ECLI:NL:GHDHA:2025:140
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanwezigheid hennepplantage in gehuurde woning
De zaak betreft een hoger beroep na een gegronde aanvraag tot herziening door de Hoge Raad, waarbij het gerechtshof Den Haag de zaak opnieuw heeft beoordeeld. Verdachte werd aanvankelijk veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een hennepplantage in een gehuurde woning te Amsterdam. De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond op nieuw bewijs, waaronder een getuigenverklaring van de partner van de verdachte.
Tijdens het onderzoek heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de verdachte. Het hof oordeelde dat het door verdachte geschetste alternatieve scenario, dat hij de woning had onderverhuurd en de hennepplantage door de onderhuurder was aangelegd zonder zijn weten, niet als onaannemelijk kon worden verworpen.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zelf de hennepplanten aanwezig had, sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werd besloten de inbeslaggenomen voorwerpen te bewaren ten behoeve van een rechthebbende, aangezien deze niet bekend is.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten wegens onvoldoende bewijs.