Appellanten zijn in augustus 2023 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De rechtbank beëindigde deze regeling in februari 2025 omdat appellanten hun verplichtingen niet nakwamen en hun schuldeisers probeerden te benadelen. De overwaarde van hun woning was hoger dan de schuldenlast, maar zij weigerden medewerking aan verkoop of alternatieve vergoeding.
Appellanten stelden dat zij alles deden om financiering te verkrijgen en dat zij niet te kwader trouw waren. Zij verwezen naar ziekte en omstandigheden die medewerking bemoeilijkten. Het hof oordeelde echter dat zij onvoldoende openheid van zaken gaven, bankafschriften manipuleerden en geen concrete oplossing boden om de overwaarde in de boedel te brengen.
Het hof benadrukte dat van schuldsaneraars verwacht mag worden dat zij zich maximaal inspannen. De boedelachterstand van ruim €25.000 werd erkend. Het voorstel om een parkeerplaats te verkopen en spaargeld van hun zoon te gebruiken bood onvoldoende soelaas. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en adviseerde appellanten alsnog met schuldeisers tot een akkoord te komen.