Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake het gezag en de zorgregeling over hun kinderen. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en de kinderen woonden bij de moeder. De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en een eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen, hetgeen werd afgewezen.
Het hof oordeelde dat onvoldoende grond bestond om het gezamenlijk gezag te beëindigen, mede omdat de communicatie tussen ouders verbeterd was en de vader weer actief contact had met de kinderen. De vader blijft betrokken bij gezagsbeslissingen en dient binnen een redelijke termijn te reageren op verzoeken van de moeder.
Over de zorgregeling bereikten partijen overeenstemming: de vader heeft eenmaal per twee weken op zondag van 12.00 tot 15.00 uur contact met de kinderen buiten zijn woning en buiten aanwezigheid van de moeder, waarbij hij de kinderen ophaalt en terugbrengt. De vader bevestigt de omgang telefonisch voorafgaand aan het contact.
Het hof legde een dwangsom van €100 per keer op aan de moeder voor het niet nakomen van de zorgregeling, met een maximum van €1.000, vanwege eerdere problematische uitvoering en juridische procedures. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige verzoek is afgewezen.