Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2025:116

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
BK-22/1228 bis
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak over wettelijke rente op proceskostenvergoeding in hoger beroep Belastingrecht

In deze zaak stond een hoger beroep centraal tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake een belastingrechtelijk geschil. Het Gerechtshof Den Haag had op 23 juli 2024 uitspraak gedaan en bepaalde dat de Staat wettelijke rente moest vergoeden over een proceskostenvergoeding die niet tijdig was betaald.

Later werd geconstateerd dat het bedrag waarover de wettelijke rente werd berekend onjuist was vermeld in het dictum van het hof. Het hof corrigeert dit door het bedrag van € 333,33 aan te passen naar € 379,50, conform het dictum van de Rechtbank.

De hersteluitspraak van 22 januari 2025 corrigeert deze fout en bevestigt dat de Staat wettelijke rente verschuldigd is over het correcte bedrag vanaf het moment dat de betalingstermijn van vier weken na de uitspraak van de Rechtbank was verstreken tot aan de volledige betaling. Hiermee wordt de rechtszekerheid en correcte toepassing van het procesrecht gewaarborgd.

Uitkomst: Het Gerechtshof herstelt de eerdere uitspraak door het corrigeren van het bedrag van de wettelijke rente op de proceskostenvergoeding naar € 379,50.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-22/1228 bis

Hersteluitspraak van 22 januari 2025

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )
en

de Staat der Nederlanden, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Staat,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 14 oktober 2022, nummer ROT 21/1163.
1.1.
Het Hof heeft uitspraak gedaan op 23 juli 2024. Een afschrift van die uitspraak is aan deze uitspraak gehecht.
1.2.
Het Hof heeft in hoger beroep op het verzoek van belanghebbende beslist dat de Staat alsnog wettelijke rente over een bedrag van € 333,33 moet vergoeden omdat de Staat het door de Rechtbank (ten laste van de Staat) aan belanghebbende toegekende bedrag aan proceskostenvergoeding niet tijdig, dat wil zeggen niet binnen vier weken na dagtekening van de uitspraak van de Rechtbank van 14 oktober 2022, maar pas op 8 februari 2023 heeft betaald (onderdeel 5.7 van de uitspraak van het Hof).
1.3.
Het dictum bevat echter een fout omdat het in 1.2 genoemde bedrag van € 333,33 niet juist is. Dat moet € 379,50 zijn (vgl. het dictum van de Rechtbank, weergegeven in onderdeel 1.3 van de uitspraak van het Hof).
1.4.
Herstel van deze misslag brengt mee dat het dictum van de uitspraak van het Hof dat vermeldt:
“- bepaalt dat de Staat wettelijke rente is verschuldigd over de vergoeding van de kosten van het geding voor de Rechtbank, vastgesteld op € 333,33, vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de datum waarop de Rechtbank uitspraak heeft gedaan tot de dag van de algehele voldoening daarvan;”
in zoverre als volgt wordt aangepast:
“- bepaalt dat de Staat wettelijke rente is verschuldigd over de vergoeding van de kosten van het geding voor de Rechtbank, vastgesteld op € 379,50, vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de datum waarop de Rechtbank uitspraak heeft gedaan tot de dag van de algehele voldoening daarvan;”

Beslissing

Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 23 juli 2024, nr. BK-23/1228, op de hiervoor in 1.4 vermelde wijze.
Deze hersteluitspraak is vastgesteld door M.J.M. van der Weijden, T.A. de Hek en
A.P. Bliek-Monsma, in tegenwoordigheid van de griffier Y. Postema - van der Koogh. De beslissing is op 22 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: