In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn minderjarige zoon op 23 januari 2024 in Valkenburg. De vader sloeg zijn zoon meerdere keren in het gezicht nadat deze zijn moeder aanviel en ook de vader had geslagen. Het hof acht bewezen dat de verdachte zijn zoon heeft mishandeld, maar wijst het beroep op het ouderlijk tuchtrecht als rechtvaardigingsgrond af omdat de gedragingen buiten de grenzen van pedagogische correctie vielen.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het hof vernietigt dit vonnis en legt een geldboete van €750 op, met 15 dagen hechtenis als vervangende straf bij niet-betaling. Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het ontbreken van eerdere onherroepelijke veroordelingen sinds 2002, en de positieve inzet van het gezin en hulpverlening om herhaling te voorkomen.
De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat het incident nooit had mogen gebeuren en neemt dit zichzelf kwalijk. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan. Het hof acht de kans op recidive laag en ziet de opgelegde geldboete als een passende reactie.