ECLI:NL:GHDHA:2025:148
Gerechtshof Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep inzake informatiebeschikking belastingjaren 2005 en 2006
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een informatiebeschikking van de Inspecteur voor de jaren 2005 en 2006. Tijdens het hoger beroep heeft belanghebbende de gevraagde informatie alsnog verstrekt, waarna de Inspecteur het bezwaar tegen de navorderingsaanslagen toewijst en de aanslagen vernietigt.
Belanghebbende trok vervolgens het hoger beroep in en verzocht het Hof om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb. De Inspecteur betoogde dat geen sprake was van tegemoetkomen omdat de informatiebeschikking terecht was genomen en de noodzaak tot hoger beroep voortkwam uit het handelen van belanghebbende zelf.
Het Hof oordeelde dat het verzoek alleen betrekking kon hebben op proceskosten in de procedure over de informatiebeschikking. Omdat belanghebbende de gevraagde gegevens pas tijdens het hoger beroep verstrekte en de Inspecteur daaropvolgend het bezwaar toewijst, was er geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom wees het Hof het verzoek af en veroordeelde de Inspecteur niet in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 februari 2025 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat geen sprake is van tegemoetkomen door de Inspecteur.