Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1904

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
22-000889-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep handel in cocaïne, heroïne, ketamine en witwassen

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens handel in harddrugs, bezit van ketamine zonder registratie en witwassen van circa 10.000 euro. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.

Het hof acht bewezen dat de verdachte zich gedurende ruim een jaar schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne en heroïne, en op de dag van zijn aanhouding aanzienlijke hoeveelheden MDMA, cocaïne en heroïne bij zich had. Daarnaast had hij zonder registratie ongeveer een kilogram ketamine in voorraad. Het contante geldbedrag van ruim 10.000 euro, aangetroffen tussen drugs in zijn woning, is volgens het hof afkomstig uit eigen misdrijf en witwassen.

De verdediging voerde aan dat het geld legaal spaargeld was, maar het hof achtte dit onaannemelijk gelet op de aard van de coupures en de omstandigheden van de vondst. De handel in crystal meth en MDMA werd niet bewezen verklaard. Het hof legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht en behandeling. De voorlopige hechtenis blijft geschorst onder voorwaarden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor handel in cocaïne, heroïne, bezit ketamine zonder registratie en witwassen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000889-25
Parketnummer: 09-185875-24
Datum uitspraak: 13 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1999,
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder oplegging van bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Tevens zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep en is verstaan dat de schorsing van de voorlopige hechtenis met ingang van datum vonnis eindigt.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2023 tot en met 5 juni 2024 te Nieuwkoop, althans in het arrondissement Den Haag en/of in Nederland, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (aan onder andere [getuige 1] en [getuige 2] ) en/of vervoerd een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of chrystal meth en/of heroïne, zijnde MDMA en/of cocaïne en/of chrystal meth en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.
hij op of omstreeks 5 juni 2024 te Nieuwkoop opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende
- MDMA (ongeveer 4555 pillen en/of 788 gram) en/of
- cocaïne (ongeveer 304,5 gram) en/of
- heroïne (ongeveer 28,1 gram) en/of
- chrystal meth (ongeveer 0,3 gram)
in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of heroïne en/of chrystal meth, zijnde MDMA en/of cocaïne en/of heroïne en/of chrystal meth (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.
hij op of omstreeks 5 juni 2024 te Nieuwkoop al dan niet opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 1037 gram van een werkzame stof te weten ketamine in voorraad heeft gehad.
4.
hij op of omstreeks 5 juni 2024 te Nieuwkoop, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp (contant geldbedrag van ongeveer 10.000 euro),
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp is/zijn en/of
- dit voorwerp heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Nadere bewijsoverweging

