Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1963

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
22-001138-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 5a WVWArt. 8 WVWArt. 175 WVWArt. 9 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens roekeloos rijden onder invloed met ernstig verkeersongeval

Op 14 januari 2023 reed de verdachte in Boskoop met een snelheid tot 174 km/u op een weg waar 50 km/u was toegestaan, terwijl hij onder invloed was van alcohol. Hierdoor botste hij met de bedrijfsauto van het slachtoffer, die letsel opliep waardoor hij tijdelijk zijn werkzaamheden niet kon uitvoeren.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 14 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een rijontzegging van 3 jaar. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de verdachte zich roekeloos had gedragen door de verkeersregels ernstig te schenden, met name door de hoge snelheid en alcoholgebruik.

Het hof sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde zwaar lichamelijk letsel, omdat het letsel van het slachtoffer niet als zodanig kon worden aangemerkt. De straf werd vastgesteld op 8 maanden gevangenisstraf waarvan 5 maanden voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen werden meegewogen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf deels voorwaardelijk, 240 uur taakstraf en 3 jaar rijontzegging wegens roekeloos rijden onder invloed met ongeval.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001138-25
Parketnummer: 09-150070-23
Datum uitspraak: 16 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag, gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 14 januari 2023 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, Laag Boskoop zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- te rijden met een snelheid van meer dan 170 km/u terwijl ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/u gold, althans te rijden met een voor de situatie (veel) te hoge snelheid; - te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol die hoger is gelegen dan de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol (515 microgram per liter uitgeademde lucht);
- niet tijdig af te remmen en/of tot stilstand te komen en/of tijdig uit te wijken en/of
- ( vervolgens) in botsing te komen met een ander voertuig,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten cognitieve klachten, duizeligheid, hoofd-/nekklachten, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 januari 2023 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn als
bestuurder van een voertuig (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ),
daarmee rijdende op de weg, Laag Boskoop, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen
dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- te rijden met een snelheid van meer dan 170 km/u terwijl ter plaatse een maximum
snelheid van 50 km/u gold, althans te rijden met een voor de situatie (veel) te hoge
snelheid;
- te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol die hoger is gelegen dan de
wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol (515 microgram per liter uitgeademde
lucht);
- niet tijdig af te remmen en/of tot stilstand te komen en/of tijdig uit te wijken en/of
- ( vervolgens) in botsing te komen met een ander voertuig,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 januari 2023 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn als
bestuurder van een voertuig (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ),
daarmee rijdende op de weg, Laag Boskoop, dit voertuig heeft bestuurd
- te rijden met een snelheid van meer dan 170 km/u terwijl ter plaatse een maximum
snelheid van 50 km/u gold, althans te rijden met een voor de situatie (veel) te hoge
snelheid;
- te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol die hoger is gelegen dan de
wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol (515 microgram per liter uitgeademde
lucht);
- niet tijdig af te remmen en/of tot stilstand te komen en/of tijdig uit te wijken en/of
- ( vervolgens) in botsing te komen met een ander voertuig,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 14 januari 2023, te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, als bestuurder van een motorrijtuig, (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 515 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Nadere bewijsoverweging feit 1 primair

Het hof stelt – met de rechtbank – op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen het volgende vast.
Feitelijke toedracht
Op 14 januari 2023 heeft de verdachte na fors gebruik van alcohol een personenauto
bestuurd. Hij heeft met een snelheid die opliep tot 174 km/u, terwijl ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/u gold, gereden over de weg, Laag Boskoop. [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) kwam met zijn bedrijfsauto vanuit een uitrit rijden en sloeg linksaf het Laag Boskoop op. De verdachte is vervolgens met zijn personenauto tegen de bedrijfsauto van [slachtoffer] aangereden, waardoor de bedrijfsauto doormidden is gebroken.
