Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1711

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
22-004342-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep oplichting en valsheid in geschrift bij verkoop Formule 1-tickets

De verdachte heeft gedurende ongeveer een jaar een dertigtal personen opgelicht door Formule 1-kaarten en arrangementen te verkopen die niet werden geleverd. In plaats daarvan stuurde hij vervalste tickets en gaf hij aan dat kaarten dubbel geboekt waren. De totale benadeling bedroeg ruim 70.000 euro.

In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden opgelegd, mede vanwege de proceshouding van de verdachte, zijn openheid, schuldbewustzijn, en het terugbetalen van ongeveer 37,7% van de schade.

De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding zijn grotendeels toegewezen, verminderd met reeds betaalde bedragen. De schadevergoedingsmaatregel is niet opgelegd omdat dit het lopende aflossingstraject zou kunnen doorkruisen. De verdachte staat onder bewind en werkt als accountmanager, en heeft zijn gokverslaving behandeld.

Het hof achtte bewezen dat de verdachte oplichting en valsheid in geschrift heeft gepleegd door het gebruik van valse namen, vervalste tickets en e-mails, en het aannemen van geld via betaalverzoeken. De verdachte is strafbaar verklaard en veroordeeld tot de genoemde straffen en schadevergoedingen.

De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Den Haag op 13 mei 2026, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 december 2024 vernietigde en opnieuw recht deed.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur taakstraf en 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met toewijzing van schadevergoedingen aan benadeelde partijen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004342-24
Parketnummer: 10-226343-22
Datum uitspraak: 13 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 december 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, onder algemene en bijzondere voorwaarden. Ook is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022 te [plaats] , gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van 1.575,- euro en/of
- [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van 1.485,- euro en/of
- [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van 1.050,- euro en/of
- [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van 1.230,- euro en/of
- [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van 2.925,- euro en/of
- [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot de afgifte van 3.350,- euro en/of
- [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van 2.200,- euro en/of
- [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot de afgifte van 4.565,- euro en/of
- [benadeelde partij 9] heeft bewogen tot de afgifte van 1.280,- euro en/of
- [benadeelde partij 10] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en/of
- [benadeelde partij 11] heeft bewogen tot de afgifte van 1.230,- euro en/of
- [benadeelde partij 12] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en/of
- [benadeelde partij 13] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en/of
- [benadeelde partij 14] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en/of
- [benadeelde partij 15] heeft bewogen tot de afgifte van 2.100,- euro en/of
- [benadeelde partij 16] heeft bewogen tot de afgifte van3.160,- euro en/of
- [benadeelde partij 17] heeft bewogen tot de afgifte van 4.240,- euro en/of
- [benadeelde partij 18] heeft bewogen tot de afgifte van 1.590,- euro en/of
- [benadeelde partij 19] heeft bewogen tot de afgifte van 3.675,- euro en/of
- [benadeelde partij 20] heeft bewogen tot de afgifte van 4.100,- euro en/of
- [benadeelde partij 21] heeft bewogen tot de afgifte van 1.800,- euro en/of
- [benadeelde partij 22] heeft bewogen tot de afgifte van 615,- euro en/of
- [benadeelde partij 23] heeft bewogen tot de afgifte van 2.550,- euro en/of
- [benadeelde partij 24] heeft bewogen tot de afgifte van 4.490,- euro en/of
- [benadeelde partij 25] heeft bewogen tot de afgifte van 3.300,- euro en/of
- [benadeelde partij 26] heeft bewogen tot de afgifte van 550,- euro en/of
- [benadeelde partij 27] heeft bewogen tot de afgifte van 4.285,- euro en/of
- [benadeelde partij 28] heeft bewogen tot de afgifte van 2000,- euro en/of
- [benadeelde partij 29] heeft bewogen tot de afgifte van 2.700,- euro en/of
- [benadeelde partij 30] heeft bewogen tot de afgifte van 1.280,- euro en/of
één of meer andere personen,
via betaalverzoeken heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in contact op/via Instagram en/of Whatsapp met voornoemde personen,
-reguliere tickets en/of VIP tickets voor Formule 1 met korting aangeboden en/of aangegeven te kunnen verzorgen/regelen en/of
