Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het hoger beroep
3.De beslissing
- stelt vast dat na de beëindiging van de schuldsanering geen aanleiding bestaat voor het intreden van de staat van faillissement van [appellante] van rechtswege;
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 maart 2026, voor zover daarin is uitgegaan van het intreden van het faillissement van [appellante] van rechtswege en een rechter-commissaris en curator zijn benoemd en een postblokkade is ingesteld;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige.