Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 19 november 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2024;
- de memorie van grieven van [appellante] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van de huisartsenpraktijk, met bijlagen;
- de akte uitlating [appellante] , met bijlagen;
- de antwoordakte van de huisartsenpraktijk, met productie.
3.Feitelijke achtergrond
Vanuit de opleiding vragen we u om aandacht voor het functioneren en de professionaliteitsontwikkeling van [appellante] . Omdat (on)professioneel gedrag ook een rol heeft gespeeld bij het vertrek van de vorige werkplekken en bij de stage chirurgie is het goed om duidelijk te zijn in wat u aan gedrag van de student PA verwacht. (…). Wat betreft het gedrag heb ik u aangegeven dat [appellante] hardwerkend en enthousiast is, en in het verlengde daarvan soms de neiging heeft haar eigen ideeën te volgen als het gaat om onderzoek, behandeling en benadering van de patiënten. Ze kiest dan voor de patiënt.
De werknemer-student heeft tijdens zijn inschrijving bij de masteropleiding (dat wil zeggen, aaneensluitend van 1 juli 2022 tot maximaal 1/4/2024 een arbeidsovereenkomst met de werkgever.
De werktijden van de werknemer-student worden in overleg met de werkgever bepaald. De vaststelling van de werktijden gebeurt zodanig dat de werknemer-student het onderwijs van de masteropleiding kan volden.
De verdere uitwerking van rechtspositionele aspecten (…) wordt vastgelegd in een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer-student.”
4.Procedure bij de rechtbank
- om [appellante] weder ter werk te stellen;
- tot betaling van achterstallig loon over gewerkte dagen in februari 2024, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot doorbetaling van het loon van € 3.592,- per maand gebaseerd op een 32-urige werkweek vanaf 28 maart 2024, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
- tot het tegenover derden openbaren van een rectificatie zoals door [appellante] of de kantonrechter voorgeschreven;
- tot nakoming van haar inspanningsverplichting om doeltreffende maatregelen te nemen ten aanzien van de ADHD van [appellante] ;
5.Vordering in hoger beroep
- om [appellante] weder te werk te stellen, binnen de huisartsenpraktijk of met behoud van salaris bij een externe huisartsenpraktijk;
- tot betaling van een bedrag van € 2.056,- bruto ter zake van achterstallig loon over gewerkte dagen in februari 2024 en doorbetaling van kortdurend zorgverlof in januari 2024;
- tot doorbetaling van het loon van € 3.592,- per maand gebaseerd op een 32-urige werkweek vanaf 28 maart 2024 tot 28 februari 2025; inclusief aangepaste loonspecificaties van januari 2024 tot november 2024;
- tot betaling van een onafhankelijk bedrijfsarts wanneer zij doelbewust de contactgegevens niet deelt;
- tot het tegenover derden openbaren van een rectificatie zoals door [appellante] of de kantonrechter voorgeschreven, inclusief een rectificatie in het AD, waar de zaak is gepubliceerd;
- tot het aftekenen van alle opdrachten die gedurende het opleidingstraject tussen 01-07-22 en 28-03-24 zijn gemaakt door [appellante] en
- tot nakoming van haar inspanningsverplichting, en het overleggen van de contactgegevens van de bedrijfsarts voor een preventief consult en om doeltreffende maatregelen te treffen ten aanzien van de ADHD van [appellante] , ongeacht of er besloten wordt tot een wedertewerkstelling;
6.Beoordeling in hoger beroep
Wedertewerkstelling
7.Beslissing
- veroordeelt de huisartsenpraktijk tot betaling aan [appellante] van vier dagen loon over de maand februari 2024;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de huisartsenpraktijk tot op heden begroot op € 2.797,-;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het anders of meer gevorderde.