Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 29 april 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 16 februari 2024;
- de memorie van grieven van [appellante], met bijlagen;
- het arrest van dit hof van 16 juli 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden);
- de memorie van antwoord in principaal appel en memorie van grieven in incidenteel appel (tevens wijziging van eis) van NR Cooling, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellante].
3.Feitelijke achtergrond
“Ziet er goed uit!”
gvan de werkzaamheden heeft NR Cooling het gehuurde op 4 oktober 2021 in gebruik genomen.
4.Procedure bij de kantonrechter
- tot betaling van € 100.000,- exclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, de buitengerechtelijke kosten en de kosten van rioolonderzoek;
- primairtot herstel van gebreken aan het vuilwatersysteem en de straatkolken van het terrein aan de achterzijde van het gehuurde, op straffe van een dwangsom en
subsidiairtot betaling van een bedrag van € 4.270,- exclusief BTW; - de toegezegde daktoetreding te realiseren, op straffe van een dwangsom;
- in de proceskosten.
- tot betaling van een bedrag van € 121.000,- met wettelijke handelsrente;
- tot herstel van de gebreken aan een niet werkend vuilwatersysteem en de niet werkende straatkolken op het terrein aan de achterzijde en bewijs te verstrekken dat herstel heeft plaatsgevonden, op straffe van een dwangsom;
- in de (buiten)gerechtelijke incassokosten en in de proceskosten.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Uitleg artikel 23 huurovereenkomst Pro
“ja, ziet er mooi uit, nu in het eggie”.
de uit te voeren werkzaamheden dienen voor 50% bij de verhuurder en voor 50% bij de huurder in rekening te worden gebracht”zo worden uitgelegd dat de facturen naar beide partijen bij helfte moeten worden gefactureerd. Dat impliceert volgens haar dat partijen gelijkwaardig de offertes zouden opvragen en opdrachten zouden aangaan. Die kans is [appellante] ontnomen. Het hof volgt dat betoog niet. De uitleg die [appellante] aan de bepaling wil geven volgt niet uit de stukken. Bovendien heeft NR Cooling er terecht op gewezen dat [appellante] zich ook niet als zodanig heeft gedragen. Zij heeft immers nooit (ook niet via de makelaar of de beheerder) aan NR Cooling kenbaar gemaakt dat zij betrokken wilde worden bij het aanvragen van offertes, de keuze voor aannemers of leveranciers, de verstrekking van opdrachten en de betaling van facturen. Evenmin heeft zij zelf offertes aangevraagd. Daarbij komt dat de werkzaamheden mochten worden uitgevoerd “naar wens van de huurder” en dat NR Cooling al een investeringsbegroting had opgesteld op basis van kostenbegrotingen van aannemers/leveranciers. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat een redelijke uitleg van voornoemde bepaling meebrengt dat facturering indirect kan plaatsvinden.
Factuur KSP
Facturen inrichting
het gehuurde in goed overleg tussen partijen zal worden gerenoveerd / zal worden ingericht naar wens van huurder”is niet beoogd om de werkzaamheden uit te breiden maar het tweede deel omvat een alternatieve omschrijving van het eerste deel. Met het inrichten wordt niet gedoeld op inrichting in de zin van bekleding, meubilair en dergelijke maar op de wijze waarop het pand bouwkundig gezien wordt ingericht, op de plattegrondinrichting. Partijen hebben niet beoogd om af te wijken van het zeer gebruikelijke uitgangspunt dat de aankleding van een gehuurd pand voor rekening van de huurder komt. [appellante] verwijst daarbij naar het bericht van de makelaar-taxateur Bremmer waarin wordt vermeld dat aankleding geen invloed heeft op de waarde omdat deze smaak-, tijd- en gebruiksgevoelig zijn en relatief eenvoudig kunnen worden vervangen en verwijderd. Daarom wordt dit niet betrokken in de taxatie van onroerend goed.
Sloopwerkzaamheden
“afvoer vol met kalk waardoor de verstoppingen ontstaan”en de e-mail van NR Cooling van 29 augustus 2022 waarin wordt gesproken van “
zwaar aangekoekte riool afvoeren, door lange stilstand waardoor alles opdroogt en aankoekt aan de wanden”.Dat [aannemer] in 2024 heeft opgemerkt dat de kolken zwaar vervuild waren door weersinvloeden doet daaraan niet af. Onduidelijk is immers wanneer deze vervuiling heeft plaatsgevonden, waarbij niet uit te sluiten valt dat dit al gedurende de leegstand van het pand is gebeurd. Het gebrek aan de riolering en de kosten van herstel daarvan dienen dan ook voor rekening van [appellante] te komen. Het voorgaande betekent dat de grief van [appellante] niet slaagt zodat de veroordeling in de kosten van het rioolonderzoek (€ 1.443,53) en tot herstel van de gebreken overeind blijft. De incidentele grief van NR Cooling slaagt wel. Het hof zal daarom de door NR Cooling gevorderde kosten (€ 1.570,-) alsnog toewijzen.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellante] tot betaling van € 1.570,- aan NR Cooling;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van NR Cooling begroot op € 10.547,-,
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-,
- compenseert de kosten van het incidenteel hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.