ECLI:NL:GHDHA:2025:2827

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
22-000032-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heimelijk fotograferen van een deels naakte patiënt door zorgmedewerker in een ziekenhuis

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 8 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam. De verdachte, geboren in 1993, werd beschuldigd van het heimelijk fotograferen van een deels naakte patiënt in een ziekenhuis. De patiënt bevond zich in een kwetsbare positie, wat een hoge mate van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vereiste. De verdachte maakte een foto van de patiënt, die grotendeels naakt op bed lag, en stuurde deze naar een collega. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, maar het hof oordeelde dat de foto niet aanstotelijk was voor de eerbaarheid in de zin van artikel 240 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof sprak de verdachte vrij van het tweede feit, maar achtte het eerste feit bewezen. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Het hof overwoog dat de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk een afbeelding had vervaardigd van een persoon op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, waarbij de aanwezigheid van het technische hulpmiddel niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt. De uitspraak benadrukt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, vooral in kwetsbare situaties.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000032-25
Parketnummer: 10-313051-23
Datum uitspraak: 8 december 2025
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 8 juli 2023 te Dordrecht, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt opzettelijk en wederrechtelijk van een patiënt van het [ziekenhuis] aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de psychiatrische [afdeling] in het [ziekenhuis] een afbeelding heeft vervaardigd;
2.
hij op of omstreeks 8 juli 2023, te Dordrecht, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat een afbeelding en/of voorwerp, te weten een afbeelding van patiënt van het [ziekenhuis] aanstotelijk voor de eerbaarheid was, die afbeelding en/of dat voorwerp aan iemand, te weten [persoon], anders dan op diens verzoek, heeft toegezonden.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak feit 2
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de verdachte gemaakte foto niet aanstotelijk is voor de eerbaarheid in de zin van art. 240 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zodat vrijspraak moet volgen.
Het hof overweegt als volgt.
Voor een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde is gelet op artikel 240 Sr vereist dat de in de onderhavige zaak verzonden foto aanstotelijk is voor de eerbaarheid. Dat houdt in dat sprake moet zijn van een kwetsing of schending van de algemene seksuele eerbaarheid, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de heersende zeden. Of de foto naar heersende zeden aanstotelijk is voor de (algemene seksuele) eerbaarheid, moet worden beoordeeld aan de hand van de op dit punt levende opvattingen bij een belangrijke meerderheid van de Nederlandse bevolking. Met andere woorden: artikel 240 Sr beschermt een algemeen eerbaarheidsbesef; of de eerbaarheid van direct betrokkenen is geschonden, doet op zichzelf niet ter zake. Voorts moet sprake zijn van een reële aanstoot, wat betekent dat de toeschouwer/ontvanger daadwerkelijk geschokt moet zijn.
Het dossier bevat de foto die de verdachte naar [persoon] (hierna: [persoon]) heeft gestuurd. De verdachte was via [persoon] in het ziekenhuis werkzaam. Op deze foto is een grotendeels naakt persoon waarneembaar die, met zijn rug naar de fotograaf toe, op bed ligt. De persoon draagt enkel een korte broek ter hoogte van zijn bovenbenen, waardoor een gedeelte van de bil zichtbaar is. Het gezicht van de persoon is niet te zien. Evenmin is een geslachtsdeel zichtbaar.
Naar het oordeel van het hof is de onderhavige foto, waarbij de gefotografeerde persoon grotendeels naakt met zijn rug naar de fotograaf toe ligt en waarbij alleen een gedeelte van een bil zichtbaar is naar objectieve maatstaven niet aanstotelijk voor de eerbaarheid in de zin van art. 240 Sr. Dat het maken van die foto van de betreffende persoon op die plaats en in die positie in algemene zin laakbaar was, doet aan dat oordeel niet af.
Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op
of omstreeks8 juli 2023 te Dordrecht, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt opzettelijk en wederrechtelijk van een patiënt van het [ziekenhuis] aanwezig
in een woning ofop een
andereniet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de psychiatrische [afdeling] in het [ziekenhuis] een afbeelding heeft vervaardigd.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging feit 1
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van feit 1 dient te worden vrijgesproken. Volgens de verdediging is geen sprake van een heimelijke opname, nu medewerkers van het ziekenhuis via het aanwezige cameratoezicht hebben kunnen zien dat de verdachte een foto maakte. Evenmin is sprake van het wederrechtelijk vervaardigen van een afbeelding, omdat het maken van de foto werk gerelateerd was.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het hof af dat de verdachte op 8 juli 2023 op de psychiatrische afdeling in het [ziekenhuis] kwam werken als fysieke zorgbegeleider. Voordat hij zijn werkzaamheden startte, is hij de kamer van een patiënt binnengelopen met zijn telefoon aan zijn oor. Hij stond stil voor het bed van de patiënt, maakte een foto en liep al telefonerend de kamer weer uit. De patiënt lag op dat moment, deels naakt, in een speciaal bed met een tent er om heen waarin patiënten worden geplaatst als zij onrustig zijn, agressie naar anderen hebben of een gevaar zijn voor zichzelf. Via camera’s waarmee de patiënt in de gaten werd gehouden, hebben collega’s gezien wat er was gebeurd. Zij hebben de verdachte hiermee geconfronteerd. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het een domme fout was.
Met betrekking tot de vraag of de verdachte door zijn handelen opzettelijk en wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, overweegt het hof als volgt.
Of ‘de aanwezigheid’ van een technisch hulpmiddel ‘op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt’ is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan (in onderling verband en samenhang bezien) de aard van het technisch hulpmiddel, de zichtbaarheid ervan en het gebruik dat ervan wordt gemaakt, het tijdstip waarop de afbeelding wordt vervaardigd, de locatie van de persoon van wie de afbeelding wordt vervaardigd en – in verband daarmee – de mate waarin op die locatie redelijkerwijs de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan worden verwacht. Als het – zoals in deze zaak aan de orde is – gaat om de vervaardiging van een afbeelding door gebruikmaking van de camerafunctie van een smartphone, brengt de aard van de smartphone als technisch hulpmiddel mee dat de kenbaarheid van de aanwezigheid van dit hulpmiddel mede moet worden beoordeeld aan de hand van de kenbaarheid van het (daadwerkelijke) gebruik van die camerafunctie.
Naar het oordeel van het hof bevond de patiënt zich op het moment van het maken van de foto in een bijzonder kwetsbare positie en (mede daardoor) in een omgeving waarin een hoge mate van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kon worden verwacht. Door van dat kwetsbare tafereel met een smartphone een foto te maken, is sprake van het op onverwachte wijze maken van een afbeelding van een persoon en daarmee van het gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze is kenbaar gemaakt. Dat het maken van die foto voor anderen op dat moment (op afstand) zichtbaar was, kan daaraan niet afdoen. Uit de verklaring van de verdachte dat het een domme fout was, leidt het hof af dat sprake is van het opzettelijk maken van een foto.
Voor zover het maken van de foto werk gerelateerd zou zijn (in de zin dat de verdachte hierover met [persoon] wilde overleggen), zoals door de verdachte verklaard, neemt dit de wederrechtelijkheid niet weg, nu van enige toestemming niet is gebleken en het maken van een werk gerelateerde foto geen rechtmatig gebruik betreft waarvan de wetgever strafbaarstelling op grond van art. 139f Sr heeft willen voorkomen. Overigens is uit de verklaringen van [persoon] of anderen niet aannemelijk geworden dat de verdachte deze foto heeft gestuurd in verband met zijn werk. Uit de verklaringen blijkt ook dat de verdachte alleen om het wifiwachtwoord had gevraagd, maar nog geen instructies over het werk had ontvangen.
Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het verweer van de raadsman en acht het feit wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het vervaardigen van een afbeelding van een patiënt in het [ziekenhuis], terwijl deze zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond. De verdachte heeft hiermee een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de patiënt en zijn privacy op onaanvaardbare wijze geschonden.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 10 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Gelet op de ernst van het feit ziet het hof geen aanleiding voor toepassing van art. 9a Sr, zoals door de verdediging bepleit.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 139f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. K. Versteeg, als voorzitter, mr. E.C. van Veen en mr. M.H. Vos, leden, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Jonkhoff.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 december 2025.
Mr. M.H. Vos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.