ECLI:NL:GHDHA:2025:2599

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
200.330.209/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:111 BWArt. 5:121 BWArt. 3:13 BWArt. 126 BWArt. 236 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging beschikking kantonrechter over bestuur en beheerovereenkomst VvE

Partijen, leden van een Vereniging van Eigenaars (VvE), verschillen van mening over het bestuur van de VvE, het einde van de beheerovereenkomst met VvE Company en de geldigheid van artikel 42 van Pro het huishoudelijk reglement (HHR). De kantonrechter had de verzoeken van verweerders grotendeels toegewezen en de VvE veroordeeld in de proceskosten.

In hoger beroep betwistte appellante deze beslissing en voerde acht grieven aan, waaronder de geldigheid van diverse vergaderingen, het einde van de beheerovereenkomst en de nietigheid van artikel 42 HHR Pro. Het hof oordeelt dat de vergadering van 30 november 2021 in de hal van het gebouw niet rechtsgeldig was en dat appellante en anderen niet als bestuur zijn benoemd. Ook is de beheerovereenkomst niet beëindigd en is artikel 42 HHR Pro strijdig met het reglement en daarom nietig.

Het hof wijst alle grieven van appellante af, bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep. De kosten worden begroot op €4.163,- vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.

Uitkomst: De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.330.209/01
Zaak- en rekestnummer rechtbank : 9918809\EJ VERZ 22-84562
Beschikking van 9 december 2025
in de zaak van
[appellante],
wonend in [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. J. Woudman, kantoorhoudend in Drachten,
tegen:

1.[verweerder 1] ,

4. [verweerder 4] ,

7. [verweerder 7] ,

8. [verweerder 8] ,

9. [verweerder 9],

11. [verweerder 11] ,

12. [verweerder 12] ,

allen wonend in [woonplaats] ,
verweerders,
advocaat: mr. D.N. Reijnders, kantoorhoudend in Utrecht,

2.[verweerder 2] ,

5. [verweerder 5] ,

6. [verweerder 6] ,

10. [verweerder 10] ,

allen wonend in [woonplaats] ,
verweerders,
geen advocaat,
en

13. De Vereniging van Eigenaars van het gebouw aan [het adres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
niet verschenen,
en

14.[verweerder 14] ,

wonend in [woonplaats] ,
verweerder,
geen advocaat,

1.[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

5. [belanghebbende 5] ,

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

,

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

[18 belanghebbenden]

17. [belanghebbende 17] ,

[18 belanghebbenden] ,

allen wonend in [woonplaats] , hierna te noemen: ‘belanghebbenden’,

19.VvE Company B.V.,

gevestigd in Katwijk,
hierna te noemen: VvE Company.
Het hof noemt partijen hierna:
  • appellante: [appellante] ;
  • verweerders 1, 3, 4, 7, 8, 9, 11 en 12: [verweerders] ;
  • verweerders 2, 5, 6, 10 en 13: [verweerder 2] , [verweerder 5] , [verweerder 6] , [verweerder 10] en de VvE;
  • verweerder 14: [verweerder 14] .

