Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Holding [naam 2] B.V.,
Stichting Administratiekantoor [naam 3] Beheer Sliedrecht,
[naam 3] Beheer Sliedrecht B.V.,
Zuid-Holland Beheer B.V.,
[naam 4] Sliedrecht B.V.,
[geïntimeerde 6],
[executeur-testamentair], in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van
[erflaatster],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 27 mei 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2024;
- de memorie van grieven van [appellant] , met producties;
- de memorie van antwoord van [handelsnaam] Beheer c.s.;
- het bericht van Holding [handelsnaam] en Zuid-Holland Beheer dat zij zich aansluiten bij de memorie van antwoord van [handelsnaam] Beheer c.s.;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 6] en [erflaatster] .
3.Feitelijke achtergrond
due diligencebereid was de financiering invulling te geven.
vendor due diligence” rapport.
’s-Hertogenbosch heeft dit vonnis nadien bekrachtigd bij arrest van 21 februari 2023.
4.Procedure bij de rechtbank
primair:
(i) de besluiten tot verkoop en levering van de aandelen in [handelsnaam] Holding en Zuid-Holland Beheer te vernietigen;
(ii) te verklaren voor recht dat de verkoop en levering van de aandelen in [handelsnaam] Holding aan Technical Services Holding B.V. en de verkoop en levering van de aandelen in Zuid-Holland Beheer aan Stenenhoek Beheer B.V. niet rechtsgeldig is, althans deze verkopen en leveringen te vernietigen;
(iii) te verklaren voor recht dat de verkoop en overdracht door [naam 4] Sliedrecht van alle activa en rechten en verplichtingen aan [naam 2] Exploitatie van Baggermaterieel B.V. niet rechtsgeldig is, althans deze verkoop en overdracht te vernietigen;
(iv) te verklaren voor recht dat ieder der gedaagden (thans: geïntimeerden) onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant] , doch in ieder geval dat de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] ieder voor zich in strijd met artikel 6:162 jo. artikel 2:8 en/of 2:9 BW hebben gehandeld, door te besluiten tot de voornoemde verkopen en leveringen en dat ieder der gedaagden (thans: geïntimeerden), althans dat de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] hoofdelijk verplicht zijn om de schade die [appellant] dientengevolge lijdt en zal lijden te vergoeden, nader op te maken bij staat, althans door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
(v) gedaagden (thans: geïntimeerden) hoofdelijk, althans de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente;
subsidiairvoor zover de besluiten niet in rechte worden vernietigd, althans voor zover de besluiten wel in rechte worden vernietigd doch met instandhouding van de rechtsgevolgen daarvan, inhoudende dat de verkopen en leveringen van de aandelen in [handelsnaam] Holding en de aandelen in Zuid-Holland Beheer en de verkoop en overdracht door [naam 4] Sliedrecht van alle activa en rechten en verplichtingen in stand blijft:
(vi) te verklaren voor recht dat ieder der gedaagden (thans: geïntimeerden) onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellant] , doch in ieder geval dat de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] ieder voor zich in strijd met artikel 6:162 jo. artikel 2:8 en/of 2:9 BW hebben gehandeld, door te besluiten tot voornoemde verkopen en leveringen, en dat ieder der gedaagden (thans: geïntimeerden), althans dat de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] hoofdelijk verplicht zijn om de schade die [appellant] dientengevolge lijdt en zal lijden te vergoeden, nader op te maken bij staat, althans door de rechtbank in goede justitie te bepalen, en de schade als voorschot thans vast te stellen op € 4.339.958,33;
(vii) te bepalen dat alle van gedaagden (thans: geïntimeerden), althans alle van de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] gevorderde bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum van de levering van de aandelen in [handelsnaam] Holding en de aandelen in Zuid-Holland Beheer tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
(viii) gedaagden (thans: geïntimeerden) hoofdelijk, althans de STAK, [handelsnaam] Beheer, [geïntimeerde 8] en [geïntimeerde 9] hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Niet-ontvankelijk in het hoger beroep
(…), de diverse gesprekken met u, de STAK-bestuurder en de bespreking van de bevindingen, hebben ertoe geleid dat ik u vandaag, 22 april 2019, heb aangegeven mijzelf terug te trekken uit het aankoopproces”. Anderhalf jaar later, in november 2020, komt [appellant] daarop terug en geeft hij aan tóch een bod op de [handelsnaam] -vennootschappen te willen doen (zie 3.23). Hoewel de andere certificaathouders daar dan geen heil meer in zien, wordt [appellant] door [geïntimeerde 8] , die dan de bestuurder van [handelsnaam] Beheer en de STAK is, na overleg met de andere certificaathouders alsnog in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het verkoopproces en een onderbouwd bod uit te brengen. Niet in geschil is dat [appellant] ook deze gelegenheid onbenut heeft gelaten: een goed onderbouwd bod met financieringsvoorstel en businessplan is uitgebleven. Het argument van [appellant] dat hij dat onderbouwde bod niet kon doen omdat hem informatie in de vorm van een verkoopbrochure werd onthouden, wordt verworpen. Geïntimeerden hebben onweersproken naar voren gebracht dat in de verkoopbrochure veel minder gedetailleerde informatie staat dan de informatie die [appellant] als certificaathouder reeds had, zoals het “
vendor due diligence” rapport van [rapporteur] , de activa taxatie, de waardering van IRIS en alle jaarrekeningen die met [appellant] tijdens de certificaathoudersvergaderingen zijn besproken. Door [appellant] is niet betwist dat hij uit hoofde van zijn positie als certificaathouder over voornoemde informatie beschikte. Op basis daarvan was hij dus wel degelijk in staat een goed onderbouwd bod uit te brengen, maar dat heeft hij nagelaten. Dat het verkooptraject toen, bij het uitblijven van een goed onderbouwd bod van [appellant] , is voortgezet en de [handelsnaam] -vennootschappen zijn verkocht aan de hoogste bieder, maakt dan ook niet dat onzorgvuldig jegens [appellant] is gehandeld door een of meer geïntimeerden, temeer niet omdat dat steeds de steun van de andere twee certificaathouders had.
€ 3.404,-.
€ 2.190,-.
€ 2.955,-.
7.Beslissing
- verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van [geïntimeerde 6] en de erven van [erflaatster] ;
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2024;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [handelsnaam] Beheer c.s. begroot op € 3.404,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Holding [handelsnaam] en Zuid-Holland Beheer begroot op € 2.190,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 6] en de erven van [erflaatster] begroot op € 2.955,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald.
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.