2.8.Belanghebbende heeft op 17 augustus 2025 als volgt gereageerd op het onder 2.7 vermelde bericht:
Hierdoor bevestig ik de ontvangst van uw e-mail van hierna d.d. 13 augustus 2025.
Tevens heb ik kennisgenomen van de brief van de griffier, de heer […] , d.d. 14 augustus 2025, alsmede van het proces-verbaal van de zitting bij het Gerechtshof Den Haag op 12 augustus 2025.
De voorzitter van het Gerechtshof heeft terecht opgemerkt dat voor de aftrek van specifieke zorgkosten het wettelijke vereiste geldt dat deze “aannemelijk” moeten worden gemaakt.
Uit meerdere openbare bronnen blijkt dat “iets aannemelijk maken” inhoudt dat men voldoende omstandigheden, aanwijzingen of argumenten aandraagt die het waarschijnlijk maken dat “iets” waar is. Het hoeft geen onomstotelijk bewijs te zijn, zoals bij een strikte juridische bewijslast, maar voldoende om en ander persoon redelijkerwijs te overtuigen van de geloofwaardigheid.
Indien u het dossier van [belanghebbende] zorgvuldig doorneemt, treft u daarin ondermeer vertrouwelijke medische informatie aan, waaronder een verslag van de psycholoog, de psychiater en informatie over zijn psychoses en medicatie (zoals Risperdal). Mijn e-mail met bijlagen van 20 april 2024 aan uw collega […] biedt u daartoe meer dan voldoende overtuiging. Wanneer ik als vader van [belanghebbende] aangeef dat [belanghebbende] de opgevoerde kosten, zoals reiskosten, daadwerkelijk heeft gemaakt, kunt u dat als geloofwaardig en aannemelijk
beschouwen.
Dit geldt niet alleen voor het jaar 2020, maar eveneens voor de voorgaande en opvolgende jaren. Bonnetjes of losse aantekeningen zijn er niet, maar de feiten en omstandigheden maken de noodzaak en realiteit van deze kosten voldoende aannemelijk.
Tevens wijs ik erop dat zowel de Belastingdienst als de Rechtspraak erkennen dat verstandelijk gehandicapten vaak structureel met extra kosten worden geconfronteerd, zoals:
* extra wasbeurten van kleding en beddengoed;
* meerkosten voor kleding en beddengoed wegens vervuiling en gebrekkige persoonlijke verzorging;
* noodzakelijke hulpmiddelen voor bereikbaarheid, zoals een mobiele telefoon en de bijbehorende gebruikskosten.
Ook voor het aankopen van extra / ander kleding en beddengoed is het maken van reiskosten noodzakelijk.
Het merendeel van deze extra kosten zijn niet in de aangifte van 2020, de voorgaande en opvolgende jaren opgevoerd.
Zoals ik reeds in eerdere berichten heb aangegeven: “Uit een wasmachine komen geen bonnetjes”. Ook geen “kladjes”.
De noodzaak en het structurele karakter van ook deze kosten acht ik hiermee meer dan voldoende aannemelijk gemaakt.
Uw uitnodiging voor een gesprek, bijvoorbeeld bij de Belastingdienst in [plaats] of [plaats] , waardeer ik op zichzelf.
Echter, aangezien ik niets kan toevoegen aan hetgeen reeds aannemelijk is gemaakt, zou zo’n gesprek niet zinvol zijn en slechts tijd kosten voor alle betrokkenen.
Ik zou in 5 minuten weer buiten staan.
Indien u mijn weergaven en onderbouwingen vertrouwt en de aangifte Inkomstenbelasting over 2020 en de daaropvolgende jaren volgt, kan dit dossier worden afgerond en wordt verdere tijd- en geldverspilling voorkomen. "Goed vertrouwen is het halve werk.