Aan zijn schuld te wijten
Om tot bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (hierna:
WVW), is onder meer vereist dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te
wijten is. Dat betekent in de eerste plaats dat er een causaal verband moet bestaan tussen de
gedragingen van de verdachte en het ongeval. Dat is naar het oordeel van het hof hier
het geval. Uit een datarecorder in de auto van de verdachte volgt dat de verdachte de
maximumsnelheid met meer dan l20 km/u heeft overschreden. Hij reed op een smalle weg
waar meerdere uitritten op uitkomen. Daarmee heeft hij met een voor de situatie ter plaatse veel te hoge snelheid gereden. Dat had tot gevolg dat hij met zijn personenauto in botsing is
gekomen met de bedrijfsauto van [slachtoffer] . Aannemelijk is dat de mate van alcoholintoxicatie
daaraan heeft bijgedragen. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcohol het
inschattings- en reactievermogen vermindert.
In de tweede plaats moet de verdachte ten aanzien van het verkeersongeval een
schuldverwijt kunnen worden gemaakt. Schuld, in juridische zin, kan bestaan in
verschillende gradaties: van aanmerkelijk onvoorzichtig tot roekeloos, wat geldt als de
zwaarste vorm van schuld. Die zwaarste schuldvorm is (ook) ten laste gelegd en het hof zal dus moeten beoordelen of daarvan sprake is.
Roekeloosheid
Met de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten heeft
de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan
willen verbreden. Daartoe is in artikel 175 WVW Pro, dat de strafbepaling van artikel 6 WVW Pro bevat, aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid
in elk gevalsprake is als het
gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt.
Het hof begrijpt deze bepaling zo, dat zij dient te beoordelen of het gedrag van de
verdachte dat heeft geleid tot het aan zijn schuld te wijten ongeval, ook voldoet aan de
delictsomschrijving van artikel 5a, eerste lid, WVW. Is dat het geval, dan bestaat de schuld
daarmee in roekeloosheid.
Artikel 5a WVW
Het hof dient te beoordelen of de verdachte met het hiervoor vastgestelde verkeersgedrag
dat heeft geleid tot het ongeval (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in
ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar
was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
a. a) De verkeersregels
Het hof heeft reeds vastgesteld dat de verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden.
Deze gedraging is in artikel 5a, eerste lid, WVW uitdrukkelijk benoemd als voorbeeld van
het schenden van de verkeersregels. Daarnaast verkeerde de verdachte in een toestand als bedoeld in artikel 8 WVW Pro; hij was immers onder invloed van alcohol. Deze gedraging is in
het tweede lid van artikel 5a WVW opgenomen en dient mede in aanmerking genomen te
worden. De verdachte heeft derhalve de verkeersregels geschonden, als bedoeld in dat artikel.
b) In ernstige mate
Artikel 5a WVW heeft alleen betrekking op ernstig verkeersgevaarlijk gedrag. Gekeken
moet worden naar het samenstel van de gedragingen van de verdachte, waarbij alle
omstandigheden in ogenschouw worden genomen.
De verdachte heeft de op het Laag Boskoop geldende maximumsnelheid in ernstige mate
overschreden. De snelheid van de verdachte kon worden uitgelezen uit een datarecorder van zijn auto. Deze heeft onder meer de snelheid van de verdachte in de laatste vijf seconden tot de aanrijding vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verdachte gedurende meerdere seconden met een snelheid van boven de 150 km/u heeft gereden: vijf seconden voor de aanrijding reed de verdachte met zijn auto 152 km/u, oplopend tot 174 km/u, de snelheid 1,6 seconden voor de aanrijding. Daaraan voorafgaand heeft de verdachte, om de eerst uitgelezen snelheid van 152 km/u te bereiken, ook de maximumsnelheid overschreden. Op basis hiervan stelt het hof vast dat de verdachte op het Laag Boskoop de maximumsnelheid zeer fors heeft overschreden, in ieder geval in de laatste vijf seconden oplopend tot meer dan 120 km/u te hard.
Daarbij komt dat ook de alcoholinname fors is geweest. De verdachte had bijna
tweeëneenhalf keer zoveel gedronken als is toegestaan (te weten 515 ug/l alcohol per
liter uitgeademde lucht waar maximaal 220 ug/1 alcohol per liter uitgeademde lucht is
toegestaan).
