Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 14 mei 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2024 (in het bestreden vonnis weliswaar aangeduid als 6 maart 2024, maar vast staat dat het vonnis op 14 februari 2024 is uitgesproken);
- de memorie van grieven van [appellante] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de brief van 3 maart 2025 met bijlagen (het productieoverzicht, productie I en productie 6) die [appellante] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
- [appellante] , bijgestaan door haar advocaat;
- [geïntimeerde] , bijgestaan door zijn advocaat.
3.Feitelijke achtergrond
“Te verdelen saldo € 235.482
Erfdeel ¼ deel van € 235.482 € 58.871
Af te trekken waarde wettelijke boedelverdeling af €
7.596Totale verkrijging € 51.275”
4.Procedure bij de rechtbank en in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
Bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling (grief 1 deels en 2), verjaring (grief 3) en voortbouwgrief (grief 4)
13 september 2016 een vaststellingsovereenkomst is. Dit is in hoger beroep niet bestreden, zodat dit vaststaat.
6.Beslissing
- vernietigt het bestreden vonnis voor zover het betreft de proceskostenveroordeling;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
- wijst het meer of anders verzochte af.