Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 april 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 januari 2024;
- het arrest van dit hof van 4juni 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 juni 2024;
- de memorie van grieven van [appellante] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de bijlagen 4 en 5 die [geïntimeerde] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de voorlopige schadestaat die [appellante] op verzoek van het hof ten behoeve van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
“reisorganisatie”en
“samenwerkingsorgaan op het gebied van gezondheidszorg en overige gezondheidszorgondersteunende diensten”. Haar activiteiten zijn voorts omschreven als
“Reisbegeleider (medisch toerisme). Bemiddelaar voor reizen voor plastische chirurgie en tandheelkunde”.
“reisorganisatie, met name gericht op medische doeleinden”.Als startdatum is genoteerd 1 januari 2020.
“ik vraag het even an de tandrts of hij al een plan heeft gemaakt”. Nadat [geïntimeerde] de bevestiging had gekregen dat behandeling mogelijk was, heeft zij [appellante] van nadere informatie voorzien. Vervolgens hebben partijen een afspraak gemaakt voor een huisbezoek bij [appellante] op 13 november 2019. [geïntimeerde] heeft dit huisbezoek afgelegd tezamen met [betrokkene] . Bij dit bezoek heeft [appellante] een aanbetaling van € 500,- gedaan.
van de kliniek”
“ik denk dat ik gewoon terug moet want er zit overal cement in me mond elke x komt er een klein stukje los”.
er komen allemaal klanten terug bij die kale omdat ie ze werk niet goed doet
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
“Elk volgende kroon 185 euro per tand”
€ 2.219,22
7.Beslissing
- verklaart voor recht dat [geïntimeerde] hoofdelijk (met [betrokkene] ) aansprakelijk is voor de door [appellante] geleden en nog te lijden schade;
- veroordeelt [geïntimeerde] hoofdelijk (met [betrokkene] ) aan [appellante] een bedrag te betalen van € 6.500,- bij wijze van voorschot op de door haar geleden schade;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de eerste aanleg, aan de zijde van [appellante] begroot op € 1.140,02;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [appellante] begroot op € 3.254,72;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.