ECLI:NL:GHDHA:2025:1745
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling belastbaar inkomen IB/PVV 2019 en afwijzing schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning door de Inspecteur is vastgesteld op €15.543, afwijkend van de door belanghebbende opgegeven €11.975. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat belanghebbende geen verliesverrekening kon toepassen omdat geen verliesbeschikkingen waren vastgesteld en kosten alleen in het betreffende jaar aftrekbaar zijn.
In hoger beroep heeft belanghebbende geen nieuwe feiten of omstandigheden ingebracht die het oordeel van de Rechtbank ondermijnen. Het Hof bevestigt dat het inkomen correct is vastgesteld en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat dit alleen mogelijk is als het hoger beroep gegrond wordt verklaard of via de civiele rechter. Tevens faalt het beroep op verlenging of stuiting van de verjaring, aangezien de Awb en Awr geen verlenging of stuiting van aanslagtermijnen kennen.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en wijst proceskostenveroordeling af. De zaak betreft een belastingrechtelijk geschil over de juiste vaststelling van het belastbaar inkomen en de toepasselijkheid van verliesverrekening en verjaring.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het belastbaar inkomen 2019 juist is vastgesteld en wijst het hoger beroep ongegrond.