Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1],2. [geïntimeerde 2],
1.De zaak in het kort
[appellant] stelt € 18.850,- te hebben uitgeleend aan de vof en/of de vennoten waarvan € 16.850,- ten onrechte niet is terugbetaald. De vennoten erkennen van [appellant] in totaal € 6.000,- in contanten te hebben geleend waarvan € 2.000,- is terugbetaald. Zij bestrijden de gestelde geldlening voor het overige: de uitbetaling van € 12.250,- betrof geen geldlening maar een betaling voor door [appellant] voor zichzelf, maar op naam en met instemming van de vof, in India bestelde producten .
Volgens de vennoten heeft [appellant] buiten hun medeweten op naam van de vof voor zichzelf nog meer bestellingen in India gedaan en hebben zij in verband met die (door de vof betaalde) bestellingen een (tegen)vordering op [appellant]. Die vordering kan deels worden verrekend met de vordering tot terugbetaling van het niet bestreden deel van de geldlening. Voor zover de vordering de geldlening overstijgt, vorderen de vennoten betaling van het meerdere.
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 30 september 2024, zoals hersteld bij exploot van 10 oktober 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 17 juli 2024, voor zover dat betrekking heeft op de vennoten;
- de memorie van grieven van [appellant];
- het arrest van dit hof van 10 oktober 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 maart 2025;
- de memorie van antwoord van de vennoten;
- het op verzoek van het hof nagezonden (volledige) proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 juli 2023.
3.Feitelijke achtergrond
Bestelling bij Enterprise (i)
€ 12835,50 klaar zetten’. Asian Food heeft dit bedrag vervolgens aan Enterprise overgemaakt.
Bestelling bij Arvira
Bestelling bij Enterprise (ii)
4.Procedure bij de kantonrechterin conventie en reconventie
Asian Food stelt verder een in reconventie verder uitgewerkte tegenvordering op [appellant] te hebben die zij wil verrekenen. Naar zij stelt, heeft [appellant] namelijk op naam van Asian Food nog meer bestellingen gedaan bij bedrijven in India (de Arvira- en Enterprise (ii)-bestellingen) die voor hem, [appellant], bestemd waren en die ook aan hem zijn geleverd. Daarvoor moet hij Asian Food, die door leveranciers en vervoerders tot betaling is aangesproken, betalen. Asian Food vordert in reconventie dan ook de veroordeling van [appellant] tot betaling van € 18.582,99 te vermeerderen met wettelijke handelsrente en de kosten van de procedure. Voor de onderbouwing verwijst zij naar de tegenvordering in conventie.
- geoordeeld dat Asian Food nog € 4.000,- aan [appellant] moet terugbetalen uit hoofde van de haar in contanten verstrekte geldlening, tenzij het beroep van Asian Food op verrekening met een tegenvordering op [appellant] slaagt;
- voorshands aannemelijk geacht dat [appellant] per bank een lening van € 12.850,- aan Asian Food heeft verstrekt en Asian Food in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren;
- Asian Food toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de Arvira-bestelling en de Enterprise (ii)-bestelling bestemd waren voor [appellant] en dat de door Arvira geleverde producten aan [appellant] ter beschikking zijn gesteld.
-
in conventieenige vordering van [appellant] op Asian Food uit hoofde van geldlening beperkt is tot € 4.000,- (en de vordering strekkende tot terugbetaling van € 12.850,- afgewezen);
-
in reconventieAsian Food (tegen)vorderingen heeft op [appellant] van in totaal € 12.857,76 in verband met door Asian Food aan Arvira en Premiere Logistics betaalde kosten.
De kantonrechter heeft het beroep van Asian Food op verrekening met de vordering van [appellant] tot betaling van € 4.000,- uit hoofde van de geldlening gehonoreerd. Dat heeft er in geresulteerd dat [appellant] in reconventie is veroordeeld om aan Asian Food het verschil, € 8.857,76, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, te betalen. De proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, zijn gecompenseerd.