- vliegtickets en/of transfer en/of helikoptervluchten en/of hotelovernachtingen en/of gratis eten en/of drinken en/of rondleidingen en/of boottocht, in relatie tot de tickets voor Formule 1, met korting aangeboden en/of aangegeven te kunnen verzorgen en/of regelen en/of voornoemde personen het bedrag voor de tickets en/of vliegtickets en/of transfer en/of helikoptervluchten en/of hotelovernachtingen en/of eten en/of drinken en/of rondleidingen en/of boottocht middels een Tikkie en/of door zijn, verdachtes bankrekeningnummer door te geven, heeft laten overmaken naar zijn, verdachtes, bankrekening en/of (telkens) heeft medegedeeld dat de tickets en/of bevestigingen zouden worden opgestuurd en/of afgeleverd en/of (daarbij) vervalste en/of valselijk opgemaakte tickets voor Formule 1 en/of (email)bericht(en) afkomstig van “Formule 1 experience” en/of documenten van de "Dutch GP" met daarop de aankoop van kaarten met een totaalwaarde van 18.900,- euro heeft gestuurd, en zich aldus telkens voorgedaan als een persoon die de tickets en/of bevestigingen zou kunnen en/of willen leveren, waardoor genoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022 te [plaats] , gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een of meer geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een of meer ticket(s) van Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door deze te voorzien van andere namen, onder meer [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , dan de naam die op de door de organisatie van Formula 1 en/of [website] afgegeven ticket stond en/of
- een e-mailbericht valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door deze afkomstig te doen lijken van de organisatie van Formula 1 Experience waarin onder meer werd aangegeven dat een deel van de kaarten dubbel bezet zijn en daarom worden doorgeschoven naar 2023 en/of
- een bevestiging afgegeven door Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix 2021/2022/2023 over de aankoop van 12 tickets Grandstand met een totale waarde van 18.900,- euro en de naam en het bankrekeningnummer van verdachte, door deze bevestiging zelf op te stellen en/of de logo van Formula 1 daarbij te gebruiken,
met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij
op een of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022
te [plaats] , gemeente Goeree-Overflakkee, althansin Nederland, meermalen
althans eenmaal,
(telkens
)met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van 1.575,- euro en
/of
- [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van 1.485,- euro en
/of
- [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van 1.050,- euro en
/of
- [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van 1.230,- euro en
/of
- [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van 2.925,- euro en
/of
- [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot de afgifte van 3.350,- euro en
/of
- [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van
2.000,-euro en
/of
- [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot de afgifte van 4.565,- euro en
/of
- [benadeelde partij 9] heeft bewogen tot de afgifte van 1.280,- euro en
/of
- [benadeelde partij 10] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en
/of
- [benadeelde partij 11] heeft bewogen tot de afgifte van 1.230,- euro en
/of
- [benadeelde partij 12] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en
/of
- [benadeelde partij 13] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en
/of
- [benadeelde partij 14] heeft bewogen tot de afgifte van 1.600,- euro en
/of
- [benadeelde partij 15] heeft bewogen tot de afgifte van 2.100,- euro en
/of
- [benadeelde partij 16] heeft bewogen tot de afgifte van3.160,- euro en
/of
- [benadeelde partij 17] heeft bewogen tot de afgifte van 4.240,- euro en
/of
- [benadeelde partij 18] heeft bewogen tot de afgifte van 1.590,- euro en
/of
- [benadeelde partij 19] heeft bewogen tot de afgifte van 3.675,- euro en
/of
- [benadeelde partij 20] heeft bewogen tot de afgifte van 4.100,- euro en
/of
- [benadeelde partij 21] heeft bewogen tot de afgifte van 1.800,- euro en
/of
- [benadeelde partij 22] heeft bewogen tot de afgifte van 615,- euro en
/of
- [benadeelde partij 23] heeft bewogen tot de afgifte van 2.550,- euro en
/of
- [benadeelde partij 24] heeft bewogen tot de afgifte van 4.490,- euro en
/of
- [benadeelde partij 25] heeft bewogen tot de afgifte van 3.300,- euro en
/of
- [benadeelde partij 26] heeft bewogen tot de afgifte van 550,- euro en
/of
- [benadeelde partij 27] heeft bewogen tot de afgifte van 4.285,- euro en
/of
- [benadeelde partij 28] heeft bewogen tot de afgifte van 2000,- euro en
/of
- [benadeelde partij 29] heeft bewogen tot de afgifte van 2.700,- euro en
/of
- [benadeelde partij 30] heeft bewogen tot de afgifte van 1.280,- euro
en/of
één of meer andere personen,
via betaalverzoeken heeft bewogen tot de afgifte van
een of meergeldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, in contact op/via Instagram en/of Whatsapp met voornoemde personen,
