Oordeel van de geheimhoudingskamer van de Rechtbank
2. De geheimhoudingskamer van de Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
“1. Bij de beoordeling van het 8:29-verzoek heeft als uitgangspunt te gelden dat alle op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb aan eiser en aan de rechter dienen te worden overgelegd. De omstandigheid dat stukken behoren tot op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb, brengt echter niet automatisch mee dat die stukken (volledig) aan de andere partij ter kennis moeten worden gebracht. Het bepaalde in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of mede te delen dat uitsluitend de bestuursrechter kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming). Ingevolge artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb is beperkte kennisneming enkel toegestaan met toestemming van de andere partij.
2. Bij het geheimhouden of beperkt kennisnemen van (delen van) op de zaak betrekking hebbende stukken moet de grootst mogelijke terughoudendheid wordt betracht. Slechts indien de door de inspecteur voor geheimhouding aangevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die geheimhouding rechtvaardigen.
3. Het 8:29-verzoek ziet op delen van de volgende stukken:
- bijlage 24: een informatieverzoek met dagtekening 4 oktober 2023 (het informatieverzoek) van de belastingdienst aan de belastingautoriteiten van de Verenigde Staten (Internal Revenue Service, de IRS);
- bijlage 25: de reactie van de IRS op het informatieverzoek met begeleidende brief.
4. De geheimhoudingskamer heeft kennis genomen van de weggelakte passages in de hierboven genoemde stukken. Deze stukken zijn vervolgens onderworpen aan een afweging van het belang van eiser bij kennisneming tegenover de redenen van verweerder om die stukken niet met eiser te delen.
5. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat liet 8:29-verzoek resulteert in schending van artikel 6 van het EVRM, ofwel tot schending van het recht op een eerlijk proces, volgt de geheimhoudingskamer hem daarin niet. Artikel 6 van het EVRM bevat minimumnormen voor een eerlijke procesvoering, maar deze normen zijn niet absoluut. De nationale wetgever mag met het oog op een goede procesorde of ter bescherming van het publieke belang of van de belangen van derden, bepaalde procedurevoorschriften en beperkingen stellen, mits het eerlijke karakter van de procesvoering daarmee niet in zijn essentie wordt aangetast. Het eerste lid van artikel 8:29 van de Awb betreffende het achterhouden of geheim houden van inlichtingen of stukken, houdt een beperking in van het beginsel van de openbaarheid en dat van de “equality of arms”. Het artikel bepaalt evenwel, dat deze beperking slechts om “gewichtige redenen” kan worden aangebracht, terwijl het derde lid de toetsing daarvan aan de rechter opdraagt. Acht de rechter de beperking gerechtvaardigd, dan is ingevolge artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb beperkte kennisneming enkel toegestaan met toestemming van de andere partij. De geheimhoudingskamer is van oordeel dat de beperkingsmogelijkheid op deze wijze met zodanige waarborgen is omkleed, dat het recht op een eerlijke procesvoering daarmee niet in zijn essentie wordt beperkt.
6. De geheimhoudingskamer acht niet aannemelijk dat reeds ingevolge de Wet open overheid (Woo) de verplichting bestaat om de inhoud van de weggelakte delen van bijlage 24 en 25 te verstrekken. De enkele omstandigheid dat de in artikel 5.1, tweede lid onder d. van de Woo opgenomen uitzondering niet ziet op buitenslandse organen is daartoe onvoldoende.
Persoonsgegevens medewerkers IRS
7. In het informatieverzoek en de begeleidende brief bij de reactie van de IRS zijn namen en contactgegevens van medewerkers van de IRS weggelakt. Verweerder beroept zich op de privacy van deze personen.
8. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake van een gewichtige reden die beperkte kennisneming rechtvaardigt. De geheimhoudingskamer acht het belang van de privacy van genoemde personen groter dan het belang dat eiser heeft bij kennisname van de namen en contactgegevens. Daarbij weegt de geheimhoudingskamer mee dat het verzoek en de reactie daarop ook zonder kennisname van namen en contactgegevens zijn te volgen. De geheimhoudingskamers wijst het 8:29 verzoek toe voor zover het ziet op het informatieverzoek en de begeleidende brief bij de reactie op het informatieverzoek.
Eerste alinea van het antwoord op vraag 2 uit het informatieverzoek
9. Vraag 2 uit het informatieverzoek luidt: “Is [naam eiser] known to the IRS as a US tax resident? In bijlage 25 is de eerste alinea van het door de IRS gegeven antwoord op deze vraag weggelakt. Verweerder beroept zich op het onderzoeksbelang van de Verenigde Staten.
10. Naar het oordeel van de geheimhoudingskamer is daarmee sprake van een gewichtige reden die beperkte kennisneming rechtvaardigt. De weggelakte alinea bevat informatie over de werkwijze van de IRS en het inzicht dat de IRS heeft. De geheimhoudingskamer acht het controlestrategische belang dat ermee is gediend om de weggelakte informatie niet met eiser te delen groter dan het belang dat eiser heeft bij kennisname. Daarbij weegt de geheimhoudingskamer mee dat de weggelakte alinea geen andere bevindingen bevat dan de daarop volgende alinea’s en dat van die alinea’s niets is weggelakt. De geheimhoudingskamer wijst het 8:29-verzoek toe voor zover het betrekking heeft op de eerste alinea van het antwoord op vraag 2 uit het informatieverzoek.
11. Zoals hiervoor is overwogen wijst de geheimhoudingskamer het 8:29-verzoek toe. Eiser wordt niet nader in de gelegenheid gesteld om toestemming te geven voor beperkte kennisneming. Eiser heeft in zijn reactie van 4 maart 2024 namelijk reeds medegedeeld dat hij bij toewijzing van het 8:29-verzoek geen toestemming verleent voor beperkte kennisneming van de weggelakte delen. De geheimhoudingskamer zal de ongeschoonde versies van de bijlagen 24 en 25 aan verweerder retour sturen zonder dan de behandeld(e) rechter(s) van deze stukken kennis kan/kunnen nemen.”