Op het moment dat de verdachte onder invloed én met een enorme snelheid in zijn auto
reed, waren er bovendien omstandigheden die naar het oordeel van het hof aanleiding gaven tot extra oplettendheid en voorzichtigheid. Het was ten tijde van het ongeval (rond 18.30 uur) donker en het wegdek was nat. Bovendien bestaat het Laag Boskoop uit één rijbaan bestemd voor verkeer in beide richtingen en fietsstroken aan weerszijden. Het Laag Boskoop bevat voorts vele uitritten en er staan aan weerszijden bomen en beplanting. Een en ander moet bij de verdachte ook bekend zijn geweest, gelet op zijn verklaring dat hij in de buurt woont. Kortom, een donkere, natte, smalle weg, waarop het gezien het tijdstip niet ondenkbaar is dat er met regelmaat verkeer vanuit de uitritten komt. Door aldaar te rijden zoals de verdachte daar in de hiervoor genoemde omstandigheden heeft gedaan, is naar het oordeel van het hof sprake van het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.
c) Opzettelijk
Het opzet van de verdachte moet zowel gericht zijn geweest op het schenden van de
Verkeersregels, als op het in ernstige mate schenden van die regels. Bij het antwoord op de
vraag of sprake was van opzet op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels
moeten de aard en het samenstel van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze
werden verricht en alle overige feitelijke omstandigheden van het geval in ogenschouw
worden genomen. Daaruit moet kunnen worden afgeleid dat de gedragingen, in samenhang
bezien, naar hun uiterlijke verschijningsvorm op opzettelijke ernstige schending van de
verkeersregels gericht zijn geweest.
Het hof is van oordeel dat het gedurende langere tijd rijden met een veel te hoge
snelheid niet anders dan opzettelijk kan worden gedaan. De verdachte is degene die het
gaspedaal van zijn auto fors heeft ingetrapt (in de vastgelegde periode voor minimaal 80%) en die de buitengewoon hoge snelheid met zijn auto bereikt heeft. Ook voor het besturen van een personenauto na gebruik van alcohol, geldt dat de verdachte dit opzettelijk heeft gedaan. De verdachte heeft immers, voordat hij de keuze maakte om in de auto te stappen en te gaan rijden, op de voetbalvereniging en bij een tennistoernooi een aantal biertjes gedronken. De gereden snelheid en het drinken van alcohol is een bewuste keuze. Naar het
oordeel van het hof zijn de hierboven vermelde gedragingen, in samenhang bezien,
naar hun uiterlijke verschijningsvorm derhalve gericht geweest op opzettelijke ernstige schending van de verkeersregels.
d) Gevaar te duchten
Om vast te stellen dat gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of leven van anderen te duchten
was, moet het gevaar ten tijde van het handelen naar algemene ervaringsregels voorzienbaar
zijn geweest. In zijn algemeenheid acht het hof het voorzienbaar dat door het verkeersgedrag van de verdachte, zoals dat hiervoor is benoemd, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar te duchten was. Het hof acht daarom bewezen dat hiervan sprake was.
Gezien het vorenoverwogene is het hof van oordeel dat het verkeersgedrag van de verdachte dat tot het ongeval heeft geleid, tevens kan worden aangemerkt als een overtreding van artikel 5a WVW. Daarmee heeft de verdachte de zwaarste vorm van schuld aan dat ongeval, namelijk roekeloosheid.
Zwaar lichamelijk letsel
De advocaat-generaal en de verdediging hebben zich op verschillende standpunten gesteld met betrekking tot de vraag of het door [slachtoffer] ten gevolge van het ongeval opgelopen letsel kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
Het hof beantwoordt deze vraag – anders dan de advocaat-generaal en met de verdediging – ontkennend.
Op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] ten gevolge van het verkeersongeval lichamelijke en cognitieve klachten heeft ontwikkeld.