Feit 1
Het hof stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.
In maart 2024 is er informatie vanuit het Team Criminele Inlichtingen binnengekomen dat de bestuurder van een Toyota uit Nieuwkoop verschillende soorten drugs zou verkopen via het telefoonnummer [telefoonnummer] en dat uit onderzoek is gebleken dat met de bestuurder de verdachte wordt bedoeld. Volgens een melding in april 2024 zou op een parkeerplaats in Alphen aan den Rijn regelmatig worden gedeald vanuit een Toyota met het kenteken [kenteken 1] . Uit onderzoek is gebleken dat deze auto op naam was gesteld van de verdachte. Op grond van het voorgaande is de verdenking tegen de verdachte gerezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – de handel in drugs.
Uit onderzoek van de politie blijkt dat de verdachte de Toyota met het kenteken [kenteken 1] tot 25 april 2024 op zijn naam had staan en dat hij vervolgens een Fiat Punto met kenteken [kenteken 2] op zijn naam had staan. Uit de ANPR-gegevens van deze beide auto’s volgt dat met deze twee auto’s in een periode van drie maanden zeer vaak korte ritjes in en uit Alphen aan den Rijn zijn gereden.
Daarnaast hebben verbalisanten de verdachte op 8 mei 2024 en 5 juni 2024 geobserveerd. Uit de observatie op 8 mei 2024 volgt dat de verdachte meerdere kortstondige ontmoetingen heeft gehad met personen die de politie heeft omschreven als ‘junkachtige types’, met voor de politie ambtshalve bekende harddrugsgebruikers, waaronder harddrugsgebruiker [naam harddrugsgebruiker] , en ook bevond de verdachte zich in zijn auto in een omgeving waar drugsverslaafden worden opgevangen.
Tijdens de observatie op 5 juni 2024 is door verbalisanten gezien dat de verdachte in zijn auto van Alphen aan den Rijn naar Nieuwkoop rijdt en dat aldaar een korte ontmoeting tussen de verdachte en getuige [getuige 3] plaatsvindt. Kort hierna is deze getuige staande gehouden en om uitlevering van eventuele drugs gevraagd en heeft zij verklaard dat ze de twee gripzakjes met drugs in de middelconsole van haar auto had liggen.
Voorts stelt het hof vast dat de verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] en overweegt daartoe als volgt. Er is door de politie onderzoek gedaan naar de historische telefoongegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] in de periode van 20 november 2023 tot en met 18 april 2024. Hieruit blijkt een groot aantal belcontacten met personen van wie bij de politie bekend is dat zij verdovende middelen gebruiken. Uit de belcontacten met het bevraagde telefoonnummer blijkt dat getuige [getuige 1] 893 maal, getuige [getuige 2] 315 maal, getuige [getuige 4] 81 maal en getuige [getuige 5] 48 maal contact heeft met het bevraagde telefoonnummer. Voorts blijkt van een whatsappgeschiedenis in de periode van 27 november 2023 tot en met 4 maart 2024 tussen het betreffende telefoonnummer en eerdergenoemde [naam harddrugsgebruiker] , waarbij er op 62 dagen contact is geweest. De strekking van de berichten gaat over afspreken, tijdstippen, locaties, geld, bedragen en achterstanden in betaling. Het nummer [telefoonnummer] staat in de telefoon van [naam harddrugsgebruiker] opgeslagen als contact met de naam ‘ [naam] ’.
Getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 4] en [getuige 5] hebben verklaringen afgelegd. Door de verdediging is onvoldoende onderbouwd waarom deze getuigen onbetrouwbaar zouden zijn, zodat het hof deze verklaringen zal gebruiken voor het bewijs. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij enkel bij de verdachte drugs heeft gekocht en blijkens haar verklaring bij de politie op 3 juli 2024 was dit zeker sinds anderhalf jaar. Getuige [getuige 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij de verdachte heeft herkend als de persoon die bij hem drugs heeft afgeleverd en hij heeft op 10 juni 2024 bij de politie verklaard dat hij al een jaar lang drugs koopt bij de verdachte, die hij kent onder de naam ‘ [naam] ’. Ook getuigen [getuige 4] en [getuige 5] hebben de verdachte op een foto herkend als de persoon van wie zij drugs kochten. Uit de plaatsbepaling van het toestel waar het onderzochte telefoonnummer in zat, blijkt dat in de bevraagde periode het toestel tijdens het eerste en laatste telefonische contact meestal een zendmast aanstraalde in Nieuwkoop. De verdachte is woonachtig in Nieuwkoop.
Gelet op de omstandigheid dat al deze getuigen veel contacten hebben gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] , dat deze getuigen hebben verklaard dat zij van de verdachte drugs hebben gekocht of gekregen, waarbij getuige [getuige 1] nog heeft verklaard dat zij niet bij andere personen drugs heeft gekocht en de getuige [getuige 2] dat hij verdachte -overeenkomstig het opgeslagen contact bij [naam harddrugsgebruiker] - ‘ [naam] ’ noemt, stelt het hof vast dat de verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] . De inhoud van de gesprekken in combinatie met de vele korte telefoongesprekken wijzen naar het oordeel van het hof op de handel in drugs.
Op 5 juni 2024 is de woning van verdachte doorzocht. In de slaapkamer van de verdachte zijn een grote hoeveelheid drugs en gripzakjes, twee weegschalen met daarop witte residu, een schrift en een groot bedrag aan contant geld in kleine coupures en kleingeld aangetroffen. De inhoud van het schrift duidt naar het oordeel van het hof op het bijhouden van een administratie of kasboek met betrekking tot drugshandel. Ook is in de woning een Iphone 13 van de verdachte in beslag genomen, waarvan hij ter zitting in hoger beroep heeft verklaard dat dit zijn telefoon is. Hierin heeft de politie over periode van 29 februari 2024 tot en met 5 juni 24 screenshots in de map 'images' aangetroffen, waarop lijsten met data, berekeningen, namen, bedragen en een weegschaal met een zak poeder ernaast te zien zijn. Het hof heeft bovendien geconstateerd dat op deze lijsten meermalen de voornamen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 5] en [naam harddrugsgebruiker] voorkomen.
Gelet op de voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, en gelet op de overige bewijsmiddelen in het dossier, is het hof van oordeel dat de verdachte niet alleen af en toe drugs heeft verstrekt, zoals hij zelf heeft verklaard ter terechtzitting in hoger beroep, maar ook drugs heeft verkocht en afgeleverd en zich gedurende de gehele tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne en heroïne. De verklaring van de verdachte dat hij wel eens zijn auto en Iphone heeft uitgeleend en dat het schrift en de drugs niet van hem waren, maar dat hij deze enkele dagen voor zijn aanhouding in bewaring heeft genomen voor iemand anders, acht het hof, gelet op het bovenstaande, niet aannemelijk geworden. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat in de administratie van het schrift als laatste datum 4 juni, zijnde één dag voor de doorzoeking, wordt vermeld.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verdachte van de handel in crystal meth en MDMA dient te worden vrijgesproken.
Feit 4
Het hof stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting voorts het volgende vast.
Tijdens de doorzoeking op 5 juni 2024 is in de slaapkamer van de verdachte een groot bedrag aan contant geld (totaal €10.733,15) in kleine coupures en kleingeld aangetroffen. Er is een bedrag ter waarde van €8.475,00, bestaande uit onder meer honderden biljetten van vijf en tien euro, aangetroffen in een schoenendoos waarin voorts twee plastic zakjes met twee brokken cocaïne zijn aangetroffen. In het schoudertasje van de verdachte bevond zich een bedrag van €690,00 in eveneens kleine coupures alsmede een plastic zakje met meerdere gripzakjes en een witte brok cocaïne gewikkeld in een koffiefilter. Ook zijn diverse bakken met muntgeld aangetroffen met een totaalbedrag van €1.568,15.
Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in verdovende middelen inkomsten worden gegenereerd en dat die inkomsten voornamelijk bestaan uit contant geld in kleine coupures. Het hof neemt in aanmerking dat verdachte zich bezig hield met de verkoop van drugs en in zijn slaapkamer een zeer groot aantal biljetten van kleine coupures en muntgeld is aangetroffen. Bovendien zat het geld samen met enige hoeveelheden drugs bij elkaar in een schoudertasje en een schoenendoos. Het hof is van oordeel dat de omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen, in combinatie met de hiervoor genoemde feiten van algemene bekendheid, de conclusie wettigen dat de verdachte het in zijn slaapkamer aangetroffen geld door de handel in cocaïne en heroïne en daarmee uit eigen misdrijf heeft verkregen (feit 1).
De verdediging heeft betoogd dat de aangetroffen geldbedragen een legale herkomst hebben, nu deze afkomstig zijn van spaargeld van de verdachte en een schadevergoeding van zijn partner. Ter onderbouwing daarvan heeft de verdediging bankafschriften van de verdachte en zijn partner overgelegd, waaruit blijkt dat er in de periode van 2020 tot en met 2023 sprake is geweest inkomsten, er een schadevergoeding door de overheid is uitgekeerd en voorts dat er sprake is van een groot aantal contante geldopnames. Ook de partner van de verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat een groot deel van het aangetroffen geld aan haar toebehoort en afkomstig is van een door haar ontvangen schadevergoeding.
Het hof acht het weliswaar aannemelijk dat de verdachte en zijn partner geld hebben gespaard, maar acht het volstrekt onaannemelijk dat dát spaargeld het geld was dat tussen de drugs is aangetroffen gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. Temeer omdat de aard van de coupures van 5 euro er niet op duiden dat het geld gepind is bij een geldmaat-automaat (uit onderzoek van de officier van justitie blijkt dat de Geldmaat-automaten, waar de verdachte naar eigen zeggen gepind heeft, geen biljetten van 5 euro verstrekken) en het ook onlogisch en dus onaannemelijk is om eigen spaargeld te bewaren in een tasje en een doos met daarin drugs van een ander, zoals verdachte verklaart.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 1 juni 2023 tot en met 5 juni 2024
te Nieuwkoop, althans in het arrondissement Den Haag en/ofin Nederland, opzettelijk heeft
bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt (aan onder andere [getuige 1] en [getuige 2] ) en
/ofvervoerd
een of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
MDMA en/ofcocaïne
en/of chrystal methen
/ofheroïne, zijnde
MDMA en/ofcocaïne
en/of chrystal methen
/ofheroïne,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.
hij op
of omstreeks5 juni 2024 te Nieuwkoop opzettelijk aanwezig heeft gehad
een of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
- MDMA (ongeveer 4555 pillen en
/of783,5gram) en
/of
- cocaïne (ongeveer 304,5 gram) en
/of
- heroïne (ongeveer
19,3gram)
en/of
- chrystal meth (ongeveer 0,3 gram)
in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of heroïne en/of chrystal meth, zijnde MDMA en
/ofcocaïne en
/ofheroïne
en/of chrystal meth (telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.
hij op
of omstreeks5 juni 2024 te Nieuwkoop
al dan nietopzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer
997,9gram van een werkzame stof te weten ketamine in voorraad heeft gehad.
4.
hij op
of omstreeks5 juni 2024 te Nieuwkoop
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, vaneen voorwerp (contant geldbedrag van ongeveer 10.000 euro),
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp is/zijn en/of
- dit voorwerpheeft verworven en
/ofvoorhanden heeft gehad
en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist
dan wel redelijkerwijs moest vermoedendat dit voorwerp
,onmiddellijk
of middellijk,afkomstig was
/warenuit enig
(eigen
)misdrijf.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudig witwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich gedurende een jaar schuldig gemaakt aan de handel van cocaïne en heroïne en hij heeft op de dag van zijn aanhouding aan aanzienlijke hoeveelheid MDMA, cocaïne en heroïne in zijn bezit gehad. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van verdovende middelen, en dan met name harddrugs, een gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding hiervan. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij voorbij is gegaan aan de belangen van de samenleving en zich heeft laten leiden door eigen financieel gewin. Daarnaast heeft de verdachte op de dag van zijn aanhouding ongeveer een kilogram ketamine in voorraad gehad, zonder over de daartoe vereiste registratie te beschikken. Qua werking is ketamine vergelijkbaar met harddrugs en de illegale handel van deze stof ondermijnt de samenleving en brengt ernstige risico’s voor de gezondheid en veiligheid met zich. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag afkomstig uit de drugshandel. Door witwassen worden eigen misdrijven gefaciliteerd en het vormt een bedreiging voor de integriteit van het financiële en economische verkeer en de maatschappelijke orde.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte weliswaar niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van Opiumwet-feiten, maar wel eerder onherroepelijk is veroordeeld tot een taakstraf voor witwassen. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden weer een dergelijk feit te plegen.
Voorts heeft het hof acht geslagen op een reclasseringsadvies d.d. 20 februari 2025. De reclassering heeft geadviseerd om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, het meewerken aan een ambulante behandeling en middelencontroles en verder het zich inspannen voor en behouden van een dagbesteding. Volgens de reclassering zijn bij de verdachte meerdere risicofactoren voor recidive geconstateerd op de gebieden van dagbesteding, financiën en terugval in het gebruik van harddrugs. Het volgen van een ambulante behandeling is noodzakelijk om het zelfinzicht van de verdachte te vergroten en hem te leren pro sociale keuzes te maken. De toezichthouder van de verdachte bij de reclassering heeft in een e-mailbericht van 29 april 2026 aangegeven dat er vanuit reclasseringsoogpunt nog steeds voldoende aanleiding is voor een behandeling bij de Waag.
De verdachte heeft verklaard dat hij bij een hernieuwde detentie zijn werk dreigt te verliezen en dat hij druk bezig is om via Veilig Thuis het contact met zijn zoontje te herstellen. Dit neemt niet weg dat het hof van oordeel is dat – gelet op de ernst van de feiten en de periode waarin deze feiten zijn gepleegd - een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats is. Het hof weegt daarbij mee dat verdachte maar beperkt verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Het hof zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf na te noemen bijzondere voorwaarden verbinden. Anders dan de raadsman ziet het hof, gelet op de ernst van de feiten, geen aanleiding om per bewezenverklaard feit een taakstraf op te leggen mede gelet op het taakstafverbod.
Het hof heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte op 18 april 2025 onder diverse voorwaarden geschorst. Verdachte houdt zich goed aan deze voorwaarden. Daarom ziet het hof geen aanleiding om die schorsing thans op te heffen.

