Uitspraak
hij op of omstreeks 22 juli 2022 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, die [slachtoffer]
hij op
of omstreeks22 juli 2022 te Rotterdam [slachtoffer] opzettelijk en
al dan nietmet voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door
, in elk geval een scherp/puntig voorwerp,in de keel
/nekte snijden
en/of te stekenen
/of
met beide handende keel dicht te drukken
/ in de keel te knijpenen
/of
Die dag ervoor, donderdag, hadden we ook ruzie. Ze zei dat ze een instantie ging bellen dat ik weg moest gaan. Ze zei dat er hier een einde aan moest komen, want ik moest weg. Ik zei nog tegen haar dat we voor altijd samen zouden blijven. Ik zei dat ik voor haar naar Nederland vanuit Suriname kwam. Daar hadden we ruzie over. Ik zei nog: "Waar moet ik naar toe gaan als ik bij je weg ga? Ik kan nergens heen. Al het geld dat ik verdien geef ik aan je. Ik doe alles voor je." Toen vrijdagochtend wilde ik met haar praten. Ik zei: "Waarom doe je zo met mij? Ik wilde mijn hele leven samen blijven.”
Er is op basis van te veel variabelen niet te reconstrueren of dergelijke raamvergrendelingen door het rammen op de voordeur van horizontaal naar verticaal vallen/gaan, maar aannemelijk is dit niet. Deurvergrendelingen vallen niet spontaan dicht als deze in nieuwstaat worden gemonteerd (dit om te voorkomen dat men zich buitensluit). Tevens mag je verwachten, wanneer de voordeur geramd wordt
Ik heb vervolgens een nader onderzoek ingesteld naar de staat van de (..) bovenste schuif. Ik voelde stevige weerstand bij het open en dicht zetten van de schuif. Ik merk op dat het derhalve niet waarschijnlijk is dat de schuif uit zichzelf naar beneden is gezakt, bijvoorbeeld door het inrammen van de deur.”De verbalisant relateert voorts dat [zoon slachtoffer], de inwonende zoon van het slachtoffer, tegen hem heeft gezegd dat beide schuiven voorafgaand aan het incident hetzelfde aanvoelden qua weerstand en dat deze niet ‘lam’ waren waardoor ze vanzelf naar beneden zouden kunnen zakken. Het hof schuift de door de verdediging geopperde mogelijkheid van spontaan in het slot vallen dan ook als onaannemelijk terzijde.
- Shockschade = € 30.000,00
- Affectieschade = € 17.500,00
- “Nader te onderbouwen” = € 2.000,00
-overeenkomstig de rechtbank- toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 37.500,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 37.500,00 aansprakelijk is voor schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [zoon slachtoffer].
- Affectieschade = € 20.000,00
- Shockschade = € 30.000,00
- Materiële schade (totaal) = € 16.741,60
- “Nader te onderbouwen” = € 2.000,00
-overeenkomstig de rechtbank- toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 55.764,80, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 20.000,00. De (niet betwiste) affectieschade ad
€ 20.000,00 komt het hof voorts redelijk voor, waarbij het hof heeft gelet op het feit dat de zoon inwoonde bij zijn moeder, en komt dan ook voor toewijzing in aanmerking. Deze immateriële schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve in zoverre tot een bedrag van € 40.000,00 worden toegewezen.
– door de verdediging betwiste - post kosten van de priester ad € 1.400,-- echter onvoldoende onderbouwd en zal de vordering in zoverre afwijzen. Voor de gevorderde schade die ziet op de overige kosten van lijkbezorging ad
€ 54.364,80 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [zoon slachtoffer].
- Shockschade = € 20.000,00
- Materiële schade (totaal) = € 775,96
- “Nader te onderbouwen” = € 1.000,00
-overeenkomstig de rechtbank- toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 15.775,96, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 15.775,96 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van [zus slachtoffer].
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren.
€ 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.000 (tweeduizend euro) aan schadeaf.
127(honderdzevenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 54.364,80 (vierenvijftigduizend driehonderdvierenzestig euro en tachtig cent) bestaande uit € 14.364,80 (veertienduizend driehonderdvierenzestig euro en tachtig cent) materiële schade en € 40.000,00 (veertigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.400,00 (drieduizend vierhonderd euro) aan schadeaf.
172(honderdtweeënzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 15.775,96 (vijftienduizend zevenhonderdvijfenzeventig euro en zesennegentig cent) bestaande uit € 775,96 (zevenhonderdvijfenzeventig euro en zesennegentig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.000 (duizend euro) aan schadeaf.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
65(vijfenzestig) dagen. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.