1.De zaak in het kort

1.1
Partijen zijn leden van een VvE. Zij verschillen onder meer van mening over de vraag wie er bestuurder is van de VvE, of de overeenkomst met de voormalige beheerder eind 2021 is beëindigd en of artikel 42 van Pro het huishoudelijk reglement nietig is. Verweerders 1 tot en met 12 hebben hierover een verzoekschriftprocedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Zij hebben grotendeels gelijk gekregen. [appellante] is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter. Zij heeft het hof verzocht de beschikking te vernietigen. Het hof doet dat niet. De beschikking van de kantonrechter wordt op alle punten bekrachtigd.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift, ter griffie ingekomen op 5 mei 2023 is [appellante] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 5 april 2023.
2.2
[verweerders] hebben een verweerschrift ingediend dat op 7 juni 2024 is ontvangen ter griffie van het hof.
2.3
Op 19 mei 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op die zitting is vastgesteld dat niet alle belanghebbenden correct waren opgeroepen. De zitting is toen gesloten en er is een nieuwe datum voor mondelinge behandeling bepaald.
2.4
Partijen hebben hun standpunten uiteengezet tijdens de mondelinge behandeling op 13 oktober 2025. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat het hof daarvan uitgaat. Samengevat en waar nodig aangevuld komen de feiten, voor zover in hoger beroep nog relevant, neer op het volgende.
3.2
Bij notariële akte van 16 december 2004 is het registergoed dat toen nog bestond uit een perceel bouwgrond gelegen nabij de [het adres] en was bestemd voor de bouw van een flatgebouw, kadastraal bekend als gemeente [kadastrale gegevens] (hierna: het flatgebouw) gesplitst in 25 appartementsrechten. Bij deze splitsingsakte is ook de Vereniging van Eigenaars (VvE) opgericht en is een reglement als bedoeld in artikel 5:111 sub d van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) vastgesteld (hierna: Reglement). Door de vergadering van de VvE is verder een huishoudelijk reglement vastgesteld (hierna: HHR).
3.3
In het Reglement is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
Oprichting en vaststelling van de statuten van de vereniging van eigenaars
Artikel 33
1. De vergaderingen van eigenaars worden gehouden binnen de gemeente [woonplaats] op een door het bestuur vast te stellen plaats.
(…)
3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur of de voorzitter van de vergadering zulks nodig acht, alsmede indien een aantal eigenaars dat ten minste tien procent van het aantal stemmen kan uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt aan het bestuur.
4. Indien een door de eigenaars verlangde vergadering niet door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de verlangde vergadering binnen één maand na binnenkomen van het verzoek wordt gehouden, zijn verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van dit reglement.
(…)
8. De oproeping ter vergadering vindt plaats met een termijn van ten minste vijftien dagen - de dag van de oproeping en van vergadering daaronder niet medegerekend - (…); zij bevat de opgave van de punten der agenda alsmede de plaats en het tijdstip van de vergadering.
(…)
Artikel 36
Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde al dan niet lid van de vereniging, de vergadering bij te wonen, daar het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met inachtneming van het bepaalde in artikel 34 derde Pro lid en artikel 35 eerste Pro lid.
Artikel 41
(…)
2. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd en kunnen te allen tijde worden ontslagen.
3. (…) De vergadering kan besluiten de administratie - (…) - op te dragen aan een door haar aan te wijzen administratief beheerder en onder de voorwaarden als door haar met die beheerder zullen worden overeengekomen.
(…)
6. Het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen welke die eigenaar mocht verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op de administratie en op dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; (…)
Huishoudelijk reglement
Artikel 44
1. De vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen ter regeling van de volgende onderwerpen:
(…)
