[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats] ([land]),
ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres: [verblijfadres].
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde in de vorm van een meldplicht. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2016 tot 01 oktober 2016 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee, in elk geval in Nederland,
door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en)
iemand, te weten [slachtoffer], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- betasten van en/of wrijven over en/of knijpen in de al dan niet beklede benen en/of billen en/of borsten en/of vagina van die [slachtoffer]
het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
- onverhoeds en/of onverwachts uitvoeren van die ontuchtige handelingen bij die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] lag te slapen en/of aan het ontwaken was) en/of - misbruik maken van het uit zijn leeftijd voortvloeiend psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht en/of
- ( dwingend) tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat ze het niet tegen haar papa en mama mocht zeggen omdat er anders iets zou gebeuren;
2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2009 tot 01 januari 2011 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee, in elk geval in Nederland, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, te weten met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 1999), handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], namelijk het, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- brengen en/of (vervolgens) houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of
- brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2].
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat het hof komt tot een enigszins andere bewezenverklaring. Ook zal het hof de bewijsvoering aanpassen en andere beslissingen nemen ten aanzien van de strafoplegging.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op
een of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 01 april 2016 tot 01
septemberoktober2016 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee,
in elk geval in Nederland,
door
geweld en/of (een) anderefeitelijkhe
(i)d
(en) en
/ofdoor bedreiging met geweld
en/of
door bedreigingmet (een) andere feitelijkhe(i)d(en)
,
iemand, te weten [slachtoffer 1], heeft gedwongen tot het
plegen en/ofdulden van
een of meerontuchtige handeling
(en
), namelijk het meermalen
, althans eenmaal, (telkens)-betasten van en/of wrijven over en/of knijpen in de al dan niet beklede benen en/of billen en/of borsten en/of vagina van die [slachtoffer 1]
en welkehet geweld en/of een anderefeitelijkhe
(i)d
(en
) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
- onverhoeds en
/ofonverwachts uitvoeren van die ontuchtige handelingen bij die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] lag te slapen en/of aan het ontwaken was) en
/of- misbruik maken van het uit zijn leeftijd voortvloeiend psychisch en
/offysiek en
/ofgeestelijk overwicht en
/of
- ( dwingend) tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat ze het niet tegen haar papa en mama mocht zeggen omdat er anders iets zou gebeuren;
2.
hij op
een of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 01 januari 2009 tot 01 januari 2011 te Oude-Tonge, gemeente Goeree-Overflakkee,
in elk geval in Nederland,met iemand die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, te weten met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 1999), handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], namelijk het
,meermalen
, althans eenmaal, (telkens)
- brengen en
/of(vervolgens) houden en
/ofbewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina
, althans tussen de schaamlippenvan die [slachtoffer 2] en
/of
- brengen en
/ofhouden en
/ofbewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina
, althans tussen de schaamlippenvan die [slachtoffer 2].
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
De raadsman van de verdachte heeft betoogd dat de verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring en een veroordeling. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefsters (hierna: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) onvoldoende betrouwbaar zijn en het dossier onvoldoende steunbewijs bevat. Een en ander heeft hij nader onderbouwd in zijn pleitnota.
De advocaat-generaal heeft in zijn requisitoir aangegeven waarom hij tot de conclusie komt dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Het hof stelt voorop dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om voor het bewijs te bezigen wat uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat deze voor het bewijs van geen waarde acht. Indien ten aanzien van de betrouwbaarheid van het gebruikte bewijsmateriaal door of namens de verdachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten worden ingenomen, brengt de motiveringsplicht in de tweede volzin van artikel 359 lid 2 Sv mee dat de feitenrechter zijn beslissing nader motiveert.
Op ongeveer tienjarige leeftijd (rond 2003) is de verdachte in een pleeggezin in Oude-Tonge
terechtgekomen. In 2009 werd een ander pleegkind in hetzelfde gezin geplaatst: [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]). Zij heeft daar ongeveer twee jaar gewoond. In 2016 werd de woning van de pleegouders van de verdachte verbouwd en moesten zijn pleegouders en hij tijdelijk ergens anders wonen. De verdachte heeft toen van april tot en met augustus 2016 ingewoond bij de familie [familienaam slachtoffer 1]. Daar woonde ook [slachtoffer 1], de dochter van de familie [slachtoffer 1]. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben beiden verklaard dat zij door de verdachte seksueel zijn misbruikt.
Betrouwbaarheid verklaringen
Anders dan de verdediging ziet het hof – met de rechtbank - geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben afgelegd.