-reguliere tickets en/of VIP tickets voor Formule 1 met korting aangeboden en/of aangegeven te kunnen verzorgen/regelen en/of
- vliegtickets en/of transfer en/of helikoptervluchten en/of hotelovernachtingen en/of gratis eten en/of drinken en/of rondleidingen en/of boottocht, in relatie tot de tickets voor Formule 1, met korting aangeboden en/of aangegeven te kunnen verzorgen en/of regelen en/of voornoemde personen het bedrag voor de tickets en/of vliegtickets en/of transfer en/of helikoptervluchten en/of hotelovernachtingen en/of eten en/of drinken en/of rondleidingen en/of boottocht middels een Tikkie en/of door zijn, verdachtes bankrekeningnummer door te geven, heeft laten overmaken naar zijn, verdachtes, bankrekening en/of (telkens) heeft medegedeeld dat de tickets en/of bevestigingen zouden worden opgestuurd en/of afgeleverd en/of (daarbij) vervalste
en/of valselijk opgemaaktetickets voor Formule 1 en/of (email)bericht(en) afkomstig van “Formule 1 experience” en/of documenten van de "Dutch GP" met daarop de aankoop van kaarten met een totaalwaarde van 18.900,- euro heeft gestuurd, en zich aldus telkens voorgedaan als een persoon die de tickets
en/of bevestigingenzou kunnen
en/of willenleveren, waardoor genoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;
2.
hij
op een of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 september 2021 tot en met 30 september 2022
te [plaats] , gemeente Goeree-Overflakkee, althansin Nederland, meermalen,
althans eenmaal, een of meergeschrift
(en
) dat/die bestemd
was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
-
een of meerticket
(s
)van Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix
valselijk heeft opgemaakt en/ofheeft vervalst door deze te voorzien van andere namen, onder meer [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , dan de naam die op de door de organisatie van Formula 1 en/of [website] afgegeven ticket stond en
/of
- een e-mailbericht
valselijk heeft opgemaakt en/ofheeft vervalst door
ditafkomstig te doen lijken van de organisatie van Formula 1 Experience waarin onder meer werd aangegeven dat een deel van de kaarten dubbel bezet zijn en daarom worden doorgeschoven naar 2023 en
/of
- een bevestiging afgegeven door Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix 2021/2022/2023 over de aankoop van 12 tickets Grandstand met een totale waarde van 18.900,- euro en de naam en het bankrekeningnummer van verdachte, door deze bevestiging zelf op te stellen en
/ofhetlogo van Formula 1 daarbij te gebruiken,
met het oogmerk om
dieals echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer een jaar een dertigtal personen opgelicht door hun kaarten en arrangementen voor formule 1-races te verkopen en deze niet te leveren. In plaats daarvan stuurde de verdachte de slachtoffers vervalste kaarten en deelde hij hun kort vóór de race mee dat de kaarten dubbel geboekt waren. De verdachte heeft door zijn handelen het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden – veelal bekenden van hem –, ernstig beschaamd. De verdachte heeft zich volledig laten leiden door de wens snel geld te verdienen om in zijn gokverslaving te kunnen voorzien. Hij heeft daarbij niet stilgestaan bij de nadelige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. In totaal zijn de slachtoffers benadeeld voor ruim 70.000 euro.
Gelet op de ernst van de feiten, waaronder begrepen de veelheid aan slachtoffers en de hoogte van het benadelingsbedrag, ligt in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede. Het hof ziet echter – evenals de rechtbank en de advocaat-generaal – aanleiding om daarvan af te zien. Het hof overweegt daartoe als volgt.
De verdachte heeft, nadat de zaak aan het licht was gekomen, meteen een bekennende verklaring afgelegd. Ook heeft hij contact gezocht met de slachtoffers en opgebiecht dat hij hen had opgelicht. Hij heeft zich onder behandeling gesteld van De Waag voor zijn gokverslaving; aanvankelijk als een van de voorwaarden waaronder zijn voorlopige hechtenis was geschorst, maar later – nadat de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bij eindvonnis had opgeheven – op vrijwillige basis. Zijn behandeling heeft hij intussen met goed gevolg afgerond. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte volledige openheid van zaken gegeven, zich schuldbewust opgesteld en blijk gegeven van zelfinzicht. De verdachte staat onder bewind en is aan het werk; hij heeft een vast fulltime contract als accountmanager. Hij is bezig om de schade van de slachtoffers te vergoeden; inmiddels heeft hij aan hen in totaal zo’n 37,7% van de schade terugbetaald.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder dan de onderhavige feiten is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Nadien is de verdachte ook niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie.
