Uitspraak
Nu in de onderhavige zaak berichten zijn verkregen, afkomstig van een telefoon, waarvan gesteld wordt dat het bij de verdachte in gebruik was en die buiten het grondgebied van Frankrijk zijn onderschept (zoals bijv. in Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk) en de Franse opsporingsdiensten die andere landen niet hebben genotificeerd, is het vertrouwensbeginsel onbruikbaar en dienen die berichten conform die Europese uitspraken te worden uitgesloten van het bewijs. Daarbij geldt dat de tussen Nederland en Frankrijk gesloten JIT-overeenkomst nog niet maakt dat aan de hiervoor bedoelde notificatie is voldaan.
In onderzoek 26Lemont bleek deze PGP-telefoon te koppelen met het account [account 1] . Uit de gesprekken, die via dit account met andere accounts werden gevoerd, bleek een verdenking van het plegen van Opiumwet-delicten en met name van een in Engeland onderschept transport van een hoeveelheid cocaïne.
Hierop is onderzoek Kiwi gestart, in welk onderzoek vanwege de genoemde toestemming van de rechter-commissaris beschikt kon worden over de hierop betrekking hebbende berichten. De verdenking is vervolgens ontstaan dat een aantal van die berichten is toe te schrijven aan een account van de verdachte. Op die berichten richt zich het hiervoor samengevat weergegeven rechtmatigheids- en betrouwbaarheidsverweer.
Het hof overweegt dat met de voorwaarden die door de Nederlandse rechter-commissaris aan de verwerking van de EncroChat-berichten zijn gesteld, de belangen van de verdachte voldoende zijn beschermd.
Ten overvloede overweegt het hof dat het vertrouwensbeginsel een toetsing van de rechtmatigheid van de beslissing van de Franse onderzoeksrechter inhoudende toestemming voor de inzet van de interceptietool verhindert. Dat zou slechts anders kunnen zijn voor zover door een Franse rechter onherroepelijk zou zijn vastgesteld dat (een deel van) de EncroChat-berichten door Frankrijk onrechtmatig is of zijn verkregen, dan wel wanneer zou moeten worden vastgesteld dat het gebruik van de EncroChat-berichten de eerlijkheid van de Nederlandse strafprocedure zou schaden. Anders dan de raadsman heeft aangevoerd, is van (een van) de hiervoor genoemde uitzonderingssituatie(s) (ook ambtshalve) niet gebleken.
Ook uit de EOB-richtlijn zélf blijkt dat deze richtlijn niet ziet op de samenwerking binnen het verband van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT) (zie de considerans van de EOB-richtlijn onder 8 en ook artikel 3 van Pro de EOB-richtlijn, waarin onder meer staat dat het EOB alle onderzoeksmaatregelen omvat met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring daarin).
Het hof is aldus van oordeel dat voor zover de in Nederland onderschepte berichten zijn verkregen door de Nederlandse politie, de notificatieplicht ex artikel 31 van Pro de EOB richtlijn niet van toepassing is.
nahet Encrochat-onderzoek verrichte - Sky ECC-onderzoek een andere route is gevolgd dan in de EncroChat-zaak en dat een soortgelijk plan als het inzetplan 13WERL in de EncroChat-zaak niet van toepassing is. Het hof heeft geen reden om niet van de juistheid hiervan uit te gaan.
De raadsman heeft bevestigd dat deze overzichten ook de locatiegegevens van de verdachte bevatten, welke locatiegegevens voor de raadsman naar zijn zeggen van groot belang zijn voor het te voeren (rechtsmatigheids) verweer. Verder is de raadsman in deze procedure (meermalen) de gelegenheid gesteld om via het programma Hansken de onderschepte berichtgeving nog verder te kunnen onderzoeken op (onder meer) betrouwbaarheid.
of omstreeksde periode van27 maart 2020 tot en met 29 mei 2020
te 's-Gravenhage, althansin Nederland en
/ofSpanje en
/ofEngeland tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en
/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofheeftvervoerd
, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer192,5 kilogram en
/of343 kilogram en
/of 347345kilogram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeksde periode van 27 maart 2020 tot en met 12 juni 2020
te 's-Gravenhage, althansin Nederland, als
oprichter,leider
en/of bestuurderheeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] ,
[medeverdachte 5] ,[medeverdachte 6] en
/of[medeverdachte 7] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid,
10a eerste lid,
of omstreeksde periode van 7 juni 2020 tot en met 12 juni 2020
te Waalwijk, althansin Nederland en
/ofSpanje en/of Engeland tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord
c.q. doodslagals bedoeld in
deartikel
en289
c.q. 287van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk voorwerpen en
/ofinformatiedragers, te weten:
een of meer (encrypted
)telefoon
(s
)met daarop gegevens (foto van het beoogde slachtoffer [slachtoffer] en
/ofadres-/contactgegevens van die [slachtoffer] en
/ofgegevens over het type auto (BMW7 4 serie black M-line) waarin die [slachtoffer] reed), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad.
