Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw en [kind 1] van 15 oktober 2024 met bijlagen, ingekomen op 16 oktober 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw en [kind 1] van 27 januari 2025 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
- de vrouw en [kind 1] , bijgestaan door mr. P.A. Ellenbroek;
- de man, bijgestaan door mr. M.P. Biesbroek.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- het gezamenlijk ouderlijk gezag over [kind 2] beëindigd en bepaald dat het ouderlijk gezag voortaan aan de vrouw toekomt;
- het ouderschapsplan, door de vrouw en de man ondertekend op 12 augustus 2013, gewijzigd in die zin dat de invulling van de omgangsregeling aan [kind 2] wordt overgelaten;
- het verzoek van de vrouw (en namens [kind 1] ) tot vaststelling van een kinderalimentatie/ bijdrage in het levensonderhoud en studie van [kind 1] afgewezen.
- een onderhoudsbijdrage moet worden vastgesteld, dan wel dat de alimentatie afspraken uit het ouderschapsplan gewijzigd moet worden, en de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) van [kind 2] moet voldoen van € 250,- per maand per datum indiening aanvullend verzoek (d.d. 26 november 2021), althans een door het hof in goede justitie te bepalen ingangsdatum en/of bedrag;
- een onderhoudsbijdrage moet worden vastgesteld, dan wel dat de alimentatie afspraken uit het ouderschapsplan gewijzigd moet worden, en de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, dan wel een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van [kind 1] moet voldoen van € 250,- per maand per datum indiening aanvullend verzoek (d.d. 26 november 2021), althans een door het hof in goede justitie te bepalen ingangsdatum en/of bedrag.
- de bestreden beschikking voor wat betreft de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over [kind 2] te vernietigen het gezamenlijk ouderlijk gezag in stand te laten;
- de bestreden beschikking voor wat betreft de wijziging van het ouderschapsplan ten aanzien van de omgangsregeling te vernietigen en alsnog een omgangs-/zorgregeling tussen de man en [kind 2] vast te stellen, waarbij [kind 2] minimaal eenmaal per maand een weekend bij de man verblijft, dan wel een regeling die het hof in goede justitie redelijk acht.