Het hof ziet in voormelde omstandigheden aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen. Als de verdachte gedetineerd zou raken, zou dat de positieve ontwikkelingen in zijn leven doorkruisen of zelfs tenietdoen en ook de terugbetaling aan de slachtoffers doen stagneren.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal geëiste taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf een passende en geboden reactie vormen. Deze straffen zijn in duur korter dan de straffen die door de rechtbank zijn opgelegd, waarbij het hof in het bijzonder ten voordele van de verdachte meeweegt dat hij ook in een vrijwillig kader behandeling heeft ondergaan en de slachtoffers al voor een substantieel deel schadeloos heeft gesteld. De voorwaardelijke gevangenisstraf zal naar verwachting dienen als extra stimulans voor de verdachte om de ingeslagen positieve weg voort te zetten. Het hof zal daarbij – anders dan de rechtbank – geen bijzondere voorwaarden stellen, omdat het hof daarin thans geen meerwaarde ziet. De verdachte is reeds behandeld voor zijn gokverslaving en staat thans onder bewind. Het hof heeft er bovendien vertrouwen in dat de verdachte, mocht dit in de toekomst onverhoopt toch nodig blijken, de juiste hulp weet te vinden en deze op eigen initiatief zal inschakelen.

Vorderingen van de benadeelde partijen

De vorderingen
In het onderhavige strafproces hebben de volgende 26 personen zich in eerste aanleg als benadeelde partij gevoegd en vorderingen ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het tenlastegelegde tot na te melden bedragen, alle te vermeerderen met de wettelijke rente:
  • [benadeelde partij 7] tot een bedrag van € 2.000,00;
  • [benadeelde partij 4] tot een bedrag van € 4.180,00;
  • [benadeelde partij 5] tot een bedrag van € 3.000,80;
  • [benadeelde partij 3] tot een bedrag van € 1.050,00;
  • [benadeelde partij 17] tot een bedrag van € 4.240,00;
  • [benadeelde partij 12] tot een bedrag van € 1.600,00;
  • [benadeelde partij 13] tot een bedrag van € 1.600,00;
  • [benadeelde partij 28] tot een bedrag van € 2.000,00;
  • [benadeelde partij 21] tot een bedrag van € 1.950,00;
  • [benadeelde partij 25] tot een bedrag van € 3.300,00;
  • [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 2.193,00;
  • [benadeelde partij 15] tot een bedrag van € 2.100,00;
  • [benadeelde partij 29] tot een bedrag van € 2.700,00;
  • [benadeelde partij 8] tot een bedrag van € 5.180,00;
  • [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 1.575,00;
  • [benadeelde partij 10] tot een bedrag van € 1.600,00;
  • [benadeelde partij 22] tot een bedrag van € 615,00;
  • [benadeelde partij 20] tot een bedrag van € 4.100,00;
  • [benadeelde partij 9] tot een bedrag van € 1.280,00;
  • [benadeelde partij 27] tot een bedrag van € 4.285,00;
  • [benadeelde partij 16] tot een bedrag van € 3.160,00;
  • [benadeelde partij 18] tot een bedrag van € 1.590,00;
  • [benadeelde partij 30] tot een bedrag van € 1.280,00;
  • [benadeelde partij 24] tot een bedrag van € 4.490,00;
  • [benadeelde partij 11] tot een bedrag van € 1.230,00;
  • [benadeelde partij 19] tot een bedrag van € 3.675,00.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft, naast bovengenoemde materiële schadevergoeding, in eerste aanleg ook een bedrag van € 100,00 aan immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente.
In hoger beroep zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 21] en [benadeelde partij 22] aan de orde tot de in eerste aanleg volledig toegewezen bedragen.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is in hoger beroep aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 1402,83, ter zake van geleden materiële schade.
De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 30] zijn in hoger beroep gematigd tot bedragen van respectievelijk € 1.696,77, € 852,24 en € 852,24.
De vorderingen van de overige benadeelde partijen zijn in hoger beroep aan de orde tot de in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedragen.