Het hof overweegt daartoe dat [slachtoffer 1] haar verhaal in mei 2022 eerst tegen een schoolvriendin heeft verteld en kort daarna tegen haar moeder. Haar ouders hebben contact opgenomen met de politie. [slachtoffer 1] heeft daar in bijzijn van haar vader een informatief gesprek gehad, daarna heeft haar moeder aangifte gedaan en is [slachtoffer 1] als getuige gehoord. Alle keren heeft zij hetzelfde verhaal verteld. Zij heeft consistent verklaard over de plaats, gelegenheid en de manier waarop het misbruik plaatsvond. De door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen zijn voorts onderzocht door twee deskundigen, die hebben geconcludeerd dat hun observaties beter passen bij het scenario dat de verklaringen van [slachtoffer 1] valide zijn dan bij het scenario dat die verklaringen invalide zijn.
Ook [slachtoffer 2] heeft consistent verklaard. Dat [slachtoffer 2] kwetsbaar is, zoals de verdediging heeft aangevoerd, is op zichzelf geen reden om aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen te twijfelen. Dat [slachtoffer 2] de verdachte op latere leeftijd (toen zij ongeveer 16 of 17 jaar was) nog een keer heeft opgezocht, is dat evenmin. Bij de rechter-commissaris heeft zij namelijk verklaard waarom zij dat destijds heeft gedaan: ze was weggelopen uit de instelling waar ze gesloten was geplaatst, was op zoek naar een familieband en dacht toen als eerste aan de verdachte. Ze zou zich op dat moment nog niet hebben gerealiseerd dat de gebeurtenissen van vroeger neerkwamen op seksueel misbruik. Die verklaring komt het hof niet onaannemelijk voor.
Het hof is dan ook van oordeel dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Die verklaringen kunnen dus voor het bewijs worden gebruikt.
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en overweegt daartoe als volgt.
Volgens artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op elk onderdeel daarvan. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval.
Het hof stelt voorop dat het bij zedenzaken - waarin het vaak enkel betreft de verklaring van de verdachte tegenover de verklaring van het vermeende slachtoffer - veelal aankomt op de vraag in hoeverre de door het slachtoffer, in dit geval dus [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verklaarde gang van zaken steun vindt in andere bewijsmiddelen. Naar vaste rechtspraak hoeft het steunbewijs echter geen betrekking te hebben op de tenlastegelegde gedragingen. Het is derhalve voldoende wanneer de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op bepaalde punten bevestiging vinden in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Daar staat tegenover dat tussen de verklaringen en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.
Steunbewijs verklaring [slachtoffer 1]
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1] in voldoende mate steun vindt in de manier waarop de
disclosureplaatsvond. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij begin 2022 een boekje over seksuele voorlichting van haar moeder kreeg en dat ze bij het lezen daarvan tot het besef kwam dat wat de verdachte bij haar had gedaan helemaal niet goed was. In dat boekje stond dat als er iets is gebeurd, je dat moet zeggen tegen iemand die je vertrouwt. [slachtoffer 1] heeft vervolgens een schoolvriendinnetje in vertrouwen genomen.
Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat het feit dat deze
disclosurepas na ongeveer zes jaar plaatsvond, zich goed laat verklaren. In 2016 was [slachtoffer 1] immers nog maar zes jaar oud en had – naar het hof aanneemt – nog geen enkel besef van seksualiteit. Ze heeft zelf verklaard dat ze eerst niet echt wist wat er gebeurde en dat ze er lange tijd niet aan had gedacht. Dat [slachtoffer 1] niet al eerder iets aan haar ouders had verteld, past voorts ook bij haar verklaring dat de verdachte haar had opgedragen niets aan haar ouders te vertellen omdat er anders iets zou gebeuren. Zij had het daarom lange tijd niet durven vertellen.
Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] daarnaast worden ondersteund door de gedragsveranderingen van [slachtoffer 1] die zijn begonnen ten tijde van dan wel kort na de tenlastegelegde periode. Zo blijkt uit de schoolverslagen van [slachtoffer 1] dat zij half november 2016 “al een tijdje niet lekker in haar vel zat”, terwijl het half februari 2015 nog “prima” ging met [slachtoffer 1].
Voorts worden de verklaringen van [slachtoffer 1] ondersteund door de verklaring van de moeder van [slachtoffer 1]. De moeder van [slachtoffer 1] heeft verklaard dat haar dochter in groep 4 een schriftje van de juf had gekregen om te oefenen met het opschrijven van emoties. Dit laatste blijkt ook uit het schoolverslag van half november 2017.
De moeder had in dit schriftje gelezen dat ze (het hof begrijpt: [slachtoffer 1])
een geheimhad. Dit past in de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij wat er tussen haar en de verdachte was gebeurd niet tegen haar vader of moeder mocht zeggen.
