Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Interfund SICAV,
Fideuram Asset Management (Ireland) Limited,
1.Petróleo Brasileiro s.a. - Petrobras,
Petrobras International Braspetro B.V.,
Petrobras Global Finance B.V.,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 29 januari 2025, waarmee de Stichting in hoger beroep is gekomen van het eindvonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 oktober 2024;
- de incidentele memorie tot voeging van de Beleggers, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in de incidenten tot niet-ontvankelijkverklaring en voeging van de Stichting, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging van Petrobras, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging van PIB en PGF, met bijlagen.
3.Achtergrond van het incident
4.De vordering in het incident
5.Het verweer in het incident
6.Beoordeling van de vordering in het incident
Internationale rechtsmacht
Arbitrageprocedure
7.Beslissing
- wijst de vordering van de Beleggers af;
- veroordeelt de Beleggers in de kosten van dit incident, aan de kant van Petrobras tot op heden begroot op € 1.290,- (1 punt × tarief II), vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als de Beleggers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- bepaalt dat als de Beleggers niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak hebben voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, de Beleggers de kosten van die betekening moeten betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als de Beleggers deze niet binnen veertien dagen na betekening hebben voldaan;
- verklaart de veroordeling tot betaling van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 30 juni 2026 voor arrest in het ontvankelijkheids-incident dat is ingesteld door PIB en PGF;
- houdt iedere verdere beslissing aan.