c. de orde van de vergadering;
d. de instructie aan het bestuur;
e. al hetgeen overigens naar het oordeel van de vergadering regeling behoeft; alles voor zover dit niet reeds in het reglement is geregeld.
Bepalingen in het huishoudelijk reglement die in strijd zijn met de wet of het reglement worden voor niet-geschreven gehouden.
(…)”
3.4
In het HHR is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
“ 42. Een gemachtigde kan voor ten hoogste twee leden als gemachtigde optreden.”
3.5
[verweerders] zijn eigenaar van de appartementsrechten plaatselijk bekend als [adresgegevens] .
3.6
[verweerder 2] , [verweerder 5] , [verweerder 6] , [verweerder 14] en [verweerder 10] zijn de eigenaren van de appartementsrechten plaatselijk bekend als [adresgegevens] .
3.7
Op 9 december 2020 is door [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] (drie VvE-leden met gezamenlijk meer dan 10% van de stemmen) per e-mail aan VvE Company (de toenmalige beheerder) verzocht om een (extra) algemene ledenvergadering. Als agendapunten voor deze vergadering hebben zij in de e-mail opgenomen:
“1. Kiezen voorzitter van de vergadering uit de aanwezige leden.
2. Wegstemmen JWA/ (….)[de toenmalige bestuurder van de VvE, hof]
als extern bestuurder wegens partijdigheid, onbetrouwbaarheid en misbruik van functie.
3. Terugvordering/terugbetaling van de ten onrechte door[de toenmalige bestuurder van de VvE, hof]
uit de kas van de VvE aan Rijssenbeek Advocaten betaalde kosten van € 2.964,50.
Overleg over en indien mogelijk kiezen van een nieuw bestuur.”
3.8
Bij brief van 11 december 2020 heeft VvE Company de leden van de VvE van dit verzoek op de hoogte gebracht. Daarbij heeft zij aangegeven dat er gelet op de toen geldende COVID-19 regels geen vergadering kon plaatsvinden.
3.9
Bij brief van 2 augustus 2021 heeft de toenmalige bestuurder van de VvE de leden van de VvE laten weten zijn functie als bestuurder neer te leggen.
3.1
Bij brief van 27 augustus 2021 heeft VvE Company de VvE-leden uitgenodigd voor een algemene ledenvergadering op 13 september 2021. Als agendapunt 4.a is onder meer de benoeming van een bestuur opgenomen.
3.11
Bij e-mail van 31 augustus 2021 heeft de directeur van VvE Company aan [appellante] geschreven:
(…) Ja, wij willen de beheerovereenkomst per eind van dit boekjaar beëindigen. (…)
3.12
Bij e-mail van 2 september 2021 heeft de toenmalige bestuurder van de VvE aan [belanghebbende 17] het volgende geschreven:
“De voor 13 september geplande vergadering is op initiatief van de huidige bestuurder en in overleg met de huidige VvE beheerder uitgeschreven.(…) Relevant voor dit moment is dat zowel bestuurder (per 13 september 2021) als VvE beheerder (uiterlijk 31-12-2021) aftreden c.q. hun overeenkomst met de VvE beëindigen. (…) De vergadering van 13 september zal dus gehouden worden zoals geagendeerd en ook dringend verzocht door u en diverse andere eigenaren (zij het als “extra” vergadering).”
3.13
In de notulen van de vergadering van 13 september 2021 staat onder meer:
“De beheerder geeft aan dat hij tot de extra vergadering zal aanblijven als beheerder van de VvE, in ieder geval tot einde van dit jaar. Hij geeft aan dat hij wil bijdragen aan een oplossing voor de gemoederen in de VvE. Wanneer hier geen verbetering in zal komen, zal VvE Company de functie van beheerder neerleggen.
De beheerder stelt voor om een extra vergadering te organiseren waar actuele (pijn)punten en//of kwesties, welke door de eigenaren kunnen worden ingediend, worden geagendeerd.
(…)
De vergadering beslist akkoord te gaan met het voorstel om eerst een vergadering te beleggen waarin de vergadering kan beslissen wat er met de “pijnpunten” dient te gebeuren en vervolgens een vergadering uit te schrijven waarin de jaarlijkse besluiten kunnen worden genomen en een bestuur kan worden benoemd.”
3.14
Bij e-mail van 7 oktober 2021 heeft [verweerder 14] aan VvE Company het volgende geschreven:
“Met de op handen zijnde extra vergadering wordt (…) gevolg gegeven aan de eerdere aanvraag van de drie leden mw. [appellante] , de heer [voormalige bewoner 1] en de heer [belanghebbende 5] die bij elkaar een stemrecht hebben van meer dan 10%. Daarmee lijkt, bij gebrek aan een bestuur, de rechtmatigheid gewaarborgd. Ik stuur u deze email met goedkeuring en uit naam van deze drie bij u bekende leden en aanvragers van de extra vergadering. (…)