Het hof is derhalve van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] voldoende worden ondersteund door overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Steunbewijs verklaring [slachtoffer 2]
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het dossier voldoende steunbewijs bevat voor de als geloofwaardig en betrouwbaar beoordeelde verklaringen van [slachtoffer 2].
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat er een slot op haar deur werd geplaatst, nadat zij aan de getuige [getuige], destijds de pleegmoeder van [slachtoffer 2] en de verdachte, had verteld dat de verdachte aan haar had gezeten. Volgens [slachtoffer 2] ging de verdachte de sleutel dan zoeken en kwam hij alsnog binnen. Toen de pleegmoeder hier lucht van kreeg, is het ook gebeurd dat de verdachte het raam van de slaapkamer van [slachtoffer 2] openzette en via de boom alsnog haar kamer binnenklom. Dit deed hij ’s avonds als [slachtoffer 2] in bed lag.
De verklaringen van [slachtoffer 2] worden in dit geval ondersteund door de verklaring van de pleegmoeder.
Zij heeft bij de politie verklaard dat haar man wel eens had gezegd dat hij de verdachte naar de kamer van [slachtoffer 2] zag gaan en dat er vervolgens een slot op de deur van [slachtoffer 2] was gezet. Bij de raadsheer-commissaris heeft de pleegmoeder verklaard dat in de eerste weken dat [slachtoffer 2] in het gezin was, haar man wel eens tegen de pleegmoeder had gezegd dat hij de verdachte niet helemaal vertrouwde en dat zij toen gelijk een slot op de deur van [slachtoffer 2] had laten zetten.
Afgestemde verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]?
Anders dan de raadsman stelt, is niet gebleken dat de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op enigerlei wijze aan elkaar gelieerd zijn. Hetgeen de raadsman daartoe heeft aangevoerd, is niet onderbouwd en miskent dat [slachtoffer 2] haar
disclosureal veel eerder had gedaan, namelijk aan haar persoonlijk begeleider. Uit de getuigenverklaring van deze begeleider volgt namelijk dat zij in 2020 met [slachtoffer 2] mee was naar een afspraak met de gynaecoloog. De begeleidster van [slachtoffer 2] zag tijdens dit onderzoek dat [slachtoffer 2] lichamelijk heel heftig reageerde en vroeg haar na afloop of [slachtoffer 2] hier meer over wilde vertellen. [slachtoffer 2] vertelde haar toen dat zij door haar pleegbroer [verdachte] was misbruikt en dat hij ’s nachts haar slaapkamer binnenkwam, achter haar ging liggen, met zijn hand in haar broek ging en aan haar vagina zat. Uit de bij het proces-verbaal gevoegde rapportages blijkt dat dit bezoek aan de gynaecoloog heeft plaatsgevonden op 17 juni 2020. Het hof stelt vast dat dit ruim is voordat [slachtoffer 1] in 2022 met haar verhaal naar buiten kwam.
Naar het oordeel van het hof volgt uit de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] onafhankelijk van elkaar met hun verhaal naar buiten zijn gekomen en blijkt uit de voornoemde gang van zaken niet dat er sprake is van beïnvloeding van [slachtoffer 2] door het appgesprek met de moeder van [slachtoffer 1], eind augustus 2022, en de daarop volgende aangifte van en namens [slachtoffer 1].
Verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] versterken elkaar
Anders dan de verdediging, is het hof van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar ook nog eens versterken. Zo overweegt het hof dat in beide gevallen de verdachte zijn pleegzusjes in de naastgelegen slaapkamer opzocht, meestal ook op een moment waarop ze al sliepen, om vervolgens naast hen in bed te gaan liggen of zitten en hen te betasten. In dit opzicht en voor zover is sprake van schakelbewijs. Dat de seksuele handelingen bij [slachtoffer 2] – met wie de verdachte in leeftijd 4 jaar verschilde - verder gingen dan de handelingen bij de veel – namelijk ruim 16 jaar - jongere [slachtoffer 1], doet daar niet aan af.
Hier komt nog bij – zoals ook de rechtbank heeft overwogen - dat de verdachte steeds heeft verklaard dat hij met geen van beide meisjes ooit problemen heeft gehad. Zij gingen juist als familie met elkaar om. Dat er in dat licht niet één, maar twee vrouwen zijn die los van elkaar over seksueel overschrijdend handelen van de verdachte hebben verklaard, terwijl de verdachte daarvoor ook nu nog geen enkele verklaring heeft kunnen geven, versterkt naar het oordeel van het hof de verklaringen van beide meisjes over wat hen door de verdachte is aangedaan.
De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vinden – mede in onderling verband en in samenhang bezien - voldoende steun in andere bewijsmiddelen in het dossier, zodat voldaan is aan het bewijsminimum als bedoeld in artikel 342 Sv. Het hof acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen en verwerpt het verweer van de verdediging op alle onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: