Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verdere procesverloop in hoger beroep
- een memorie na deskundigenbericht van [verzoeker] van 9 december 2025, met bijlagen;
- een antwoordmemorie na deskundigenbericht van [verweerster] van 10 februari 2026;
- een akte nadere uitlating van [verzoeker] ingediend bij V-6 formulier van 4 maart 2026, met bijlagen;
- een akte nadere uitlating van [verweerster] , ingediend bij V-6 formulier van 6 maart 2026, met bijlage;
- een V-8 formulier van [verzoeker] van 9 maart 2026, met bezwaar tegen de laatste akte van [verweerster] ;
- een V-8 formulier van [verweerster] van 9 maart 2026, met een reactie op het bezwaar.
2.Beoordeling in hoger beroep
De minbonnen en het verwijtbaar handelen van [verzoeker]
per bankzijn uitbetaald.
- In de civiele procedure heeft [verweerster] tegenover de deskundige verklaard dat er totaal maximaal € 156,- per maand binnenkwam: maximaal € 100,- per maand ter zake van betalingen door familieleden die producten tegen inkoopprijs afnamen, plus maximaal € 56,- aan belegde broodjes (€ 1,- per stuk) die medewerkers voor de lunch afnamen. Daartegenover staat een uitgaande geldstroom van maximaal € 472,- per maand: maximaal € 440,- per maand aan kleine boodschappen voor [verweerster] , € 250,- per maand voor overwerkvergoeding voor [verzoeker] en gemiddeld € 32,- per maand aan contante betalingen aan het personeel. Er zou dan een tekort moeten zijn van € 316,- per maand, wat niet strookt met het feit dat er op 14 juli 2025 € 2.000,- in het Potje zat.
- In de strafzaak heeft [verweerster] verklaard dat het bedrag voor de inkomende kasstroom beduidend hoger ligt. Zij heeft toegelicht dat haar vader en zus privéboodschappen bij haar doen voor rond de € 50,- tot € 100,- per week per persoon. Ook de inkomsten ter zake van de aan het personeel verkochte broodjes heeft [verweerster] hoger ingeschat, namelijk op (afgerond) € 83,- per maand.
op deze grondontbonden.
exclusiefoverwerktoeslag. De overwerktoeslag over de 30 minuten extra werken heeft [verzoeker] berekend op € 2.227,51 bruto. Daarnaast noemt hij ter zake van component f) nog een bedrag van € 2.412,74. [verweerster] heeft een bedrag voor de totale vordering ter zake van de componenten d) en f) berekend van € 9.800,20 bruto,
inclusiefoverwerktoeslag, vakantiegeld en wettelijke rente. [verzoeker] zal in de gelegenheid worden gesteld op de berekening van [verweerster] te reageren en – zo mogelijk – uit te leggen waarom de berekening van [verweerster] onjuist zou zijn en die van hem wel zou kloppen.
3.Beslissing
- stelt [verzoeker] in de gelegenheid om uiterlijk vier weken na de dag van deze uitspaak een akte te nemen met het doel dat staat vermeld in de rechtsoverweging 2.25, 2.38 en 2.39 van deze beschikking;
- houdt iedere verdere beslissing aan.