Verzoekers, de kinderen van betrokkene, gingen in hoger beroep tegen de ondercuratelestelling en de benoeming van de huidige curator BewindvoeringZorg B.V. De kantonrechter had betrokkene onder curatele gesteld wegens diens geestelijke toestand, met BewindvoeringZorg B.V. als curator.
Verzoekers stelden dat curatele niet noodzakelijk was en dat zij zelf als mentor en bewindvoerder moesten worden benoemd. Zij bekritiseerden de zorg en communicatie van de zorginstelling en de huidige curator, en voerden aan dat de curator niet onafhankelijk zou zijn. De zorginstelling en de huidige curator verzetten zich tegen opheffing van de curatele, maar stonden open voor een onafhankelijke derde als curator.
Het hof oordeelde dat de ondercuratelestelling in stand moest blijven vanwege de progressieve dementie van betrokkene. Vanwege de ernstig verstoorde verstandhouding tussen verzoekers, de huidige curator en de zorginstelling achtte het hof het niet in het belang van betrokkene om verzoekers als curator te benoemen. Daarom wijzigde het hof de curator en benoemde een onafhankelijke derde, voorgesteld door verzoekers, tot nieuwe curator. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.