Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 19 december 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van de (tussen) vonnissen van 21 februari 2024, 21 augustus 2024 en 25 september 2024 van de rechtbank Den Haag gewezen onder rolnummer C/09/638452 HA ZA 22/967;
- de memorie van grieven van [appellante] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2 / de BV] , met bijlagen;
- een brief van [appellante] van 11 mei 2026 met bijlagen;
- enkele per e-mail van [appellante] van 11 mei 2026 overgelegde nadere producties;
- een akte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2 / de BV] van 21 mei 2021, met bijlagen.
- [appellante] , bijgestaan door haar advocaat;
- [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2 / de BV] , bijgestaan door hun advocaat.
2.De bestreden vonnissen
De rechtbank:
De rechtbank:
3.Vorderingen van [appellante] in hoger beroep
alsdan namens appellante in hoger beroep al dan niet met aanvulling van gronden, dat het Gerechtshof moge behagen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
4.Beoordeling in hoger beroep
Algemeen
aan eiseres (althans een toegelaten instelling) te betalen door afstorting” van het betreffende pensioenbedrag. De vordering is derhalve niet beperkt tot afstorting bij een professionele verzekeringsmaatschappij.
geconsolideerdebalans van de BV en de werkmaatschappij – dat er per 31 maart 2026 middelen in de onderneming beschikbaar zijn ter hoogte van een bedrag van € 89.647, -. Bovendien oordeelt het hof, zoals uit het voorgaande blijkt, dat voor een andere verdeling van een eventueel tekort tussen [geïntimeerde 1] en [appellante] geen grond bestaat, zodat er ook voldoende kapitaal in de BV zal moeten achterblijven voor de dekking van het pensioen van [geïntimeerde 1] . Ten slotte stelt het hof vast dat tegen het oordeel van de rechtbank (in r.o. 3.24) dat bij deze stand van zaken niet behoeft te worden beoordeeld of de BV mogelijk in staat is een deel van het pensioen af te storten, geen zelfstandige grief is aangevoerd (alleen een voortbouwgrief voor het geval de voorgaande grieven geheel of gedeeltelijk zouden slagen, hetgeen niet het geval is). Gelet op dit alles komt het hof tot een bekrachtiging van het bestreden vonnis in conventie.