Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rolnummer hoofdzaak : 22-004205-24
[verzoeker]
De procedure
- het proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris in bovenvermelde strafzaak van 4 maart 2026, opgemaakt 11 maart 2026, waarin het mondelinge wrakingsverzoek van de raadsman ten aanzien van de raadsheer-commissaris is geverbaliseerd;
- de schriftelijke reactie van de gewraakte raadsheer van 17 maart 2026, met onder meer de vermelding dat zij niet in de wraking berust;
- de brief van de raadsman van diezelfde datum;
- de volgende stukken uit de hoofdzaak: de dagvaarding eerste aanleg, het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg met daaraan gehecht het requisitoir van het openbaar ministerie en de pleitnota van de raadsman, het vonnis in eerste aanleg, de appelschriftuur met daarin de grieven en onderzoekswensen, het schriftelijk standpunt van het openbaar ministerie ten aanzien van de onderzoekwensen, en het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer van dit hof van 21 oktober 2025.
Het geding in de hoofdzaak
“U vraagt of ik in de afgelopen 10 jaar seksueel contact heb gehad met minderjarigen. De RhC zegt dat deze vraag niet relevant is. De raadsman zegt dat de vraag wel relevant is, omdat het feit dat, als er seksueel contact is geweest tussen de getuige en minderjarigen, dit iets zegt over de term “kleuterneuker” in overdrachtelijke zin. De RhC zegt dat zij voorafgaand aan het verhoor duidelijk te kennen heeft gegeven dat de getuige zichzelf niet hoeft te incrimineren. De raadsman zegt dat hij de RhC wil wraken omdat RhC kennelijk de kern van het verweer niet relevant vindt en er daarmee de schijn van vooringenomenheid is.”
Het wrakingsverzoek
* hoeveel personen er op het kantoor van de getuige werkten;
* of degene die voor het aanduiden van de getuige met de term “kleuterneuker” was veroordeeld (welke veroordeling verdachte in haar tweet bekritiseerde) dit letterlijk of figuurlijk had bedoeld en hoe het kon dat de getuige in zijn aangifte had gezegd te weten dat het figuurlijk was bedoeld;
* of de getuige in de afgelopen tien jaar seksueel contact had gehad met minderjarigen.
Beoordeling van het wrakingsverzoek
Ontvankelijkheid, voor zover het aanvullende gronden uit de brief van 17 maart 2026 betreft
Inhoudelijke beoordeling
Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker, de gewraakte raadsheer en de advocaat-generaal.