Beslag

Het hof zal de op de beslaglijst onder 1, 2 en 3 genummerde voorwerpen, te weten de geldbedragen, verbeurdverklaren. Daarnaast zal het hof ook de inbeslaggenomen Fiat Punto met kenteken [kenteken 2] verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten onder 1 en 4 zijn begaan. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 63 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaardedat de verdachte zich na het ingaan van de proeftijd binnen vijf werkdagen en gedurende de proeftijd meldt bij GGZ Reclassering Fivoor op het adres Perzikweg 1-7 te Leiden, op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
Stelt als bijzondere voorwaardedat de verdachte zal meewerken aan een intake en zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt en indien geïndiceerd door de reclassering, onder behandeling stelt van De Waag of een soortgelijke zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Stelt als bijzondere voorwaardedat verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. GGZ Reclassering Fivoor kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. GGZ Reclassering Fivoor bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 8465 EUR IBN: 05-06-2024 (Omschrijving: [nummer 1] );
- 690 EUR IBN: 05-06-2024 (Omschrijving: [nummer 2] );
- 1568,15 EUR IBN: 05-06-2024 (Omschrijving: [nummer 3] );
- een auto, te weten een Fiat Punto met kenteken [kenteken 2] .
Verstaat dat de schorsing van de voorlopige hechtenis, met de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, in stand blijft totdat het arrest onherroepelijk is geworden.
Dit arrest is gewezen door mr. N.M. Boersma, als voorzitter, en mr. O.E.M. Leinarts en mr. L.A. Pit, leden, in bijzijn van de griffier mr. J.H.M. van Dam-Peusken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 mei 2026.
Mr. O.E.M. Leinarts en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.