ECLI:NL:GHDHA:2026:184
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.A. Bosman
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingrente aanslag IB/PVV 2020 door Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2020 een definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van €50.737 en daarbij een beschikking belastingrente van €86. Belanghebbende had geen verzoek tot wijziging van de voorlopige aanslag gedaan en diende de aangifte pas in februari 2023, na meerdere herinneringen.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat de belastingrente correct was berekend volgens de geldende wet- en regelgeving, en belanghebbende had kunnen voorkomen dat rente werd geheven door tijdig aangifte te doen of de voorlopige aanslag te wijzigen.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de belastingrente onterecht was, onder meer omdat het rentepercentage niet in verhouding zou staan tot de rendementen op staatsobligaties en vanwege communicatieproblemen door de COVID-19-pandemie. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur conform de wet had gehandeld, dat het rentepercentage wettelijk is vastgesteld en niet door de rechter kan worden getoetst op redelijkheid, en dat de communicatie met de Inspecteur wel mogelijk was.
Het Hof concludeerde dat de bezwaren onvoldoende concreet waren om de wettelijke regeling aan te tasten en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de belastingrente over de aanslag IB/PVV 2020 terecht en correct is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.