ECLI:NL:GHDHA:2026:1803
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- E.B.J. van Elden
- A. Zonneveld
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij vervangende toestemming erkenning en omgang minderjarige
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of de man vervangende toestemming kan krijgen voor de erkenning van zijn minderjarige kind, ondanks het verzet van de moeder en de bijzondere curator. Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd onderzoek te doen naar de gevolgen van erkenning en de mogelijkheden voor omgang en informatieregeling.
De Raad adviseerde om de verzoeken aan te houden in afwachting van integrale hulpverlening. De man stemde hiermee in, maar wenste toch spoedig erkenning en begeleide omgang. De vrouw verzette zich krachtig tegen erkenning en omgang, onder verwijzing naar trauma’s bij het kind en haarzelf, en internationale kinderrechtenverdragen. De bijzondere curator steunde het advies van de Raad.
Het hof overwoog dat de belangen van de moeder en de minderjarige zwaarder wegen dan het belang van de man bij erkenning, omdat erkenning de psychische toestand van de moeder en daarmee het stabiele opvoedingsklimaat voor het kind zou schaden. Ook de verzoeken om omgang en informatieregeling werden afgewezen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof weigert vervangende toestemming voor erkenning en wijst verzoeken om omgang en informatieregeling af vanwege het belang van moeder en minderjarige.