Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
2.Stichting Molenaarspensioenfonds,gevestigde te Amsterdam,
1.Unirice B.V.,gevestigd te Capelle aan den IJssel,
Unirice Group B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
3.TRC Unirice Nederland B.V.,gevestigd te Rotterdam,geïntimeerde sub 3,
- het exploot van 2 september 2025 waarmee Stichting MPF is opgeroepen in dit geding te verschijnen;
- de memorie van antwoord van Stichting MPF;
- de memorie van antwoord na voeging van TRC Unirice Nederland;
- de memorie van antwoord na voeging van Unirice en Unirice Group.
30 november 2018 onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van het bedrijfstakpensioenfonds Stichting MPF vielen. Met de
grieven 1 tot en met 4heeft [appellant] betoogd dat dit het geval is.
“betrokken”zijn in de zin van de verplichtstelling. Dit geldt met name het aannemen van telefoongesprekken, het inboeken en betaalbaar stellen van facturen, de salarisadministratie, inkoop van materialen en verantwoordelijkheid voor hygiëne en controles. Zonder deze werkzaamheden kan de rijstbewerking niet plaatsvinden, deze functies zijn dus dienstbaar aan het productieproces, aldus nog steeds Stichting MPF.
“op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn van een onderneming die zich uitsluitend of in hoofdzaak beweegt in de Graanbe - en verwerkende industrie [..], waaronder wordt verstaan: a. de be- en verwerking van granen, landbouwzaden en/of peulvruchten".Daarbij is bepaald dat
"Voor wat betreft de term ‘in hoofdzaak’ geldt dat deze geacht wordt van toepassing te zijn als ten minste de helft van de werknemers van de desbetreffende onderneming bij de omschreven bedrijfsactiviteiten is betrokken."
“betrokken”betekent. Dit vergt de uitleg van het verplichtstellingsbesluit, in het bijzonder de werkingssfeerbepaling.
“andere gronden”– het hof begrijpt: dan de betrokkenheid van de werknemers – te concluderen dat de onderneming in kwestie zich uitsluitend of in hoofdzaak beweegt in de graan be- dan wel verwerkende industrie, bijvoorbeeld omdat deze haar omzet uitsluitend of in hoofdzaak uit die activiteiten genereert (r.o. 4.16). Het hof gaat hier niet in mee. Uit de tekst van het verplichtstellingsbesluit is deze ruimte voor andere gronden niet af te leiden. Het hof ziet verder ook niet in dat de toepassing van andere gronden nodig is om onaannemelijke rechtsgevolgen te voorkomen.
“betrokken”bij
“de omschreven bedrijfsactiviteiten”, en wel om de volgende redenen.
zelfrijst bewerken. Als dat de bedoeling was geweest had het voor de hand gelegen dat er dan (eenvoudigweg)
“bewerken”in plaats van
“betrokken (…) bij de omschreven bedrijfsactiviteiten”had gestaan. Dit is niet het geval en daarmee een duidelijke aanwijzing dat met
“betrokken (…) bij de omschreven bedrijfsactiviteiten”meer wordt bedoeld dan het zelf bewerken van rijst.
dienstbaarzijn aan (de bedrijfsactiviteit van) het bewerken van rijst. Een andere uitleg zou meebrengen dat in een bedrijf waarvan de activiteiten zijn beperkt tot de handel in rijst, en dan alleen in rijst die in dat bedrijf zelf is bewerkt, maar waarbij de meerderheid van de werknemers deze bewerking niet zelf verricht, niet onder de werkingssfeer zou vallen. Dat is een onaannemelijk rechtsgevolg, omdat daarmee de aard van het bedrijf – en daarop is de werkingssfeer gericht – zou worden miskend [1] .
Uniricewas vanaf haar oprichting in 2001 tot 30 april 2013 exploitant.
TRCexploitant, op basis van een leaseovereenkomst van de activa met Unirice Beleggingen en Beheer B.V. (hierna: UBB). TRC had geen werknemers in dienst. Omdat TRC geen procespartij in hoger beroep is, zijn haar activiteiten verder niet relevant.
TRC Nederlandis op 1 mei 2014 opgericht en een 100% dochteronderneming van TRC. De werknemers die voorheen bij Unirice in dienst waren, zijn met ingang van 1 mei 2014 bij TRC Nederland in dienst getreden. Vanuit TRC Nederland hebben deze werknemers in de periode tussen 1 mei 2014 en
1 mei 2018 werkzaamheden verricht op de productiefaciliteit. Het ter beschikking stellen van deze arbeidskrachten is de enige activiteit van
TRC Nederland geweest. Voor het overige hebben vanuit TRC Nederland geen bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden.
1 mei 2013. [appellant] – op wie ter zake de stelplicht en bewijslast rusten – heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat Unirice geen exploitant meer was in de periode na 30 april 2013.
opnieuw rechtdoende:
- verklaart voor recht dat Unirice onder de verplichtstelling viel voor de periode van 1 september 2008 tot 1 mei 2013;
- compenseert de proceskosten van beide instanties, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af wat meer of anders is gevorderd.