Appellante solliciteerde bij Klaverblad Schadeverzekeringsmaatschappij voor de functie van letselschadebehandelaar en vulde daarbij een integriteitsverklaring in waarin zij ontkende betrokken te zijn geweest bij frauduleuze incidenten. Klaverblad ontdekte later dat appellante wel betrokken was bij meerdere frauderegistraties en valsheid in geschrifte, waarop zij de overeenkomst beëindigde en appellante registreerde in diverse frauderegisters.
Appellante vorderde in kort geding verwijdering van haar persoonsgegevens uit deze registers en verkorting van de registratieduur, maar de voorzieningenrechter wees dit af. In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel en oordeelde dat het verzwijgen van de frauduleuze incidenten een nieuwe en zelfstandige grond voor registratie vormt, los van de eerdere fraude zelf.
Het hof benadrukte dat appellante zich bewust had moeten zijn van de relevantie van haar verleden voor de integriteitsbeoordeling door Klaverblad, mede gezien haar ervaring in de verzekeringsbranche. De registraties zijn proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van de belangen van de verzekeraar en de integriteit van de financiële sector. De grieven van appellante tegen de duur en rechtmatigheid van de registraties faalden, en het hof veroordeelde haar in de proceskosten van het hoger beroep.