Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 december 2025
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, gebruiker van een winkelverkoopruimte, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden en aanslagen voor de jaren 2021 tot en met 2023. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op basis van de huurwaarde-kapitalisatiemethode met een bruto kapitalisatiefactor van 11. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de bruto kapitalisatiefactor te hoog was en dat de effecten van de coronacrisis onvoldoende waren verwerkt. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarden niet te hoog waren vastgesteld, mede omdat belanghebbende de gebruikte gegevens niet had betwist en de coronacrisis was verdisconteerd in de marktgegevens.
Ook de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase werd door het hof bevestigd, omdat de bezwaren gelijktijdig en inhoudelijk identiek waren behandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.