ECLI:NL:GHDHA:2025:2328
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.N. Labohm
- E.B.J. van Elden
- M.A.J. Burgers - Thomassen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Nederlandse rechter bij adoptieverzoek van in Kenia wonend kind
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep behandeld van een Nederlandse man woonachtig in Kenia die de adoptie van een in Kenia geboren en wonend kind verzocht. De rechtbank had het verzoek tot adoptie en naamswijziging afgewezen wegens onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Het hof heeft ambtshalve de rechtsmacht van de Nederlandse rechter onderzocht. Gelet op het feit dat het kind en de moeder de Keniaanse nationaliteit hebben en in Kenia verblijven, en dat verzoeker zelf al meer dan tien jaar in Kenia woont, oordeelde het hof dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan met de Nederlandse rechtssfeer. Het bezit van de Nederlandse nationaliteit en eigendom van een woning in Nederland zijn onvoldoende om rechtsmacht te rechtvaardigen.
Daarnaast heeft het hof overwogen dat de noodbevoegdheid van artikel 9 Rv Pro niet van toepassing is, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat een gerechtelijke procedure in Kenia onmogelijk is. De Keniaanse rechterlijke macht functioneert en is bereikbaar, ook al sluit de Keniaanse wet adoptie door buitenlanders uit en geldt een leeftijdsgrens.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen, waarmee het adoptieverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het adoptieverzoek van een in Kenia wonend kind.