Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 17 januari 2025, waarmee LHN3 in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024;
- het herstelexploot van LHN3 van 5 februari 2025;
- de memorie van grieven van LHN3, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van RCA, met bijlagen;
- de producties 31A en 31B van LHN3 en de producties 18 tot en met 23 van RCA, welke producties partijen ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
special purpose vehicle’naar Russisch recht, opgericht voor de verwezenlijking van een grootschalig complex voor de verwerking van ethaanhoudend gas in een gebied ten westen van Sint-Petersburg. Van dat complex maakt onder meer deel uit een fabriek voor vloeibaar gas (‘LNG Project’).
parent company guarantee’ (‘PCG’) afgegeven aan RCA.
Freezing Order’opgelegd om verhaal van haar vorderingen op LHN3 zeker te stellen. Vervolgens heeft RCA de rechter in Kazachstan verzocht om de
Freezing Orderte erkennen en vatbaar te maken voor tenuitvoerlegging in Kazachstan. Dat verzoek is in eerste aanleg op 26 augustus 2024 en in hoger beroep op 18 oktober 2024 afgewezen. Het daartegen op 17 april 2025 door RCA ingestelde (cassatie)beroep is op 28 april 2025 door het Kazachse
Supreme Courtverworpen. Het Kazachse
Civil Court of Cassationheeft RCA op 31 juli 2025 vervolgens niet ontvankelijk verklaard in haar tegen die uitspraak ingediende nadere (cassatie)beroep.
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
Freezing Orderte doen opheffen voor zover die betrekking heeft op de vermogensbestanddelen van LHN3 ;
anti-suit injunctionte laten opleggen aan LHN3;
5.Vorderingen in hoger beroep
Forum Necessitatis).
6.Beoordeling in hoger beroep
Rechtsmacht op grond van art. 6, aanhef en sub e Rv?
Freezing Order(hierna tezamen: de Russische vonnissen) en aldus ergens ter wereld verhaal neemt op de vermogensbestanddelen van LHN3. Omdat deze schade drukt op het vermogen van LHN3 als geheel, het centrum van de belangen van LHN3 in Nederland is gelegen en de schadelijke gevolgen van de onrechtmatige daad van RCA uiteindelijk dus in Nederland zullen intreden (‘
Erfolgsort’) komt de Nederlandse rechter bevoegdheid toe, aldus LHN3. LHN3 heeft zich daarbij beroepen op de Europese jurisprudentie bij art. 7, aanhef en sub 2 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis), dat in de kern hetzelfde luidt als art. 6, aanhef en sub e Rv.
Erfolgsort’) hangt in de eerste plaats af van de vraag of Nederland ook de plaats is waar de beweerde schade zich
concreetvoordoet [1] . Anders dan LHN3 heeft aangevoerd is het enkele
risicoop schade dus onvoldoende voor het op deze grond aannemen van rechtsmacht. Vast staat dat LHN3 ten gevolge van de Russische vonnissen geen (concrete) schade lijdt zolang die vonnissen niet ten uitvoer (kunnen) worden gelegd. De (wél concrete) kosten van rechtsbijstand die gemaakt zijn in de procedures in Rusland en Kazachstan vormen voor het bepalen van het
Erfolgsortgeen factor van betekenis, zoals LHN3 in hoger beroep ook naar voren heeft gebracht. Tegen de conclusie van de voorzieningenrechter dat die schadepost geen internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter kan opleveren omdat die schade zich niet in Nederland voordoet heeft zij dan ook terecht niet (kenbaar) gegriefd.
a contrario’redenering dat geen bijzondere omstandigheden of factoren zouden bestaan die wijzen op de bevoegdheid van de rechter van een andere plaats is voor het aannemen van zo’n bijkomende omstandigheid onvoldoende.
Handlungsort’ en het ‘
Erfolgsort’ uiteenlopen. Vast staat dat het ‘
Handlungsort’ in de onderhavige zaak in Rusland is gelegen. Dat het vermogen van LHN3 door de (onherroepelijke) vonnissen blijvend zou zijn bezwaard en dit de schade vormt, zoals LHN3 stelt, betekent nog niet dat in Nederland schade is geleden. Ook niet door het feit dat LHN3 in Nederland is gevestigd, vanuit Nederland de vermogensbestanddelen worden bestuurd en (vermoedelijk) in Nederland belasting wordt betaald. De “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” (d.w.z. Rusland als het land waar de vonnissen zijn uitgesproken, onherroepelijk (zullen) worden en daarmee op het vermogen drukken) mag niet zo ruim worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat reeds elders (Rusland) daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt [5] .
forum actoris)in het leven wordt geroepen [6] . Dat sprake is van een onaanvaardbaarheid zoals hiervoor bedoeld is door LHN3 onvoldoende onderbouwd, nog daargelaten dat een procedure in kort geding zich niet leent voor bewijslevering. In dit licht biedt de enkele omstandigheid dat LHN3, als onderdeel van een wereldwijd opererende onderneming, van de Russische rechter geen gunstige uitspraak verwacht, in een kort geding als het onderhavige, onvoldoende aanknopingspunten voor het aannemen van rechtsmacht op deze grond.
forum necessitatisslechts betrekking heeft op een op grond van art. 11 bis (of art. 11 ter) Sanctieverordening in te stellen “vordering tot schadevergoeding”. In het geval van LHN3 is van (een vordering tot) schadevergoeding of het nemen van verhaal voor geleden schade als gevolg van de Sanctieverordening echter geen sprake. Bij het uitblijven van (een concrete dreiging tot) tenuitvoerlegging van de Russische vonnissen kan van (de noodzaak tot) het nemen van schadebeperkende maatregelen dus ook geen sprake zijn.
.
7.Beslissing
Het hof:
- Bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 17 januari 2025;
- veroordeelt LNH3 in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van RCA begroot op € 3.433,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als LNH3 deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als LNH3 niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, LNH3 tevens de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als LNH3 deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.