Op de agenda dienen dan de bijgaande, door deze leden ingebrachte agendapunten te worden geplaatst (zie PDF).
(…)
Volgens de statuten mag een bestuur de data en de vergaderlocatie bepalen (…). Feit is dat wij momenteel geen bestuur hebben. Als gevolg daarvan bepalen de leden die de extra vergadering hebben aangevraagd de datum en de locatie. De aanvragers kiezen (…) voor donderdag 18 november 2021.”
3.15
Bij e-mail van 1 november 2021 hebben [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] een uitgewerkte agenda en stembriefjes aan VvE Company gestuurd.
3.16
Bij e-mail van 8 november 2021 heeft VvE Company de VvE-leden uitgenodigd voor een extra (buitengewone) algemene ledenvergadering op 30 november 2021 om 19:00 uur. Aan deze brief is onder meer een agenda voor de vergadering gehecht, waarop (onder meer) de punten van [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] zijn opgenomen.
3.17
Bij e-mail van 17 november 2021 is door VvE Company aan de VvE-leden doorgegeven dat de (door haar uitgeroepen) vergadering op 30 november 2021 als gevolg van de aangekondigde (COVID-19) maatregelen digitaal zou plaatsvinden.
3.18
Bij e-mail van 23 november 2021 hebben [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] VvE Company onder meer het volgende geschreven:
“U heeft voor 30.11.2021 een fysieke vergadering uitgeschreven. U heeft daarmee de door ons (…) ingediende agenda met onze agendapunten en onze stembriefjes met toelichtingen aan alle kanten genegeerd. Dit heeft u gedaan, terwijl wij de vergadering conform de wet schriftelijk hadden aangevraagd.
(…)
Kort gezegd was u als beheerder volgens de toezegging van de vorige (betwiste) bestuurder verplicht de door ons aangevraagde en opgestelde extra vergadering (fysiek) uit te schrijven. Afgezien daarvan bent u als beheerder (…) niet bevoegd om een andere vergadering uit te schrijven dan de extra vergadering die wij (…) hebben aangevraagd en welke na een eerste afwijzing al eerst volgende vergadering zou worden uitgeschreven.
(…)
Als gevolg van dit alles (…) laten wij u hierbij weten, dat wij onze extra vergadering met gebruik van uw oproepingstermijn met onze agenda, onze agendapunten en onze stembriefjes op 30.11.2021 als fysieke vergadering gaan houden en wel in de centrale hal van ons gebouw. De leden hebben dan de keuze. (…)”
3.19
Bij e-mail van 24 november 2021 zijn alle leden door [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] uitgenodigd voor een extra (buitengewone) vergadering op 30 november 2021 om 18:30/19:00 uur (de e-mail vermeldt beide tijdstippen), in de centrale hal van het gebouw.
3.2
Op 30 november 2021 heeft zowel de digitale als de fysieke vergadering plaatsgevonden. Uit de notulen van de digitale vergadering blijkt dat besloten is dat VvE Company offertes zou opvragen om een externe bestuurder aan te trekken. De leden hebben voorts gestemd over (onder meer) de door [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] ingebrachte agendapunten. Op alle punten hebben de leden besloten deze te laten rusten en te focussen op de toekomst. Ook heeft de directeur van VvE Company aangegeven dat hij de beheerovereenkomst tussen de VvE en VvE Company niet zou opzeggen. Uit de notulen van de fysieke vergadering blijkt dat het quorum om rechtsgeldige beslissingen te kunnen nemen niet was bereikt en dat zo spoedig mogelijk een tweede vergadering zou worden uitgeschreven.
3.21
Bij brief van 6 december 2021 zijn de VvE-leden door [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] uitgenodigd voor een tweede (fysieke) vergadering op 22 december 2021 in de centrale hal van het gebouw. In de notulen van deze vergadering is het volgende opgenomen:
“(…)
Met het ondertekenen van de presentielijst liet de heer [verweerder 7] de aanwezigen weten, dat hij met volmachten die hij had verkregen het stemrecht van 13 leden vertegenwoordigde. (…) Toen hij erop werd gewezen, dat volgens de toepasselijke reglementen een gemachtigde voor ten hoogste 2 leden als gemachtigde mag optreden, wilde hij daar niets van weten.
(…)
Zijn extra stemmen (…), werden (buiten twee) als ongeldig geacht.