5.Hoger beroepVordering
Grief 1: ten onrechte heeft de kantonrechter Asian Food in het opgedragen tegenbewijs geslaagd geacht.
Grief 2: ten onrechte heeft de kantonrechter het beroep van Asian Food op verrekening met een tegenvordering gehonoreerd en vervolgens in reconventie het na compensatie resterende deel van de tegenvordering toegewezen. [appellant] herhaalt in dit verband zijn stellingen en weren in eerste aanleg.
De kosten en/of betalingen voor de Enterprise (i)-bestelling, de Arvira-bestelling en de Enterprise (ii)-bestelling behoren niet voor rekening van [appellant] te komen. [appellant] wilde Asian Food, die geen contacten in India had, helpen en heeft zijn contacten gebruikt om voor en op naam van Asian Food bestellingen te doen. Hij wijst er op dat hij geen ondernemer meer is, dat alle facturen op naam staan van Asian Food, dat hij geen contracten heeft getekend en dat aan Asian Food is geleverd en hij ontkent dat aan hem is doorgeleverd. De kantonrechter leidt uit het gebruik van de term ‘klaarzetten’ (rov. 3.1.f) ten onrechte af dat [appellant] de producten voor zichzelf heeft besteld.
De grieven 1 en 2 komen erop neer dat de kantonrechter ten onrechte het aan Asian Food opgedragen (tegen)bewijs geleverd heeft geacht. Volgens [appellant] heeft de kantonrechter miskend dat de getuigen familie of vrienden van elkaar zijn en daarom is niet uit te sluiten dat zij de verklaringen vooraf met elkaar hebben afgestemd. [appellant] verwijst naar zijn bewijsaanbod in eerste aanleg en biedt in hoger beroep opnieuw bewijs aan door het opnieuw horen van de getuigen [geïntimeerde 1] en [betrokkene 1]. Ook wenst hij [betrokkene 2], van wie een schriftelijke verklaring is overgelegd, als getuige te horen.
Grief 3 houdt in dat [appellant] niet behoort op te draaien voor de gemaakte kosten in verband met de Enterprise (ii)-bestelling. De mango’s zijn ten behoeve van Asian Food gekocht en geleverd en Asian Food heeft ze doorverkocht.
BeoordelingToepasselijk (bewijs)recht
Inleidende opmerkingen
De geldlening; inleiding
De geldlening; ontkrachting tegenbewijs
De geldlening; bewijsaanbod
De tegenvordering
Aan zijn betoog dat Asian Food niet in het bewijs is geslaagd legt [appellant] in de grieven 2 en 3 ten grondslag, net als in de procedure bij de kantonrechter, dat hij de Arvira-bestelling en de Enterprise (ii)-bestelling niet voor zichzelf heeft gedaan en dat de bestelde zaken (specerijen en mango’s) niet aan hem zijn geleverd. Volgens hem heeft de kantonrechter ten onrechte voor waar aangenomen wat de getuigen hebben verklaard.
[appellant] wenst in hoger beroep [geïntimeerde 1], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (nogmaals) als getuige te horen omdat de rechtbank ten onrechte voor waar zou hebben aangenomen wat de getuigen hebben verklaard. Hij wenst dus de onjuistheid van de getuigenverklaringen aan te tonen door alsnog tegenbewijs te leveren door het horen van dezelfde getuigen. Voor wat betreft [geïntimeerde 1] en [betrokkene 1] strandt dit aanbod op de hiervoor onder 5.10 aangegeven gronden. Dit geldt niet voor [betrokkene 2] die een schriftelijke verklaring heeft afgelegd over -uitsluitend- de Arvira-bestelling. [appellant] heeft aan deze getuige nog geen vragen (in contra-enquête) kunnen stellen. Hij zal dus in de gelegenheid worden gesteld [betrokkene 2] als getuige te horen voor het leveren van tegenbewijs.
Slot