Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1221

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
22-003989-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 2 april 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2024. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast was er een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij.

Namens de verdachte was hoger beroep ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftelijke grieven tegen het vonnis ingediend en is ook niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. De advocaat-generaal heeft daarom gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Het hof heeft ambtshalve geen redenen gezien om de zaak inhoudelijk te behandelen en heeft de verdachte op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en het niet verschijnen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003989-24
Parketnummers: 10-236581-24, 10-081143-24, 10-112719-23 en 10-265901-24
Datum uitspraak: 2 april 2026
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 13 november 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1985,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij parketnummers 10-236581-24,
10-081143-24, 10-112719-23 en 10-265901-24 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. V.M. de Winkel, mr. J.P.L.M. Remmerswaal en
mr. A. de Lange, in bijzijn van de griffier mr. A.M. Grasman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 april 2026.