(…)
Beslissingen:
1. (…) Ook was beslist, dat het nieuwe bestuur omgaand een nieuwe beheerder diende aan te stellen (…). Gebleken was namelijk, dat de (betwiste) bestuurder had gemeld, dat de beheerder de beheerovereenkomst per 31.12.2021 had opgezegd.
2. Als bestuurders zijn benoemd [voormalige bewoner 2] , [appellante] en [voormalige bewoner 1] . (…)”
3.22
Bij brief van 31 maart 2022 heeft de gemachtigde van [verweerder 14] aan VvE Company het volgende geschreven:
“(…) Het op 22 december 2021 nieuw benoemde interne bestuur heeft u per email laten weten dat uw opzegging per 31 december 2021 wordt geaccepteerd. Als gevolg daarvan werd u per 31 december 2021 als beheerder van de VvE uit de KvK geschreven. U bent van alles op de hoogte gesteld. De overeenkomst tussen u en de VvE is dus per 31 december 2021 tot een einde gekomen.”
3.23
Bij e-mail van 5 april 2022 heeft VvE Company aan de gemachtigde van [verweerder 14] onder meer als volgt geantwoord:
“Er licht momenteel een verzoek van 14 leden bij deze mensen om binnen een maand een vergadering uit te schrijven, waarin wij opnieuw worden benoemd en zij als bestuursleden worden ontslagen.
Aan iedere rechtmatige bestuurder van de VvE zal ik uiteraard mijn volledige medewerking verlenen.”
3.24
Bij brief van diezelfde dag hebben [verweerders] het bestuur verzocht om een algemene ledenvergadering bijeen te roepen. Zij gaven in deze brief aan op deze vergadering het bestuur te willen ontslaan, een nieuw extern bestuur te willen benoemen en de overeenkomst met VvE Company te willen voortzetten.
3.25
Het bestuur van de VvE heeft bij brief van 20 april 2022 de VvE-leden uitgenodigd voor een extra algemene ledenvergadering op 6 mei 2022 onder vermelding van de hierboven aangedragen punten. In de notulen van deze vergadering is onder meer het volgende opgenomen:
Inhoudelijk
In het begin van de vergadering van 06.05.2022 werd andermaal met elkaar vastgesteld, dat er in deze VvE twee groepen leden zijn. De ene groep zijn leden die malversaties hebben gepleegd en/of daar direct of indirect aan hebben meegewerkt en/of malversaties hebben getolereerd (en nog tolereren). Deze groep leden wil alle malversaties onder de pet houden en om die reden het huidige bestuur wegwerken dat alle malversaties juist wil laten uitzoeken en aanpakken. (…)
Deze groep leden is in de meerderheid.
De andere groep leden wil, dat alle in de VvE gepasseerde malversaties waarmee veel gemeenschappelijk geld nodeloos en voor een deel zelfs ongeoorloofd is verdwenen worden uitgezocht, aangepakt en opgelost. (…)
Deze groep is echter in de minderheid. (…)
Bij het natellen is later gebleken dat de stemuitslag niet geheel klopte. Ook waren enkele volmachten wederom misbruikt. Echter ook dan had de meerderheid, namelijk de hele groep die malversaties onder de pet te houden en onder de tafel wil vegen, voor de (overeenkomstige) optie A gestemd. (…)
Het bestuur stelt vast, dat in duidelijke meerderheid voor de optie A is gekozen met “Ik stem ervoor, de huidige interne bestuurders te ontslaan waarmee alle in de VvE gepleegde malversaties onder de pet worden gehouden en dan weer een externe bestuurder te kiezen, die alle malversaties links laat liggen.”
Vervolgens liet de bestuursvoorzitter de vergadering weten, dat de stemmen voor optie A (…) overeenkomstig art. 3:13 BW Pro en dus volgens de wet onder misbruik van bevoegdheid vallen en met inachtneming van de artikelen 125.1. BW 5 Titel 9 en 126 BW 5 Titel 9 en daarmee conform de betreffende artikelen in de splitsingsakte onder misbruik van stemrecht.
De bestuursvoorzitter liet weten dat deze stemmen derhalve wederrechtelijk waren en dus nietig zijn (…) en om die reden niet in de uitslag worden meegenomen. Opmerking van bestuur: Daarmee handelde de bestuursvoorzitter mede met het oog op redelijkheid en billijkheid en ter bescherming van alle leden die malversaties niet accepteren. Het verdoezelen van malversatie valt kort gezegd niet onder de beslissingsbevoegdheid van leden in een VvE. Malversaties vallen onder de rechter en eventueel zelfs onder het Openbaar Ministerie. (…)
Beslissing
De vergadering beslist dientengevolge in meerderheid van geldige stemmen dat het huidige interne bestuur in functie blijft (…).”

