ECLI:NL:GHDHA:2026:1221
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- V.M. de Winkel
- J.P.L.M. Remmerswaal
- A. de Lange
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 2 april 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2024. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast was er een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij.
Namens de verdachte was hoger beroep ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftelijke grieven tegen het vonnis ingediend en is ook niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.
Het hof heeft ambtshalve geen redenen gezien om de zaak inhoudelijk te behandelen en heeft de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en het niet verschijnen.