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing, te vermeerderen met de wettelijke rente, van de vorderingen van de benadeelde partijen voor zover deze niet reeds door de verdachte aan hen zijn terugbetaald, zoals vermeld in de laatste kolom (‘Openstaand bedrag HB’) van de van het schriftelijke requisitoir deel uitmakende tabel. Voor zover de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ziet op de kosten van een hotelovernachting, heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring voor dat deel. De advocaat-generaal heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten behoeve van de benadeelde partijen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de vorderingen voor zover die zien op de aankoop van de (vervalste) kaartjes betwist, in die zin dat de verdediging heeft gesteld dat de gevorderde bedragen kunnen worden toegewezen voor zover deze niet reeds door de verdachte aan de benadeelde partijen zijn terugbetaald (inmiddels zo’n 37,7 %), zoals vermeld in de laatste kolom van de tabel in de overgelegde pleitaantekeningen. De door [benadeelde partij 5] gevorderde kosten voor het aanvragen van een nieuw paspoort en de door [benadeelde partij 21] gevorderde kosten voor buskaarten heeft de verdediging evenmin betwist. Ten aanzien van de door [benadeelde partij 2] gevorderde hotelkosten, heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk te verklaren. Verder heeft de verdediging het hof verzocht niet de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Dit is volgens de verdediging niet nodig en onwenselijk, omdat de verdachte onder bewind staat en de bewindvoerder ervoor zorgt dat de verdachte aan de benadeelde partijen aflost. Als er een schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, wordt het CJIB verantwoordelijk voor het innen, wat de huidige betalingsregeling doorkruist.
Het oordeel van het hof
Voor zover de vorderingen door of namens de verdachte niet zijn betwist, is de door de benadeelde partijen gevorderde schade komen vast te staan. Nu deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde, zal het hof de vorderingen in zoverre toewijzen.
Voor zover de vorderingen door of namens de verdachte zijn betwist, overweegt het hof als volgt.
De verdachte heeft gesteld dat hij de schade van de benadeelde partijen al deels aan hen heeft vergoed. Hij heeft zijn stelling onderbouwd met een overzicht dat is opgesteld door zijn bewindvoerder. Meerdere benadeelde partijen hebben desgevraagd per e-mail aan de advocaat-generaal te kennen gegeven dat de verdachte hun schade inderdaad al deels aan hen heeft vergoed. Daarmee heeft de verdachte naar het oordeel van het hof zijn betwisting van de vorderingen voldoende onderbouwd, terwijl deze door de benadeelde partijen niet is weersproken. Vast staat dus dat de verdachte de schade van de benadeelde partijen reeds heeft vergoed tot de door de verdediging vermelde bedragen. Anders dan de rechtbank, zal het hof de vorderingen van de benadeelde partijen in zoverre afwijzen. In zoverre is immers geen sprake meer van te vergoeden schade.
Het hof zal daarbij telkens uitgaan van de bedragen vermeld in de door de raadsman opgestelde tabel, met uitzondering van de vordering van [benadeelde partij 24] . Anders dan de rechtbank, zal het hof bij deze benadeelde partij het volledige gevorderde bedrag van € 4.490,00 tot uitgangspunt nemen. Uit de aangifte van de benadeelde partij komt immers naar voren dat zij voor dit bedrag is opgelicht door de verdachte. Dat zij een deel van dit bedrag heeft overgemaakt vanaf de bankrekening van haar oom en de bankrekening van haar ouders, doet daar niet aan af. Het hof zal het door de verdachte aan de benadeelde partij reeds vergoede bedrag in mindering brengen op het bedrag van € 4.490,00 en de vordering voor het overige toewijzen.
Voor zover de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ziet op de kosten voor een hotelovernachting, wordt zij daarin niet-ontvankelijk verklaard. Dit gedeelte van de vordering heeft zij onvoldoende onderbouwd, terwijl dit gedeelte namens de verdachte is betwist. Een nader onderzoek naar de gegrondheid van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.
Wettelijke rente
Ter voorkoming van een onevenredige belasting van het strafgeding, zal het hof om praktische redenen de wettelijke rente voor ieder van de benadeelde partijen bepalen op de datum in het midden gelegen van de gehele bewezenverklaarde pleegperiode, te weten 17 maart 2022.
Proceskosten
Nu de vorderingen geheel of grotendeels worden toegewezen, dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.