4.Procedure bij de kantonrechter

4.1
Verweerders sub 1 tot en met 12 hebben de kantonrechter, na herziening van hun verzoekschrift, verzocht:
Primair
Voor recht te verklaren dat:
I. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] bij vergadering van 22 december 2021 niet door de algemene ledenvergadering als bestuur van de VvE zijn benoemd;
II. de beheerovereenkomst tussen de VvE en VvE Company niet is geëindigd;
III. artikel 42 HHR Pro nietig is;
IV. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] gehouden zijn medewerking te verlenen aan de overdracht van de administratie, sleutels, toegang tot de bankrekening(en), en alle overige zaken die verbonden zijn aan de uitvoering van de bestuurstaak;
Subsidiair
V. het besluit van de vergadering van eigenaars van 6 mei 2022 om het bestuur niet te ontslaan te vernietigen en verzoekers vervangende machtiging ex artikel 5:121 van Pro het BW te verlenen om [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] als bestuur van de VvE te ontslaan;
VI. verweerders sub 1 tot en met 12 een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW Pro te verlenen om verweerster sub 1 als interim bestuurder van de VvE voor de periode van een half jaar na de door de kantonrechter te wijzen beschikking aan te stellen;
VII. verweerders sub 1 tot en met 12 een vervangende machtiging ex artikel 5:121 BW Pro te verlenen om de meest recente beheerovereenkomst tussen de VvE en de firma VvE Company te laten herleven;
VIII. voor recht te verklaren dat [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] gehouden zijn medewerking te verlenen aan de overdracht van de administratie, sleutels, toegang tot de bankrekening(en) en alle overige zaken die verbonden zijn aan de uitvoering van de bestuurstaak;
Zowel primair als subsidiair
IX te bepalen dat met de uitvoering van de verleende vervangende machtiging(en) gepaard gaande kosten voor rekening van alle appartementseigenaren komen in verhouding gelijk aan de breukdelen voor de verdeling van de gemeenschappelijke kosten die in de akte van splitsing zijn vastgelegd;
X. de VvE, met uitzondering van verweerders sub 1 tot en met 12 te veroordelen in de kosten van het geding en nasalaris.
4.2
De VvE en [verweerder 14] hebben verweer gevoerd. [verweerder 14] heeft een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend. Hij heeft de kantonrechter, uitsluitend voor zover deze mocht overgaan tot gehele of gedeeltelijke toewijzing van de verzoeken, verzocht die maatregelen te treffen die de kantonrechter geraden voorkomen. [verweerder 14] heeft gesteld dat het hem onder de gegeven omstandigheden geraden voorkomt dat de kantonrechter een onafhankelijke VvE-beheerder en VvE-bestuurder benoemt.
4.3
De kantonrechter heeft de primaire verzoeken I t/m IV toegewezen en de VvE veroordeeld in de proceskosten en nakosten. De kantonrechter heeft het tegenverzoek van [verweerder 14] afgewezen en de kosten van het tegenverzoek gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5.Verzoek in hoger beroep

