Appellant heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht BridgeFund te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling, welke was afgewezen wegens onvoldoende openheid over zijn financiële situatie, met name over kinderalimentatiebetalingen aan kinderen in de Verenigde Staten.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld waarbij BridgeFund niet is verschenen. Het hof overweegt dat schuldeisers in beginsel vrij zijn volledige betaling te verlangen, maar onder bijzondere omstandigheden gedwongen kunnen worden in te stemmen met een schuldregeling. BridgeFund weigerde instemming vanwege vermeende onzorgvuldigheid en kwade trouw van appellant.
Appellant heeft toegelicht dat de alimentatiebetalingen niet in het verzoek waren opgenomen, maar dat deze worden gecompenseerd door kinderbijslag en kindgebonden budget. De schuldhulpverlener bevestigde dat bij afwijzing een nul-aanbod volgt. Het hof acht BridgeFund niet redelijk in haar weigering, mede gelet op de belangen van appellant en andere schuldeisers en wijst het verzoek toe.
Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en BridgeFund wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Andere aangevoerde gronden leiden niet tot een ander oordeel en behoeven geen bespreking.