Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Maatschap Dirk,
Duricha B.V.,
1.Procesverloop
Verschenen zijn:
- mr. B.J. van Egmond;
- mr. J. Smael; en
- de curator.
2.Beoordeling van het hoger beroep
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de comi van Trading Line in Nederland ligt. Zij heeft daartoe aangevoerd dat Trading Line een managementholding is die gevestigd is in Zwijndrecht en onderdeel uitmaakt van de Trading Line Groep (hierna: TL Groep) die scheepvaartactiviteiten ontplooit in Roemenië. Trading Line is op 22 april 2024 geldleningsovereenkomsten aangegaan met Maatschap Dirk c.s. om activiteiten te ontplooien binnen de TL Groep. Volgens Trading Line wisten Maatschap Dirk c.s. ten tijde van het tekenen van de geldleningsovereenkomsten dat Trading Line feitelijk vanuit Roemenië werd bestuurd en geëxploiteerd. De schepen en duwbakken van de TL Groep werden en worden daar ingezet, de communicatie verliep vanuit Roemenië, de huur werd aan Roemeense groepsvennootschappen gefactureerd en de bestuurder/aandeelhouder [bestuurder] woont daar.
subborrower) inmiddels schuldenaar. In art 2.1 van de overeenkomsten staat: “
On account of money loaned today from the Borrower as Sublender, the Subborrower owes the Lender the Loan”. Dat haar bestuurder heeft geprobeerd een regeling te treffen met Maatschap Dirk c.s. betekent volgens Trading Line niet dat zij de schuld heeft erkend. Die pogingen waren er slechts op gericht een faillissement te voorkomen.
Centrum van voornaamste belangen
Novo Banco) overwogen dat bij de bepaling van de betekenis en de draagwijdte van het begrip ‘centrum van de voornaamste belangen’ in artikel 3 van Pro de Verordening van essentieel belang is dat objectieve criteria worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid aangaande de vaststelling van de bevoegde rechter worden gewaarborgd (rov. 20) en dat met het gebruik van door derden verifieerbare objectieve criteria om het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar te bepalen, het mogelijk te maken het forum te bepalen waarmee de schuldenaar een hechte band heeft en zo te beantwoorden aan de legitieme verwachtingen van de schuldeisers (rov. 21). ‘Bijgevolg moet het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar worden bepaald na een globale beoordeling van alle door derden – inzonderheid door de schuldeisers – verifieerbare objectieve criteria die de daadwerkelijke plaats kunnen bepalen waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert’ (rov. 22).