Uitspraak
[verdachte],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
Gerechtshof Den Haag
Deze zaak betreft het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag, na terugwijzing door de Hoge Raad over de strafoplegging. Verdachte werd eerder veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, witwassen, oplichting, valsheid in geschrift en het onttrekken van goederen aan een faillissement.
De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest van het gerechtshof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor een deel van de tenlastelegging. Het hof heeft zich daarom beperkt tot het opnieuw bepalen van de straf, waarbij de bewezenverklaring en strafbaarheid onherroepelijk zijn.
Het hof heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de leidende rol van verdachte in de criminele organisatie, de omvang van het witwassen (minimaal € 890.000), en de negatieve gevolgen voor slachtoffers, werknemers en schuldeisers. Ook is meegewogen dat verdachte na detentie een positieve levenswending heeft genomen, waaronder het volgen van een opleiding en het tonen van motivatie.
De redelijke termijn is overschreden, wat het hof heeft verdisconteerd door de straf te matigen van 20 naar 18 maanden gevangenisstraf. De straf zal onvoorwaardelijk zijn, met aftrek van het voorarrest. Het hof legt geen nieuwe schadevergoedingsmaatregel op, omdat dit buiten de terugwijzingsopdracht valt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.