Het hof verwerpt dat verweer, evenals de rechtbank, met verwijzing naar de feiten en omstandigheden zoals deze – hierna verkort weergegeven – uit de bewijsmiddelen voortvloeien. Daarbij geldt dat deze feiten en omstandigheden, anders dan de raadsman blijkens zijn pleitnota heeft gedaan, niet op zichzelf staand, maar in onderling verband en samenhang moeten worden bezien en elkaar in die zin dus versterken. Het geheel aan feiten en omstandigheden leidt tot de conclusie dat de verdachte de gebruiker was van genoemde accounts.
Operation Belshazzarverstrekt.
- 88 blokken in de Vauxhall Combo, gelabeld met ‘P1’;
- 74 blokken in de Audi, gelabeld met ‘DA’;
- 49 blokken in de Citroën, gelabeld met ‘W’.
- Factuurnummer [factuurnummer 1] , met datum verzending 20/04/20;
- Factuurnummer [factuurnummer 2] , met datum verzending 28/04/20;
- Factuurnummer [factuurnummer 3] , met datum verzending 04/05/20;
- Factuurnummer [factuurnummer 4] , met datum verzending 18/05/20;
- Factuurnummer [factuurnummer 5] , met datum verzending 25/05/20.
- Op 4 mei 2020 is een transport waarbij het, zo leidt het hof uit de bewijsmiddelen af, wat de hoeveelheid betreft om 192,5 kg ging, naar [plaats 4] verzonden.
- Op 18 mei 2020 werd een tweede transport verzonden, dat op 22 mei 2020 aankwam in [plaats 4] . Dit transport had, zo volgt uit de bewijsmiddelen, een inhoud van 343 kg.
- Op 25 mei 2020 werd een derde transport met, zo volgt eveneens uit de bewijsmiddelen, 345 kg verzonden, welk transport deels – zoals hierboven beschreven - door de Engelse politie op 29 mei 2020 werd onderschept en waarvan werd vastgesteld dat het daarbij om cocaïne ging.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de handelwijze van de drie transporten in mei 2020 telkens overeenkomt, dat de EncroChat-gesprekken op elkaar aansluiten, dat van de drie transporten vergelijkbare bescheiden zijn aangetroffen bij [bedrijf 2] , dat na het eerste niet onderschepte transport van 4 mei 2020 werd gecommuniceerd over (verdeling van) grote geldbedragen en dat foto’s van grote geldbedragen werden gestuurd.
gone’zou zijn en ‘niet meer komt’. Gelet op met name deze bewoordingen staat naar het oordeel van het hof vast dat het de bedoeling was om [slachtoffer] om het leven te brengen. De verdachte zou hiervoor een gestolen motorscooter of elektrische mountainbike, een vuurwapen en een mes regelen. Daarnaast heeft de verdachte aan [account 14] gevraagd om een foto van [slachtoffer] en zijn adres- en contactgegevens. Na ontvangst hiervan heeft de verdachte deze foto en gegevens alsmede het type auto van [slachtoffer] naar een onbekend gebleven persoon ( [account 13] ) doorgestuurd, die het vervolgens zou delen met de uitvoerder van de moord ( [alias persoon 1] of [alias persoon 2] ). In de berichten komt verder naar voren dat [account 13] aan [alias persoon 1] “5k” zou geven voor de uit te voeren moord. Het is een feit van algemene bekendheid dat “k” voor het getal 1.000 staat. Gezien de context van de hierop betrekking hebbende EncroChat-berichten is het hof – anders dan de raadsman – van oordeel dat het niet anders kan dan dat het hier om een geldbedrag van € 5.000,- gaat.
3 subsidiair bewezenverklaarde niet strafbaar, en
ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren en 6 (zes) maanden.