ECLI:NL:GHDHA:2024:891
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- Z. Gademan
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vaderschap en kinderalimentatie bij weigering DNA-onderzoek
In deze zaak stond de vaststelling van het vaderschap en de kinderalimentatie centraal. De vrouw had voldoende aannemelijk gemaakt dat de man de verwekker van het kind kon zijn. Het hof stelde dat een DNA-onderzoek geen onrechtmatige inbreuk zou vormen, maar de man weigerde hieraan mee te werken. Hierdoor werd het vaderschap als vastgesteld aangenomen.
Met het vaderschap vastgesteld, beoordeelde het hof de kinderalimentatie. De man leverde geen financiële gegevens aan en verscheen niet ter zitting, waardoor zijn draagkracht niet kon worden vastgesteld. De vrouw ontving een uitkering en werd als verzorgende ouder erkend, waardoor geen draagkracht bij haar werd aangenomen. Het hof ging uit van de door de vrouw gestelde behoefte van €625 per maand en bevestigde de vastgestelde maandelijkse alimentatie van €300.
De vrouw verzocht om veroordeling van de man in proceskosten, maar het hof oordeelde dat de procedure niet nodeloos was ingesteld en compenseerde de kosten. De bijzondere curator werd ontslagen onder voorwaarde dat geen cassatieberoep wordt ingesteld. Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 15 december 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vaderschap en de vastgestelde kinderalimentatie van €300 per maand ondanks weigering DNA-onderzoek.