5.1
[appellante] verzoekt - kort samengevat - de beschikking van 5 april 2023 te vernietigen en de verzoeken onder 4.1 alsnog af te wijzen, met veroordeling van [verweerders] in de kosten van beide instanties en tot terugbetaling van de reeds door hen ontvangen bedragen, inclusief nakosten en rente.
5.2
[appellante] heeft hiertoe acht grieven aangevoerd. Grief 1 richt zich tegen de oordelen van de kantonrechter over de vergaderingen op 13 september 2021, 30 november 2021 en 22 december 2021. Grief 2 richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat de beheerovereenkomst tussen de VvE en VvE Company niet is geëindigd. Grief 3 richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat artikel 42 HHR Pro voor niet-geschreven moet worden gehouden. Met grief 4 komt [appellante] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat het (voormalige) bestuur van de VvE de administratie moet overdragen. Grief 5 richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat hij niet toekomt aan de beoordeling van de subsidiaire verzoeken van verweerders sub 1 tot en met 12. Grief 6 richt zich tegen de afwijzing van het tegenverzoek van [verweerder 14] . Met grief 7 komt [appellante] op tegen de proceskostenveroordeling. Grief 8 richt zich tegen de toewijzing van het (primaire) verzoek.
5.3
[verweerders] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van de beschikking, met veroordeling van [appellante] in de kosten in beide instanties, met nakosten en rente.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
In de kern gaat deze zaak over de vraag of [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] op 22 december 2021 zijn benoemd tot bestuur van de VvE, of de beheerovereenkomst tussen de VvE en VvE Company eind 2021 is geëindigd en of artikel 42 HHR Pro voor (niet) geschreven moet worden gehouden. Het hof gaat op die punten in het navolgende in.
De vergaderingen en bijeenkomsten in september-december 2021
6.2
Partijen verschillen van mening over de vraag of de vergadering van 13 september 2021 kan worden aangemerkt als een extra algemene ledenvergadering die op verzoek van [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] is uitgeschreven. Het hof overweegt als volgt.
6.3
Artikel 33 lid 4 van Pro het Reglement schept een bevoegdheid voor de leden om zelf een vergadering uit te schrijven als het bestuur niet ingaat op een verzoek daartoe. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] verkregen deze bevoegdheid toen VvE Company hun verzoek van 9 december 2020 afwees. [appellante] verbindt hieraan (zo begrijpt het hof) het gevolg dat de eerstvolgende vergadering de door de betreffende leden verzochte extra vergadering moest zijn, zodat dit eraan in de weg stond om op 13 september 2021 een algemene ledenvergadering uit te schrijven. Hierin volgt het hof haar niet. Artikel 33 lid 4 van Pro het Reglement schept zoals gezegd een bevoegdheid voor de leden, maar houdt geen verplichting in voor het bestuur van de VvE om aan het verzoek van de leden te voldoen. Uit de bepaling volgt ook niet dat de VvE moest afwachten of en wanneer [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] gebruik zouden maken van hun bevoegdheid om op grond van artikel 33 lid 4 van Pro het Reglement zelf een vergadering bijeen te roepen. De bevoegdheid van de betreffende leden om zelf een vergadering bijeen te roepen stond naar oordeel van het hof dan ook niet aan in de weg aan de bevoegdheid van het bestuur om een (andere) algemene ledenvergadering uit te schrijven.
6.4
Tijdens de algemene ledenvergadering die op 13 september 2021 heeft plaatsgevonden (waarop ook [appellante] aanwezig was), hebben de leden besloten (VvE Company) een volgende vergadering uit te (laten) schrijven om over ‘pijnpunten’ te beslissen en een nieuw bestuur te benoemen (zie 3.13). [appellante] heeft geen vernietiging van dit besluit verzocht. VvE Company heeft in navolging van dit besluit per 30 november 2021 om 19:00 uur een extra (buitengewone) vergadering uitgeschreven (hierna: de digitale vergadering). [appellante] voert onder verwijzing naar artikel 33 lid 3 van Pro het Reglement aan dat VvE Company hiertoe niet bevoegd was, omdat zij niet de bestuurder van de VvE was. Ook op dit punt krijgt [appellante] geen gelijk. Zoals hiervoor al is overwogen, hebben de leden op de algemene ledenvergadering besloten tot het uitschrijven van de digitale vergadering. VvE Company heeft vervolgens enkel uitvoering gegeven aan dat besluit door de leden op te roepen.
6.5
[appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] hebben vervolgens een ‘eigen’ extra (buitengewone) vergadering uitgeschreven op 30 november 2021 om 18:30/19:00 uur in de hal van het flatgebouw. Volgens [appellante] hadden de leden dan “de keuze” naar welke vergadering ze wilden gaan (zie 3.18). [appellante] meent dat betreffende leden hiertoe bevoegd waren, omdat VvE Company (nog steeds) geen gehoor had gegeven aan het verzoek van 9 december 2020. Het hof volgt haar daarin niet. Artikel 33 lid 4 van Pro het Reglement strekt niet zo ver dat betreffende leden bevoegd waren om een ‘eigen’ extra vergadering uit te schrijven, terwijl in navolging van een besluit van de algemene ledenvergadering (op vrijwel hetzelfde moment) al een extra vergadering was uitgeschreven. Een dergelijke handelswijze is naar het oordeel van het hof in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen appartementseigenaren mede beheerst. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] doorkruisten immers daarmee bewust de door de VvE al eerder geplande vergadering, terwijl niet is gesteld of gebleken dat de door hen geplande vergadering geen uitstel kon leiden en niet op een ander tijdstip kon plaatsvinden. Bij dat oordeel weegt het hof mee dat alle (pijn)punten die [appellante] met de VvE wilde bespreken door VvE Company op de agenda waren gezet en vervolgens zijn besproken tijdens de digitale vergadering van 30 november 2021 (zie 3.15 en 3.16). Bovendien zijn de leden van de vergadering pas op 24 november 2021 opgeroepen voor een vergadering van 30 november 2021 terwijl in artikel 33 lid 8 van Pro de splitsingsakte is voorgeschreven dat een termijn van 15 dagen in acht moet worden gehouden.
6.6
