ECLI:NL:GHDHA:2026:146
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.A.M. Jansen
- H.M.D. de Jong
- F. Pouleijn
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verminderd bewustzijn bij seksuele handelingen na alcoholgebruik
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het slachtoffer tijdens seksuele handelingen in een toestand van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, zoals bedoeld in artikel 243 Sr Pro (oud). De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld, maar stelde hoger beroep in tegen deze veroordeling.
Het hof heeft het dossier en de verklaringen van het slachtoffer, verdachte en getuigen zorgvuldig gewogen. Hoewel het slachtoffer verklaarde dat de handelingen plaatsvonden terwijl zij sliep en onder invloed van alcohol was, waren de verklaringen over de hoeveelheid alcohol en het effect daarvan op het slachtoffer tegenstrijdig. Getuigen verklaarden dat het slachtoffer aanspreekbaar was, actief deelnam aan gesprekken en zelfstandig kon lopen.
Het hof concludeerde dat er onvoldoende overtuigend bewijs was dat het slachtoffer op het moment van de seksuele handelingen niet in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden. Ook het ontbreken van steunbewijs dat het slachtoffer tijdens haar slaap overrompeld werd, leidde tot twijfel. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien de verdachte werd vrijgesproken. Het hof veroordeelde de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een toestand van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde tijdens de seksuele handelingen.