ECLI:NL:GHDHA:2025:466
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid vorderingen ouderschapsgeschil en proceskostencompensatie
Partijen, voormalige partners en ouders van twee minderjarige kinderen, zijn in geschil geraakt over diverse voorzieningen zoals schoolwijziging, zorgregeling en therapie. De vrouw vorderde in kort geding onder meer vervangende toestemming voor schoolinschrijving en wijziging zorgregeling, alsmede betaling van achterstallige alimentatie.
De voorzieningenrechter verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar vorderingen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en veroordeelde haar in de proceskosten. De vrouw ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof oordeelt dat de vorderingen die op grond van artikel 1:253a BW via verzoekschriftprocedure moeten worden ingesteld, niet in kort geding kunnen worden behandeld zonder spoedeisend belang. De vrouw heeft geen spoedeisend belang bij de schoolwijziging en zorgregeling, en ook geen belang bij de achterstallige alimentatie omdat een executoriale titel bestaat.
Het hof vernietigt de proceskostenveroordeling omdat de verhoudingen tussen de ouders niet verder op scherp moeten worden gezet en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen in hoger beroep, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en de proceskostenveroordeling uit eerste aanleg wordt vernietigd met compensatie van proceskosten.