Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/585434 / HA ZA 19-1303
1.[de v.o.f.] ,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 3 maart 2023 waarmee [appellanten] in hoger beroep zijn gekomen van de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Den Haag van 10 maart 2021, 8 juni 2022 en 7 december 2022;
- het tussenarrest van 27 juni 2023;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 september 2023;
- de memorie van grieven van [appellanten] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord, tevens houdende grieven in incidenteel appel van Reytec, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellanten] , met bijlagen.
3.Feiten en procedure bij de rechtbank
in conventiegeoordeeld dat [appellanten] een bedrag van € 49.653,56 inclusief btw aan Reytec is verschuldigd uit hoofde van achterstallige facturen en dat Reytec aan [appellanten] een bedrag van € 29.966,95 inclusief btw is verschuldigd aan vervangende schadevergoeding. De rechtbank heeft deze bedragen verrekend, wat ertoe heeft geleid dat [appellanten] bij eindvonnis van 7 december 2022 zijn veroordeeld tot betaling van € 19.686,61, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 december 2019. Daarnaast zijn [appellanten] veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.025,-. De rechtbank heeft Reytec in
reconventieveroordeeld tot betaling van € 6.311,12 inclusief btw aan expertisekosten en € 1.300,35 aan buitengerechtelijke kosten.
4.Beoordeling in hoger beroep
Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden Metaalunie. Wij wijzen uitdrukkelijk de toepasselijkheid van eventueel door u gehanteerde algemene voorwaarden van de hand. In ieder geval wijzen wij elke aansprakelijkheid voor indirecte en/of gevolgschade volledig af.
- De Metaalunievoorwaarden zijn van toepassing op de overeenkomst (rov. 4.4-4.14).
- Alle facturen van Reytec zijn opeisbaar (rov. 4.15-4.21).
- Reytec kon een beroep doen op een opschortingsrecht (rov. 4.22-4.27).
- Reytec mocht de overeenkomst gedeeltelijk ontbinden. Dit betekent dat Reytec de nog niet uitgevoerde werkzaamheden niet langer hoeft uit te voeren en dat [appellanten] daarvoor niet hoeven te betalen. Reytec blijft wel verantwoordelijk voor (eventueel) gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden, in die zin dat Reytec [appellanten] financieel compenseert voor deze gebreken en niet zelf het herstel van deze gebreken op zich neemt (rov. 4.28-4.31)
- Er komt een bedrag van € 6.980,- exclusief btw (€ 8.445,80 inclusief btw) aan minderwerk in mindering op de aanneemsom (rov. 4.32-4.37).
- Van de eerste meerwerkfactuur is een bedrag van € 5.535,- exclusief btw verschuldigd (rov. 4.38-4.52).
- Ter zake van de posten a tot en met c van de tweede meewerkfactuur geldt dat partijen aanvankelijk een schuin dak zijn overeengekomen en dat pas later is gekozen voor een plat dak (rov. 4.53-4.70). Het hof zal Reytec in de gelegenheid stellen om toe te lichten in hoeverre de keuze om af te zien van een schuin dak een aftrekpost wegens minderwerk heeft opgeleverd (rov. 4.69).
- Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Reytec een beroep doet op het exoneratiebeding in de Metaalunievoorwaarden als verweer tegen de door [appellanten] ingestelde vordering tot schadevergoeding (rov. 4.71-4.74).
- Ter zake van schadepost a (dak aanbouw) worden [appellanten] toegelaten tot het leveren van bewijs dat partijen dakplaten van 112/140 mm zijn overeengekomen (rov. 4.81-4.82). Voor het overige zijn de grieven over deze schadepost ongegrond (rov. 4.77-4.80).
- Ter zake van schadepost b (gordingen) worden [appellanten] in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting te geven op de omvang van de schade die gepaard gaat met de gebreken A, D, E en F en op de kwestie van de blind verschroefde panelen (rov. 4.83-4.91).
- Ter zake van schadepost e (gevelpanelen, gevels, loopdeur) geldt dat de grief van [appellanten] ongegrond is (rov. 4.92-4.97).
- Ter zake van schadepost i (binnenwanden aanbouw) geldt dat de grief van [appellanten] ongegrond is (rov. 4.98-4.100).
- Over de factuur van 15 juli 2015 zijn [appellanten] de wettelijke handelsrente verschuldigd die is gaan lopen vanaf 30 dagen na factuurdatum. Voor het overige is de desbetreffende grief van [appellanten] ongegrond (rov. 4.101-102).
- De schadevergoeding die Reytec aan [appellanten] is verschuldigd is exclusief btw. [appellanten] zullen in de gelegenheid worden gesteld hun vordering hierop aan te passen (rov. 4.103).
- Grief 13 in principaal appel en de grieven 11 en 12 in incidenteel appel zullen worden aangehouden (rov. 4.104).
5.Beslissing
- laat [appellanten] toe tot het leveren van bewijs dat partijen voor de aanbouw dakplaten van 112/140 mm zijn overeengekomen;
- bepaalt dat, als [appellanten] getuigen willen doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. P. Volker, op 13 mei 2026 om 9:30 uur;
- bepaalt dat, als één der partijen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak, opgeeft verhinderd te zijn op de genoemde datum en daarbij de verhinderdata van beide partijen in de maanden mei tot en met juli van 2026 opgeeft, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;
- deelt mee dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat het niet nodig is deze voor het getuigenverhoor over te leggen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.