ECLI:NL:GHDHA:2026:1767
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- C.M. Warnaar
- A.A.F. Donders
- H.A. Schipper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen in zaak kinderontvoering en teruggeleiding naar Denemarken
Deze zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen vanuit Nederland naar Denemarken, waarbij de vader in hoger beroep de terugkeer wilde afdwingen. De rechtbank had de teruggeleiding geweigerd op grond van artikel 13 lid 1 sub b van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag, omdat terugkeer zou leiden tot een ondragelijke toestand voor de kinderen.
In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. De moeder heeft geen verblijfsrecht meer in Denemarken, waardoor bij terugkeer een groot risico bestaat dat de kinderen van haar worden gescheiden. De moeder is de primaire verzorgende ouder en heeft geen bestaanszekerheid in Denemarken, mede door het ontbreken van werk en het niet kunnen voortzetten van de onderneming.
De vader stelde dat de moeder zichzelf in deze situatie heeft gebracht en dat de kinderen zonder haar in Denemarken kunnen verblijven, maar het hof acht dit onvoldoende onderbouwd. De tijdelijke verblijfsstatus van de vader en de onzekerheid over zijn inkomen maken het onwaarschijnlijk dat de kinderen bij hem kunnen wonen.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking, ontslaat de bijzondere curator en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is op 7 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de weigering tot teruggeleiding van de minderjarigen naar Denemarken wegens ondragelijke toestand.