Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 22 december 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 28 september 2022 en 18 oktober 2023;
- de memorie van grieven van [appellant], met bijlage;
- de memorie van antwoord van Armaris, met bijlagen.
[appellant] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling de bijlagen nrs. 2 en 3 in het geding gebracht.
3.De feitelijke achtergrond
Ik kwam 1m20 tekort vanuit mijn gezichtsveld”– hebben (vertegenwoordigers van) partijen telefonisch en schriftelijk overleg gevoerd hoe verder te handelen. De door [appellant] assurantietussenpersoon (ABSB) ingeschakelde expert [schade-expert] (van LPM Sachverständigen GmbH) berichtte op 3 november 2020, 14:19 uur, aan ABSB voor zover hier van belang:
Es bleiben somit nur zwei Möglichkeiten:Verschleppen/Verschieben nach PapenburgUmschlag in ein anderes Schiff(…)”
Wir dürfen keine Spiegel verwenden, da sich dat Gesetz inzwischen geändert hat.(…)
Und jetzt wird es zum Lachen. Wir bekommen eine Erlaubnis, wenn der Schubboot Joson mich an meinen Bugschieben und [schip] 180 km rückwarts den Main-Donau-Kanal hinunterfahren würde. Dann die 380 km nickwarts den Main hinunter. Er hat dann kein Bugstrahlrüder. Er hat auch kein Radar vorne. Joson kann sein Steuerhaus anheben, aber nicht an Brücken. Es gibt auch Brücken in und vor der Schleuse. Wie können wir hier eine weitere sichere Reise garantieren?”
4.De procedure bij de rechtbank
€ 49.007,72, met compensatie van de proceskosten.
(aangekomen waarde) met de verwachte waarde, te weten de waarde die het afgeleverde bij aankomst had moeten hebben bij deugdelijk vervoer. De verwachte waarde of bestemmingswaarde stemt in principe overeen met de afzendwaarde plus de transportkosten. De aangekomen waarde is de waarde van het constructiedeel minus de door Armaris gemaakte kosten om het constructiedeel alsnog op de plaats van bestemming te krijgen, nu [appellant] daarin niet was geslaagd. Ook deze kosten drukken op de waarde van het constructiedeel, ook al is van fysieke beschadiging geen sprake (4.15 van het tussenvonnis en 2.2 en 2.8 van het eindvonnis).
- overslagkosten (€ 29.222,50) (2.10 van het eindvonnis);
- vracht voor de Con Amore (€ 54.862,50) (2.13 van het eindvonnis);
- kosten voor loodsen aanwezig op de Con Amore (€ 3.977,72) (2.16 van het eindvonnis);
- provisie voor [het schip] naar rato (€ 17.500,-) (2.19 van het eindvonnis);
- omboekingskosten gemiste termijn voor het vervoer van constructiedeeltjes door de Con Amore (€ 22.620,-) (2.31 van het eindvonnis);
5.De vordering in hoger beroep
6.De beoordeling in hoger beroep
Voor zover [appellant] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep alsnog zijn verantwoordelijkheid in dit opzicht heeft willen betwisten, dan wel eigen schuld van Armaris heeft willen bepleiten, is die betwisting/dat pleidooi te laten en, los daarvan, onvoldoende gemotiveerd tegen de achtergrond van wat Armaris heeft aangevoerd.
Er hat dann kein Bugstrahlrüder. Er hat auch kein Radar vorne”).Hij sluit dat deel van zijn e-mailbericht af met de opmerking:
“Wie können wir hier eine weitere sichere Reise garantieren?”. [appellant] was er dus op dat moment niet van overtuigd dat de reis, als [het schip] achterstevoren door een duwboot zou worden geduwd, veilig zou kunnen worden hervat. Dat er begin november 2020 ook een andersluidend signaal van de zijde van [appellant] is geweest – in die zin dat hij toch wel ging voor de duw-/(eventueel aangevuld met een) sleepoptie – is niet gesteld en ook niet gebleken. Armaris mocht er dan ook redelijkerwijs vanuit gaan dat het inzetten van en overladen in een ander schip als enige optie restte om het constructiedeel binnen redelijke termijn op de plaats van bestemming te krijgen.
“De oplossing die inmiddels als enige overblijft is omladen in een ander schip.”). [appellant] heeft niet geprotesteerd tegen de door Armaris ondernomen stappen en heeft Armaris ook niet verzocht om te wachten tot een geschikte duwboot beschikbaar zou zijn.
7.De beslissing
- bepaalt dat tussentijds cassatieberoep van dit arrest is toegestaan;
- verwijst de zaak naar de rol van 30 september 2025, zodat (i) [appellant] zich kan uitlaten over het al dan niet instellen van tussentijds cassatieberoep en – indien geen tussentijds cassatieberoep wordt ingesteld – (ii) partijen opgave kunnen doen van hun verhinderdata over de periode oktober 2025 tot en met januari 2026 met het oog op het inplannen van een enkelvoudige mondelinge behandeling (zoals bedoeld in 6.28) ten overstaan van mr. J.M. van der Klooster;
- houdt iedere verdere beslissing aan.