Geen oplegging van schadevergoedingsmaatregel
Anders dan de rechtbank, zal het hof niet de schadevergoedingsmaatregel opleggen ten behoeve van de slachtoffers. Gebleken is dat de verdachte reeds gedurende langere tijd bezig is met het vergoeden van de schade aan de benadeelde partijen en dat hij inmiddels een substantieel deel heeft terugbetaald. De bewindvoerder ziet erop toe dat de verdachte zijn betalingsverplichtingen nakomt. Het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel acht het hof daarom niet nodig, terwijl die maatregel bovendien het lopende aflossingstraject zou kunnen doorkruisen en compliceren, hetgeen het hof niet wenselijk acht. Het hof betrekt daarbij hetgeen de bewindvoerder ter terechtzitting in hoger beroep als deskundige heeft verklaard over de waarborgen waarmee het bewind is omgeven, alsmede over haar ervaring met het treffen van een betalingsregeling met het CJIB.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vorderingen van de benadeelde partijen
Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening:
- [benadeelde partij 7] tot een bedrag van
€ 1.245,09
(duizend tweehonderdvijfenveertig euro en negen cent);
- [benadeelde partij 4] tot een bedrag van
€ 2.604,00
(tweeduizend zeshonderdvier euro);
- [benadeelde partij 5] tot een bedrag van
€ 1.869,71
(duizend achthonderdnegenenzestig euro en eenenzeventig cent);
- [benadeelde partij 3] tot een bedrag van
€ 654,11
(zeshonderdvierenvijftig euro en elf cent);
- [benadeelde partij 17] tot een bedrag van
€ 2.641,39
(tweeduizend zeshonderdeenenveertig euro en negenendertig cent);
- [benadeelde partij 12] tot een bedrag van
€ 996,75
(negenhonderdzesennegentig euro en vijfenzeventig cent);
- [benadeelde partij 13] tot een bedrag van
€ 996,75
(negenhonderdzesennegentig euro en vijfenzeventig cent);
- [benadeelde partij 28] tot een bedrag van
€ 1.245,93
(duizend tweehonderdvijfenveertig euro en drieënnegentig cent);
- [benadeelde partij 21] tot een bedrag van
€ 1.407,07
(duizend vierhonderdzeven euro en zeven cent);
- [benadeelde partij 25] tot een bedrag van
€ 2.055,80
(tweeduizend vijfenvijftig euro en tachtig cent);
- [benadeelde partij 2] tot een bedrag van
€ 925,11
(negenhonderdvijfentwintig euro en elf cent);
- [benadeelde partij 15] tot een bedrag van
€ 1.308,23
(duizend driehonderdacht euro en drieëntwintig cent);
- [benadeelde partij 29] tot een bedrag van
€ 1.682,02
(duizend zeshonderdtweeëntachtig euro en twee cent);
  • [benadeelde partij 8] tot een bedrag van
  • [benadeelde partij 1] tot een bedrag van
(negenhonderdeenentachtig euro en achttien cent);
- [benadeelde partij 10] tot een bedrag van
€ 996,75
(negenhonderdzesennegentig euro en vijfenzeventig cent);
- [benadeelde partij 22] tot een bedrag van
€ 383,12
(driehonderddrieëntachtig euro en twaalf cent);
- [benadeelde partij 20] tot een bedrag van
€ 2.554,17
(tweeduizend vijfhonderdvierenvijftig euro en zeventien cent);
- [benadeelde partij 9] tot een bedrag van
€ 797,41
(zevenhonderdzevenennegentig euro en eenenveertig cent);
- [benadeelde partij 27] tot een bedrag van
€ 2.669,42
(tweeduizend zeshonderdnegenenzestig euro en tweeënveertig cent);
- [benadeelde partij 16] tot een bedrag van
€ 1.968,58
(duizend negenhonderdachtenzestig euro en achtenvijftig cent);
- [benadeelde partij 18] tot een bedrag van
€ 990,52
(negenhonderdnegentig euro en tweeënvijftig cent);
- [benadeelde partij 30] tot een bedrag van
€ 797,41
(zevenhonderdzevenennegentig euro en eenenveertig cent);
- [benadeelde partij 24] tot een bedrag van
€ 3.502,18
(drieduizend vijfhonderdtwee euro en achttien cent);
- [benadeelde partij 11] tot een bedrag van
€ 766,25
(zevenhonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent);
- [benadeelde partij 19] tot een bedrag van
€ 2.289,40
(tweeduizend tweehonderdnegenentachtig euro en veertig cent).
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot een bedrag van € 708,00 en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding voor het overige af.
Bepaalt voor alle benadeelde partijen de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 17 maart 2022.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Wiersinga, als voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. A.E. Harteveld, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.E.N. Birkhoff.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 mei 2026.