Het voorgaande brengt mee dat de bijeenkomst op 30 november 2025 in de hal van het flatgebouw niet is aan te merken als een rechtsgeldige vergadering van de VvE. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [belanghebbende 5] waren namelijk niet bevoegd om die vergadering uit te schrijven. Afspraken die de aanwezigen op die bijeenkomst hebben gemaakt (waaronder het houden van een volgende bijeenkomst op 22 december 2021) zijn dan ook niet aan te merken als besluiten van de algemene ledenvergadering, zodat die voor de VvE niet bindend zijn. [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] zijn dus niet tot bestuur van de VvE benoemd. Dat betekent dat grief 1 faalt.
6.7
Gezien het voorgaande zijn [appellante] , [voormalige bewoner 1] en [voormalige bewoner 2] naar oordeel van het hof gehouden om medewerking te verlenen aan de overdracht van de administratie, sleutels, toegang tot de bankrekening(en), en alle overige zaken die verbonden zijn aan de uitvoering van de bestuurstaak. Grief 4 faalt derhalve ook.
Beheerovereenkomst met VvE Company
6.8
[appellante] betoogt dat de beheerovereenkomst tussen de VvE en VvE Company per 31 december 2021 is geëindigd, omdat VvE Company de overeenkomst bij e-mail van 31 augustus 2021 tegen die datum heeft opgezegd.
6.9
Het hof overweegt op dit punt dat de directeur van VvE Company inderdaad het voornemen heeft uitgesproken om de beheerovereenkomst op te zeggen tegen het einde van 2021 (zie 3.11 en 3.12). Dat VvE Company gevolg heeft gegeven aan dit voornemen, heeft [appellante] echter niet voldoende onderbouwd, terwijl [verweerders] wel heeft onderbouwd dat dit niet het geval is. Uit de notulen van de digitale vergadering van 13 september 2021 blijkt dat VvE Company zou aanblijven tot in ieder geval het einde van het jaar (zie 3.13). Op de digitale vergadering van 30 november 2021 is door de directeur van VvE Company expliciet benoemd dat de beheerovereenkomst niet zou worden opgezegd (zie 3.20). De directeur van VvE Company heeft dit nog eens bevestigd in de als productie 28 in eerste aanleg door [verweerders] overgelegde verklaring. Hiertegenover heeft [appellante] niet voldoende onderbouwd dat de beheerovereenkomst met VvE Company per 31 december 2021 is geëindigd. Dat betekent dat ook grief 2 faalt.
Artikel 42 HHR Pro
6.1
De kantonrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, heeft bij beschikking van 26 maart 2019 een beschikking gegeven, waarin volgens [appellante] (al) is beoordeeld of artikel 42 HHR Pro in strijd is met het Reglement. In de onderhavige zaak ligt die vraag (ook) voor. [appellante] meent dat de eerdere uitspraak bindende kracht heeft ten aanzien van dit geschilpunt in de onderhavige zaak (gezag van gewijsde), [1] zodat het hof hierover niet (nog eens) mag oordelen. Het hof gaat hier niet in mee. Ten eerste speelde de eerdere zaak tussen andere partijen (belanghebbende sub 17 en de VvE). Ten tweede heeft de kantonrechter in de eerdere zaak overwogen dat artikel 42 HHR Pro niet zonder meer in strijd is met het Reglement en dat in die zaak onvoldoende was onderbouwd dat het artikel kan worden beschouwd als een beperking van het Reglement. Dat verzet zich er niet tegen dat het hof in deze zaak beoordeelt of [verweerders] deze onderbouwing hebben gegeven. Het hof zal deze kwestie hierna dan ook beoordelen.
6.11
Ingevolge artikel 36 van Pro het Reglement zijn de leden bevoegd via een schriftelijke volmacht hun stemrecht uit te oefenen. Dit artikel legt geen beperkingen op ten aanzien van het aantal leden voor wie een gevolmachtigde mag optreden. Artikel 42 HHR Pro schrijft voor dat ieder lid slechts door twee leden kan worden gemachtigd om het stemrecht uit te oefenen. Uit dit artikel volgt dat wanneer een lid al namens twee leden het stemrecht uitoefent, de overige leden op zoek moeten naar een ander lid dat hun stem kan uitbrengen. Deze leden worden daardoor beperkt in de uitoefening van hun stemrecht via een volmacht. Deze beperking levert naar het oordeel van het hof strijdigheid tussen het Reglement en het HHR op, zodat de bepaling het uit HHR voor niet-geschreven wordt gehouden (zie artikel 44 van Pro het Reglement). Dat betekent dat grief 3 faalt.
Subsidiaire verzoeken [verweerders]
6.12
Aangezien de primaire verzoeken van [verweerders] worden toegewezen, heeft [appellante] geen belang meer bij de beoordeling van de subsidiaire verzoeken van [verweerders] Ook grief 5 faalt.
Tegenverzoeken [verweerder 14]
6.13
[appellante] heeft aangevoerd dat de kantonrechter het tegenverzoek van [verweerder 14] op redelijkheid had moeten beoordelen en, rekening houdend met de voorgeschiedenis van partijen, het tegenverzoek had moeten toewijzen. Zij heeft echter nagelaten toe te lichten of te onderbouwen waarom zij vindt dat de kantonrechter niet in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om het tegenverzoek van [verweerder 14] af te wijzen. Grief 6 faalt reeds daarom.
Conclusie en proceskosten
6.14
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter het primaire verzoek van [verweerders] terecht heeft toegewezen, met veroordeling van de VvE in de proceskosten. De grieven 7 en 8 van [appellante] falen dan ook eveneens.
6.15
[verweerders] hebben geconcludeerd tot veroordeling van [appellante] in de proceskosten in eerste aanleg. Voor toewijzing van dit verzoek zou een gedeeltelijke vernietiging van de beschikking nodig zijn. [verweerders] hebben echter tot bekrachtiging van de beschikking geconcludeerd en ook geen (incidentele) grief gericht tegen de beschikking van de kantonrechter, zodat dit punt in hoger beroep niet ter beoordeling voorligt.
6.16
De conclusie is dat het hoger beroep van [appellante] niet slaagt. Daarom zal het hof de beschikking bekrachtigen en [appellante] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.
6.17
Die proceskosten worden begroot op:
griffierecht € 343,-
salaris advocaat € 3.642,- (3 punten × tarief II)
nakosten € 178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.163,-
De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

7.Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 mei 2023;
  • veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [verweerders] begroot op € 4.163,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft/hebben betaald;
  • verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.I. de Vreese-Rood, A.A. Muilwijk-Schaaij en J.M. Heikens en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Artikel 236 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.