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan opsporingsambtena(ar)en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op korte afstand door te laden en/of (vervolgens) te richten op die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of gericht te houden,
- ( daarbij) dreigend tegen die opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te zeggen: “Geef dat ding terug” en/of “Luister of ik schiet jullie kankerdood”, en/of “Hij is geladen, ik heb net drie jaar gezeten en ik ga zo weer zitten” en/of ” Wat heb je nog meer? Laat geld zien”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of
- ( vervolgens) een geldbedrag van 50 EUR uit de tas van die opsporingsambtena(e)r(en) [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] te pakken;
3.
hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, model 19 Gen 5, kaliber 9 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, heeft overgedragen;
4.
hij op of omstreeks 18 juni 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapens in de zin van artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder Pro 3 van die wet,
- van het merk Glock, model 19 Gen 5, kaliber 9 mm,
- van het merk Glock, model 45, kaliber 9 mm,
- daarbij voor dat/die vuurwapen(s) geschikte munitie, en/of
- een verlengde patroonhouder,
voorhanden heeft gehad;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van een schadevergoedings-maatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2022 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.
Het hof heeft goede nota genomen van hetgeen de raadsman namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de strafmaat naar voren heeft gebracht. Dit alles heeft het hof echter niet gebracht tot het opleggen van een lagere gevangenisstraf aan de verdachte dan in eerste aanleg is opgelegd.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. C. Fetter, als voorzitter, en mr. G.C. Haverkate en
mr. F. Pouleijn, leden, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 februari 2026.