Het hof is evenwel van oordeel dat deze klachten niet kunnen worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. De cognitieve klachten zijn naar het oordeel van het hof weliswaar een gevolg van het ongeval en langdurig van aard, maar kunnen niet als lichamelijk letsel worden aangemerkt, temeer nu op grond van de beschikbare (medische) gegevens in het dossier niet - althans niet met voldoende zekerheid - kan worden vastgesteld dat deze samenhangen met (al dan niet blijvend) hersenletsel. Voorts is het fysieke letsel niet van dien aard dat dit volgens de criteria van de Hoge Raad kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit bestanddeel. Wel acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat zodanig lichamelijk letsel aan [slachtoffer] is toegebracht, dat daaruit -minst genomen - tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Met vorenstaande overwegingen wordt overigens niet afgedaan aan de ernst van de gevolgen van het ongeval voor het slachtoffer, die ook blijken uit de ter terechtzitting door hem voorgedragen slachtofferverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op
of omstreeks14 januari 2023 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, Laag Boskoop zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos
, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- te rijden met een snelheid van meer dan 170 km/u terwijl ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/u gold
, althans te rijden met een voor de situatie (veel) te hoge snelheid; - te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol die hoger is gelegen dan de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol (515 microgram per liter uitgeademde lucht);
- niet tijdig af te remmen en
/oftot stilstand te komen en
/oftijdig uit te wijken en
/of
-
(vervolgens
)in botsing te komen met een ander voertuig,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel, te weten cognitieve klachten, duizeligheid, hoofd-/nekklachten, ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8,
eerste,tweede,
derde, vierde of vijfdelid van de Wegenverkeerswet 1994;
2.
hij op
of omstreeks14 januari 2023, te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, als bestuurder van een motorrijtuig, (een personenauto Tesla met kenteken [kenteken] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 515 microgram
, in elk geval hoger dan 220 microgram,alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Hetgeen meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde leveren op:
eendaadse samenloop van
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van deze wet
en
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (515 microgram).

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een ernstig verkeersongeval veroorzaakt, met voor het slachtoffer ernstige lichamelijke en cognitieve klachten tot gevolg. De verdachte heeft ’s avonds op een smalle weg met meerdere uitritten, onder invloed van alcohol en met een uitzonderlijk hoge snelheid, namelijk 174 km/u waar een maximumsnelheid van 50 km/u was toegestaan, gereden. Hij is vervolgens in botsing gekomen met de bedrijfsauto van het slachtoffer die uit een uitrit gereden kwam. Dat de bedrijfsauto van het slachtoffer door de auto van de verdachte is geraakt op het punt nét achter de zitplaats van het slachtoffer, heeft gemaakt dat de gevolgen niet erger zijn geweest. Door zijn roekeloze rijgedrag heeft de verdachte als automobilist onaanvaardbare risico's genomen voor de verkeersveiligheid en heeft hij zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker zeer ernstig veronachtzaamd.
Bij dit alles dient ook in ogenschouw te worden genomen dat het verkeersongeval ook voor de verdachte gevolgen heeft (gehad). Zo lijdt de verdachte sinds het ongeval aan PTSS, angstklachten en aanhoudende spanningsproblematiek, waarvoor de verdachte sinds mei 2023 onder behandeling staat. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte spijt betuigd en was hij ook zichtbaar aangedaan. Hij heeft er blijk van gegeven in te zien welke verstrekkende gevolgen zijn verkeersgedrag voor anderen heeft gehad en nog steeds heeft.
De verdachte heeft zijn leven verder op orde. Hij heeft een baan en woont samen met zijn vrouw, waarmee hij twee kinderen heeft.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet voor andere strafbare feiten is veroordeeld.
Bij de bepaling van een passende strafmaat heeft het hof de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) behorend bij artikel 6 WVW Pro tot uitgangspunt genomen. Deze oriëntatiepunten hebben als doel vanuit het oogpunt van rechtseenheid een strafmaat te geven waarop de rechter zich kan oriënteren bij de oplegging van de straf.
Het hof is van oordeel dat de door de verdediging verzochte strafafdoening geen recht doet aan de ernst van de gedragingen van de verdachte. Wel vormen de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals reeds hiervoor uiteen gezet, alsmede het tijdsverloop en het gegeven dat het hof - anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal -niet bewezen acht dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel, voor het hof aanleiding om in voor de verdachte positieve zin van voormelde oriëntatiepunten af te wijken.
Het hof is - alles afwegende en vanuit in het bijzonder het oogpunt van generale preventie - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur en een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormen.
Het opleggen van een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen is geboden, enerzijds om recht te doen aan de ernst van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit en anderzijds om de veiligheid van overige verkeersdeelnemers te beschermen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
5 (vijf) maanden,
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Ontzegtde verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
3 (drie) jaren.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
1 (één) jaar,
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van den Hurk, als voorzitter, mr. R. Brand en mr. A.E. Harteveld, leden, in bijzijn van de griffier mr. M. Bazuin.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 juni 2026.